Islamitische Staat: Frankensteins’ monster?

Politieke islam en westerse mogendheden zijn ondanks hun publieke animositeit geen onbekenden van elkaar. Sterker nog: islamistische groepen als de Moslimbroederschap (MB),Hamas en Taliban zijn door tegenstanders opgericht (respectievelijk, het Britse Rijk, Israël en Verenigde Staten). De samenwerking tussen politieke islam en westerse staten oogt weliswaar onwerkelijk, maar is eenvoudig te verklaren. Radicale moslims en het Westen delen namelijk dezelfde opponenten. Een voorbeeld is al-Qaida. De Verenigde Staten heeft via haar bondgenoten al-Qaida grootgebracht met als doel het ondermijnen van een gedeelde tegenstander: de Sovjet-Unie. Echter, wat zegt dit over de Islamitische Staat (IS of Daesh), als opvolger van een tak van al-Qaida?  Is al-Qaida ook een product van de VS en hoe komen hun belangen samen?

ike-said-ramadan400

Washingtons’ hand
In dit artikel beschreef ik hoe Washingtons’ Irakbeleid leidde tot de opkomst van de Islamitische Staat. Er zijn echter ook sterke aanwijzingen, dat de Noord-Amerikanen de takfiri terreurgroep direct hebben geholpen.

De RAND-corporatie – een invloedrijke denktank voor het militaire establishment – schetste in 2008 verschillende scenario’s voor de controle van energiebronnen uit het Midden-Oosten. Eén daarvan was het steunen van milities, die door het salafisme zijn beïnvloed, en tegen gedeelde sjiitische opponenten gebruikt kunnen worden.

Seymour Hersh, onderzoeksjournalist en winnaar van de Pulitzer Prijs, ontdekte een jaar eerder, dat de Noord-Amerikanen van plan waren om takfiri milities te steunen. Via Washingtons’ bondgenoten, als het Huis van Saoed, werden extreem soennitische milities gesteund: “[T]hat (…) are hostile to America and sympathetic to Al Qaeda.” Ook waren een aantal van deze groepen verweven met de Moslimbroederschap. De gedachte achter dit beleid is dat beide partijen dezelfde vijanden hebben. Denk hierbij aan de Syrische president Bashar al-Assad en Iran. Dit maakt Daesh tot de ideale frontlijnsoldaten van Washingtons’ Midden-Oosten beleid.

Verder zijn er ook berichten verschenen dat de Verenigde Staten wapens heeft geleverd aan takfiri milities. The New York Times meldde in 2007 dat wapens, die geleverd werden aan soennitische militanten, uiteindelijk in handen kwamen van moordbrigades. Sommige van deze doodseskaders waren gelieerd aan al-Qaida. Later, in 2012, constateerde de Noord-Amerikaanse krant dat er ook in Syrië wapens werden geleverd aan takfiri groepen als de Moslimbroederschap. Daarnaast is gebleken dat rebellen van het Vrije Syrische Leger, na een opleiding door het Westen, overgelopen zijn naar al-Qaida’s takken als Jabhat an-Nusra en de IS.

Dr. Nafeez Ahmed, academicus en veiligheidsexpert, merkt op dat de Verenigde Staten eenbepalende rol heeft gespeeld: “In empowering and even directly sponsoring the (…) the Islamic State.” Rand Paul, Noord-Amerikaanse senator van de Republikeinen, deelt deze conclusie. In een interview met NBC News beschuldigt hij de president van de Verenigde Staten. Volgens senator Paul droeg Obama’s Midden-Oosten beleid bij aan de herleving van takfiri doodseskaders.

Ook is het geen geheim dat Washingtons’ bondgenoten in het Midden Oosten IS hebben geholpen. Golf monarchieën als Qatar en Saoedi-Arabië ondersteunen IS financieel. Een andere bron van inkomsten voor de terreurgroep is olie. Daar heeft Turkije een significante rol in gespeeld. Daesh kan via Iraaks Koerdistan en Turkije olie op de Europese en Israëlische markt brengen. Op deze wijze wordt IS indirect gefinancierd door westerse mogendheden.

Daarnaast helpt Turkije de Islamitische Staat niet alleen met het doorverkopen van olie, maar ook om ze door de grens heen te loodsen. Volgens Ali Ediboglu, Turkse politicus uit Hatay, werken er bijna 1.000 ambtenaren mee aan het project. Dat wordt ook bevestigd door eenvoormalig lid van de terreurgroep. Daarom wordt de Turkse grens met Syrië door experts als de Britse Patrick Cockburn en de Turkse journalist Kadri Gursel ook wel jihadi highway genoemd.

_77494621_areas_under_is_control_624_untitled

Liefde-haat relatie?
Het is evident dat de Islamitische Staat en de Verenigde Staten elk hun eigen belangen hebben. De Verenigde Staten is in het Midden-Oosten primair geïnteresseerd in het verzwakken van Iran en het controleren van energiebronnen. De ambitie van de Islamitische Staat is, zoals de oorspronkelijke groepsnaam en naam van de leider – Abu Bakr al-Baghdadi – al doet vermoeden: het veroveren van Irak. In sommige gevallen leidt dat tot een huwelijk, terwijl het in andere gevallen resulteert in een echtscheiding.

Twee voorbeelden waarin IS bijdroeg aan Washingtons’ doelstellingen waren: het verdrijven van de ongewenste ex-premier van Irak, Nouri al-Maliki en legitimeren van een militaire interventie in Syrië. Het Iraakse leger bleek afgelopen juni niet bij machte om een vuist te maken tegen IS. Het Witte Huis was bereid om militaire steun te leveren, indien al-Malikivervangen werd.

Ten tweede hielp Daesh om een andere droom van de VS in vervulling te laten gaan. Obama heeft in de afgelopen jaren, langs verschillende wegen, geprobeerd om voet aan Syrische grond te krijgen, maar liep meermaals tegen drempels op. Uiteindelijk heeft Washington, met hulp van IS, toch een militaire aanwezigheid in Syrië weten te legitimeren. De opmars van de Islamitische Staat en haar brute werkwijze, zoals de onthoofding van de Noord-Amerikaanse journalist James Foley, vormde de basis van een militaire interventie in Syrië (illegaal volgens internationaal recht).

Het ongeschreven partnerschap tussen de Islamitische Staat en de VS was niet altijd even harmonieus. Begin augustus rukte IS op naar het noordelijk gelegen Iraaks Koerdische stad Erbil. De Verenigde Staten reageerde prompt met luchtaanvallen en het bewapenen (en steunen) van lokale troepen: de Iraaks Koerdische Peshmerga. Volgens de officiële lezing waren de Noord-Amerikaanse luchtaanvallen bedoeld om de Koerdische Yezidi’s te beschermen, maar dat wordt betwijfeld. Erbil is namelijk het thuisgebied van grote westerse oliemaatschappijen als ExxonMobil en Chevron. Ook herbergt de stad Noord-Amerikaanse, Israëlische ambassades en inlichtingendiensten als de CIA. Dit geeft aan waarom de stad belangrijk is voor zowel Daesh als Washington.

Volgens de officiële lezing zijn de huidige luchtaanvallen in Syrië en Irak bedoeld om de Islamitische Staat te ondermijnen, maar de resultaten op de grond zeggen iets anders. In Kobani waren de luchtaanvallen volgens Syrisch Koerdische gezagvoerders ineffectief; in Irak hebben ze de territoriale expansie van IS niet weten te voorkomen; en in Syrië zijn vooral non-militaire doelwitten geraakt en burgers gedood. In dat opzicht lijken de luchtaanvallen in Syrië meer gericht op Assad en de Syrische bevolking. Pas recentelijk zijn de luchtaanvallen een beetje effectief geweest.

Britse analist, Dan Glazebrook, komt daarom tot een andere interpretatie van de luchtaanvallen. Het doel van de militaire campagne is volgens een rapport van Reuters: “To hamper Islamic State’s ability to operate across the border with Iraq, where it also controls territory.” Hierdoor stelt hij dat Washington de terreurgroep niet wil vernietigen, maar zijn de luchtaanvallen bedoeld om: “Turning IS – proto-state formation – back into ISIS – a sectarian death squad.”

Dat is precies wat onderzoeksjournalist Seymour Hersh in 2007 naar voren bracht. Uit gesprekken met diverse Witte Huis officials constateerde hij, dat het Witte Huis van plan was om al-Qaida doodseskaders te steunen. Zowel de Verenigde Staten als takfiri doodseskaders zien gemeenschappelijke vijanden in Assad en Iraakse verzetspartijen. De luchtaanvallen kunnen daarom gezien worden als een poging om de Islamitische Staat terug te schalen, en te stimuleren om haar oorspronkelijke doelstellingen na te jagen. Dat wil zeggen: in het vizier krijgen van regionale, sjiitische en gedeelde opponenten zoals de Syrische Assad, Hezbollah, Irak en Iran.

Tot slot: ontwikkelingen in de Noord-Syrische plaats Kobani (ook wel Ayn al-Arab) tonen aan, dat ook Turkije zich comfortabel voelt bij de diensten van Daesh. De Koerdische volkstroepen, YPG en YPJ, voeren maandenlang een moedig verzet tegen de Islamitische Staat. Onder toeziend oog van Turkse strijdkrachten slaan Koerdische strijders takfiri agressie van zich af. De Turkse premier Erdogan weigert echter directe steun te geven, omdat Turkije YPG – partner van de PKK – als terroristen beschouwt. Dat levert dekking voor Erdogan om de brute Islamitische Staat haar gang te laten gaan, en om niet in te grijpen. Anders gezegd: de IS bewijst Turkije een dienst door een gedeelde vijand, Koerdische volkstroepen, aan te vallen.

Frankensteins’ monster
De leiders van de ‘vrije’ wereld spelen hoog spel door de Islamitische Staat haar gang te laten gaan. Daesh heeft tot dusver een nuttig doel gediend, omdat de pijlen gericht zijn op gedeelde vijanden. Dat weerhoudt de terreurgroep er echter niet van om de hand te bijten die haar gevoed heeft. De opmars naar Erbil toont dat aan en bewijst dat IS een eigen agenda volgt. In dat opzicht begint de takfiri doodseskader steeds meer op een Frankensteins’ monster te lijken. Evenals in het bekende verhaal, is het geen kwestie van of, maar van wanneer dit monster tegen haar scheppers zal keren.

Advertenties

Irakbeleid van Washington: bepalend in opkomst van de Islamitische Staat

Onlangs liet de vice-president van de Verenigde Staten, Joe Biden, zich kritisch uit over de Turkse, Qatarese en Saoedische steun aan de Islamitische Staat (Daesh, IS en eerder ISIL). Volgens Biden hebben deze drie landen de Islamitische staat groot gemaakt. Wat de vice-president echter vergat te vermelden is de rol van zijn eigen administratie. Een kijk in de post-2003 geschiedenis van Irak laat zien dat ook Washington heeft bijgedragen aan de groei van de Islamitische Staat.

Destinations_Header_Washington-1

Verdeel en heers
De Verenigde Staten leidde de inval op Irak (2003) in; en dit kan als een primaire oorzaak gezien worden van een reeks desastreuze beleidsmaatregelen, die zouden volgen. De invasie creëerde de voorwaarden voor de opkomst van de voorloper van IS. Onder Saddam Hoessein werden takfiri-terroristen (moslims die andersgelovigen als heidenen verklaren) niet getolereerd. Het wegvallen van Saddams’ regime en de beslissing om het Iraakse leger teontmantelen bracht daar verandering in. Hierdoor ontstond een vacuüm, met als gevolg dat de Islamitische Staat (eerder: al-Qaida’s tak in Irak) hier is ingedoken.

Het ontmantelen van het Iraakse leger en het verdrijven van alle Ba’ath-partijleden, die tot 2003 de macht hadden, gebeurde onder leiding van Paul Bremer. In 2003 ontsloeg hij als bestuurder van Irak alle 250.000 personeelsleden, waarvan een aanzienlijk deel gelieerd was aan de Ba’ath-partij. “[I]t was the day we made a quarter of a million enemies in Iraq”, aldus een anonieme bron binnen het Witte Huis. Het is daarom misschien niet verrassend dat een aantal van deze ontslagen Ba’ath-officieren deel zouden uitmaken van takfiri milities.

Daarnaast droeg de door de VS opgestelde constitutie bij aan de polarisatie en verdeeldheid in Irak. In de nieuwe grondwet werden Irakezen aangemoedigd om op basis van hun achtergrond te stemmen. Sektarisme, verdeeldheid en animositeit tussen verschillende bevolkingsgroepen, werd als gevolg hiervan geïnstitutionaliseerd. Raed Jarrar, Iraakse activist van zowel soennitische als sjiitische afkomst, zegt dat het opleggen van een politieke identiteitdestructief uitpakte voor de al fragiele Iraakse maatschappij. Volgens Sami Ramadani, Iraakse socioloog gevestigd in London en gevlucht voor Saddams’ regime, was dit ook de intentie. Washingtons’ beleid was gericht op het promoten van conflict tussen soennieten, sjiieten en Koerden. Dit beleid was volgens Ramadani in feite verdeel en heersbeleid en creëerde een klimaat waar IS van heeft kunnen profiteren.

De Salvadoraanse Optie in Irak
De bezettende machten – de Verenigde Staten en Groot-Brittannië – waren impopulair onder de Iraakse bevolking, en stonden na inval tegenover een gezamenlijke rebellie van soennieten en sjiieten. Dit legde immense druk op de bezetters (in 2004 werd een gemiddelde van 50 gesneuvelde soldaten per maand geconstateerd). De Salvadoraanse Optie kwam in beeld; om enigszins de soennitische en sjiitische rebellie tegen Noord-Amerikaanse en Britse soldaten in te dammen.

De Salvadoraanse Optie kent haar oorsprong in het Centraal-Amerikaanse land El Salvador. De Noord-Amerikaanse kolonel, James Steele, was in de jaren tachtig verantwoordelijk voor het opleiden van speciale commando-eenheden, waaronder ook extreem-rechtse doodseskaders. Zij maakten jacht op iedereen die zich uitsprak tegen de zittende regeringsmacht in El Salvador, die destijds door westerse grootmachten werd gesteund. Deze groepen waren verantwoordelijk voor 75.000 doden en een grootschalige vluchtelingenstroom (1/6 deel van de totale bevolking). De ‘kruisiging van El Salvador’, zo werd deze gebeurtenis omschreven doorNoam Chomsky.

Uit onderzoek van de Britse krant The Guardian bleek dat de inmiddels gepensioneerde Steele voor eenzelfde doel was aangetrokken in Irak. Dit werd evident na zijn aanstelling in 2004. Het aantal buitengerechtelijke executies en bomaanslagen namen explosief toe. Aanvankelijk werden milities, die aan regeringen waren gelieerd, zoals de Badr Brigades en Mahdi leger, aansprakelijk gesteld voor de gruweldaden. Echter, zo laat politieke analist Max Fuller zien, waren genoemde milities destijds niet verantwoordelijk voor de meeste misdaden. Volgens Fuller waren voornamelijk speciale commandotroepen, zoals de beruchte Wolf Brigade, schuldig hieraan. De Wolf Brigade stond onder leiding van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit legt het verband bloot met de eerder genoemde Noord-Amerikaanse veteraan James Steele (die was aangetrokken voor de Salvadoraanse Optie in Irak).

De door Steele opgeleide moordbrigades werden – net als in El Salvador – in eerste instantie ingezet om oppositieleden, die zich kritisch uitlieten over de bezetting, te liquideren. Deze gruwelheden gingen gepaard met het zaaien van verdeeldheid. Moordbrigades zoals de notoire Wolf Brigade maakten vooral soennieten doelwit van buitengerechtelijke executies. De misdrijven werden in verband gebracht met milities, die een connectie hadden met de regering: zoals het Mahdi-leger van verzetsleider Muqtada al-Sadr. Hierdoor namen de interreligieuze spanningen toe.

Een niet te verwaarlozen detail volgens politieke analist Max Fuller, is dat de speciale commandotroepen zelf niet sektarisch waren. Echter was het zaaien daarvan wel hun doel. Met andere woorden: de door Steele opgeleide moordbrigades werden ingezet om de Iraakse samenleving te verdelen. Dit gebeurde ook. De soennitische bevolking vervreemde zich in toenemende mate van de sjiitische meerderheid; deze ontwikkeling droeg bij aan de opkomende sektarische burgeroorlog van 2006-07.

Washingtons’ Irakbeleid was gericht op het zaaien van verdeeldheid tussen verschillende Iraakse bevolkingsgroepen. Ook stuurde ze aan tot een burgeroorlog door, net als in El Salvador, (sektarische) moordbrigades te steunen.

Zarqawi en de burgeroorlog
Abu Musab az-Zarqawi‘s moordbrigade stond na 2004 bekend als Al-Qaida in Irak (AQI). De extreem soennitische terreurgroep, later actief onder de naam de Islamitische Staat/Daesh, leverde een aanzienlijke bijdrage aan het sektarisme. Er ging destijds geen bom af of de naam Zarqawi dook al op. Het is echter niet met zekerheid te stellen of de inmiddels overleden Daesh-leider daadwerkelijk zo bepalend was.

Zo plaatsen deskundigen hun vraagtekens bij de capaciteiten van Zarqawi. VolgensChussodovsky, verbonden aan de Universiteit van Ottawa, droeg de VS zelfs bij aan het vergroten van zijn imago. Ook concludeerde embedded journalist Dahr Jamail dat het vermogen van de oprichter van de IS hevig overschat werd.

Zarqawi’s opgeblazen imago was volgens The Washington Post waarschijnlijk het gevolg van een propagandacampagne van het Pentagon. De Noord-Amerikaanse krant kwam in handen van militaire documenten, waaruit bleek dat Zarqawi’s rol met intentie vergroot werd. Het doel hiervan was het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen.

Daarnaast plaatsen incidenten zoals in Basra (2005) de rol van de bezettende machten in een ander perspectief. In 2005 werden twee Britse elitesoldaten, vermomd als Arabieren, in de Zuid-Iraakse plaats Basra opgepakt in een auto vol met explosieven. Volgens Iraakse officials waren de opgepakte militairen van plan om de bom in een sjiitisch gedomineerde buurt af te laten gaan om de interreligieuze spanningen te verscherpen. Ondanks pogingen van zowel sjiitische als soennitische leiders om dit te voorkomen, was de sektarische oorlog een realiteit op 22 februari 2006. Op die dag bliezen (vermoedelijk) takfiri-terreurgroepen een heiligdom van sjiieten op in Samarra.

Herwijziging
Na twee bloedige jaren kwamen soennitische groepen uiteindelijk in opstand (ook bekend als de Sahwa) tegen al-Qaida’s tak in Irak. In samenwerking met de Verenigde Staten verdreven religieuze en tribale leiders de takfiri moordbrigades naar gebieden rondom het noordelijk gelegen Mosul. Deze aanpak bleef effectief aangezien AQI – na 2006 de Islamitische Staat in Irak – operationeel vrijwel inactief werd.

De samenwerking tussen de Verenigde Staten en lokaal soennitische milities bleek succesvol te zijn, maar had volgens The New York Times ook een keerzijde. De Verenigde Staten leverde wapens aan soennitische milities. Echter kwam een deel van deze wapens uiteindelijk terecht bij takfiri-terreurgroepen en stuurde Washington zo aan tot een toekomstige burgeroorlog.

Volgens onderzoeksjournalist, Seymour Hersh, was dit ook de intentie. In een onthullend onderzoek uit 2007 constateerde de Pulitzer Prijs winnaar dat het Witte Huis steun gaf aan: “Sunni extremist groups that (…) are hostile to America and sympathetic to Al Qaeda.” Dit maakte onderdeel uit van het nieuwe beleid om Iran en haar bondgenoten als Assad, Iraakse verzetsleiders en Hezbollah te ondermijnen. Deze vier partijen zijn allen ook vijanden van de Islamitische Staat. Wellicht dat omwille hiervan de groep haar naam heeft veranderd (2013) in de ‘Islamitische Staat in Irak en de Levant’.

Terugkeer van IS
De herleving van de IS wordt door The Times of India in verband gebracht met de gevangenissen van de Verenigde Staten in Irak en de oorlog in Syrië.

De Noord-Amerikaanse gevangenissen in Irak werden door (in gevangen genomen) takfiri-leiders gebruikt als een rekruteringsgrond voor nieuwe strijders. Volgens de Libanese al-Akhbar hebben de meeste Daesh-commandanten, waaronder de huidige leider Abu Bakr al-Baghdadi, hun tijd doorgebracht in Kamp Bucca. Ooggetuigen melden dat de takfiri-leiders vrijuit les konden geven in onder andere het plegen van zelfmoordaanslagen. Volgens al-Akhbar fungeerden de gevangenissen daarom meer als een ‘al-Qaida school’ dan als detentiecentrum.

De tweede reden voor de herleving van IS is de oorlog in Syrië. Sinds 2011 steunt president Obama uiteenlopende takfiri doodseksaders in een poging om de Syrische president Bashar al-Assad te verdrijven. Het Syrische leger was daarom genoodzaakt om zich terug te trekken. IS kon profiteren door de strijd met het Syrische leger te vermijden om zo wapendepots, oliebronnen en graanschuren te veroveren.

Conclusie
“What were they doing?” verweet Biden in zijn inmiddels infameuze lezing over de drie grootste sponsors van ISIL: Turkije, Qatar en Saoedi-Arabië. Eenzelfde vraag kan ook worden gesteld aan het Witte Huis. Washingtons’ desastreuze Irakbeleid heeft (in)direct geleid tot de groei van de Al-Qaida in Irak en de Islamitische Staat. Hierdoor is het af te vragen hoe welgemeend de intenties zijn van de Verenigde Staten. Zeker wanneer men realiseert dat de coalition of the willing bestaat uit landen die verantwoordelijk zijn voor de opkomst van de terreurgroep.