De journalistieke verslaggeving van de afgelopen slachting in Gaza legde nogmaals het partijdige karakter van de Nederlandse media bloot. Het leed van Palestijnen kreeg veel minder aandacht, dan het leed aan Israëlische zijde.

Minder bekend is hoe dit tot stand komt. Professor Edward Herman en Noam Chomsky hebben 25 jaar geleden een antwoord op deze vraag gegeven.

Propagandamodel
Professor Herman en professor Chomsky publiceerden hun klassieker ‘Manufacturing Consent’ in 1988, waarin zij een institutionele analyse geven van de Noord-Amerikaanse mainstream media. Hieruit volgt het propagandamodel.

5 filters infographic (1)

Het propagandamodel beschrijft het proces, waarin geld en macht in staat zijn om het nieuws te filteren; tegenstanders te marginaliseren; en zowel overheidsbelangen als die van grote bedrijven aan de man te brengen.

Volgens Herman en Chomsky moeten we oppassen voor propaganda, omdat het een vertekend beeld van de werkelijkheid schetst. De elite beïnvloedt de bevolking door het publieke debat volledig te controleren.

Dit gebeurt door de volgende vijf filters: winst, adverteerder, informatiebronnen, flak en framing.

Winst
De eerste filter, winst, bestaat uit drie poorten. De eerste poort is ‘kapitaal’. Dit houdt in dat alleen de meest rijke personen of groepen, binnen een samenleving, in staat zijn om een mediabedrijf op te richten. Op deze wijze kunnen alleen rijken het nieuws – of hun interpretatie daarvan – maken.

De tweede poort is dat eigenaren van mediabedrijven enkel geïnteresseerd zijn in winst. De overheid kan daar gebruik van maken door bijvoorbeeld te dreigen met het intrekken van vergunningen. Eigenaren willen hun hoofddoel – winst – niet in gevaar brengen en zullen daarom meewerken met de overheid. In ruil daarvoor beïnvloedt de overheid de inhoud van informatie.

De derde poort is een verstrengeling van belangen. Door de constante in- en uitstroom van werknemers tussen het bedrijfsleven, media en overheid ontstaat er een symbiotische relatie. Hierdoor raken belangen tussen beide branches vermengd.

Als gevolg van bovengenoemde poorten wordt de diversiteit aan meningen teruggebracht, waardoor er geen ruimte is voor alternatieve geluiden. Dat is terug te zien in het medialandschap van de Verenigde Staten. Herman en Chomsky identificeerden in 1988 24 grote mediabedrijven. Dat aantal is in 2014 sterk geslonken naar vijf mediabedrijven (of conglomeraten). Deze vijf conglomeraten bepalen bijna alles wat de Noord-Amerikaanse burger te zien krijgt.

Ook in Nederland is de verscheidenheid aan meningen in het geding. Volgens de Mediamonitor, onderzoeksbureau dat het Nederlandse medialandschap volgt, telde Nederland in 2001 8 grote mediabedrijven. Tegenwoordig zijn er, naast de publieke omroep, nog vijf uitgevers te vinden, te weten: Telegraaf Media Groep, Sanoma Media, Koninklijke Wegener, RTL Nederland en de Persgroep. Anders gezegd: vijf uitgevers zijn verantwoordelijk voor het gros van de informatie, die de Nederlandse burger te verwerken krijgt.

Tenslotte heeft ook de mondialisering van de Nederlandse mediamarkt bijgedragen aan de vermindering van de diversiteit aan meningen. Bijna de helft van alle Nederlandse dagbladen zijn in Europese handen. Daarnaast worden zowel de commerciële televisiemarkt als de meest bezochte internetwebsites grotendeels gerund door Noord-Amerikaanse (en Europese) bedrijven.

Adverteerders
Reclame-inkomsten vormen de primaire bron van inkomsten voor de mainstream media. Uitgevers zijn afhankelijk van reclame-inkomsten, omdat de productiekosten zich verminderen. Het gevolg is dat het competitieve gehalte zich verhoogt. Dit heeft ook een keerzijde: mediabedrijven worden hierdoor afhankelijk van adverteerders. Laatstgenoemde zijn daarom in staat om eisen te stellen aan de inhoud van programma’s. Adverteerders vermijden mediakanalen die kritische programma’s uitzenden, en geven de voorkeur aan apolitieke programma’s. Deze filter kan worden samengevat onder de aloude regel: wie betaalt, bepaalt.

Informatiebronnen
De derde filter is de afhankelijkheid van informatie. Journalisten zijn voor hun informatie afhankelijk van de overheid en bedrijfsleven. Verslaggevers worden door overheden en business nieuwsagentschappen ontvangen in pr-afdelingen, die speciaal daarvoor zijn ingericht. Hier krijgen journalisten het nieuws kant en klaar geserveerd. Dit bespaart de werkgevers van journalisten – mediabedrijven – kostbare tijd, energie en geld.

Een bijkomend voordeel is dat de door overheid (of business) geleverde informatie niet onderzocht hoeft te worden. Nieuws vanuit de overheid of het bedrijfsleven wordt als autoritair en/of objectief beschouwd. Dit stelt hen in staat om de informatie te kleuren.

Een keerzijde van de afhankelijke positie van journalisten is dat ze gevoelig worden voor beïnvloeding. De overheid en het bedrijfsleven zullen verslaggevers weren die zich kritisch opstellen. Journalisten zullen daarom minder geneigd zijn om het geleverde nieuws te betwijfelen om kostbare tijd en geld te besparen.

Een andere manier waarop de overheid nieuws beïnvloed is door deskundigen. De meeste experts, in de mainstream media, echoën de officiële lezing. Hierdoor blijft het debat binnen bepaalde goedgekeurde kaders (een voorbeeld is hier te vinden).

Flak
Flak, doorgaans bekend als luchtafweergeschut, is een middel om de media te disciplineren. Flak refereert aan negatieve reacties op een mediastatement of programma. Dit kan zijn in de vorm van klachten, bedreigingen of bestraffende maatregelen. Denk hierbij aan (invloedrijke) individuen of organisaties met macht.

Flak is kostbaar voor mediabedrijven, daar het tot imagoschade of zelfs tot rechtszaken kan leiden. Bovendien lopen uitgevers het risico dat adverteerders zich niet meer willen associëren met het besmeurde mediabedrijf. Uitgevers zullen daarom nieuws vermijden, dat mogelijk tot flak zouden kunnen leiden.

Het meest duidelijke voorbeeld hiervan zijn Israëlische lobbygroepen als het CIDI. Dergelijke belangenorganisaties vallen Israël-critici regelmatig aan voor het verbreden van het Israël-Palestinadebat.

Framing
De vijfde en laatste filter is een ideologie, die als een controlemechanisme dient: framing. Tijdens de Koude Oorlog werd het anticommunisme-label gebruikt. Personen of groepen die kritisch waren tegenover de overheid (of bedrijfsleven) werden bestempeld als een communist. De overheid gebruikt zulke ideologieën om de bevolking te mobiliseren tegen een gemeenschappelijke vijand. Ook kan dit ingezet worden tegen eenieder die onwenselijke meningen uit.

Tegenwoordig worden er meerdere labels gebruikt om critici monddood te maken. Een aantal voorbeelden: Israël-critici die als antisemieten worden bestempeld; War on Terror-critici die als supporters van moslimextremisten worden afgeschilderd; en overheidscritici die als complottheoretici in een hoek worden gedreven.

Het belang van het propagandamodel
Het propagandamodel van professor Edward Herman en professor Noam Chomsky is een bril om partijdige berichtgeving in de mainstream media te herkennen. Het conflict tussen Israël en Palestina biedt voldoende voorbeelden. Slachtoffers aan Israëlische zijde worden altijd breed uitgemeten; dit in tegenstelling tot vermoorde Palestijnse kinderen, die grotendeels naar de marge worden gedrukt.

De reden voor dit verschil is evident. De door Israëliërs vermoorde Palestijnse kinderen passen niet in het beeld, dat de elite wil schetsen. Simpel gezegd: ze dienen het doel niet. De vijf filters van het propagandamodel zorgen ervoor dat ongewenste berichten niet bij de gewone man terecht komen.

Herman en Chomsky’ werk biedt stof tot denken. Als de mainstream media propaganda verspreidt rondom Palestina, Vietnam of El Salvador (dit land wordt hoofdzakelijk besproken in het boek), dan moet de vraag worden gesteld of dit ook geldt voor Syrië, Libië of Oekraïne?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s