Waarom Srebrenica moest vallen

Of de val van Srebrenica te vermijden was, is een vraag die velen in de afgelopen decennia heeft bezig gehouden. De ‘val van Srebrenica’ kan echter ook in een alternatief perspectief geplaatst worden, namelijk: de Bosnische Moslimautoriteiten lieten Srebrenica vallen om daarmee hun afscheiding (van voormalig Joegoslavië) te verzekeren en om westerse interventie te legitimeren.

‘No good guys no bad guys’
In 1995 schreef Charles Boyd, voormalig luchtmacht generaal en commandant van de NAVO, dat de Verenigde Staten (VS) een campagne voerde om de Balkanoorlogen in (valse) noties van goed versus kwaad, of agressor versus slachtoffer, af te beelden. De Bosnische Serviërs waren de slechte in deze lezing, en de Moslims (en Kroaten) waren de onschuldigen. Dat komt echter volgens Boyd niet overeen met de reële ontwikkelingen: beide partijen maakten zich namelijk schuldig aan allerlei misdaden tegen de mensheid.

De vele slachtpartijen aangericht door Moslim krijgsheer Naser Oric zijn daar een voorbeeld van. Volgens Britse journalist Joan Philips had Naser Oric (in Srebrenica) tegen eind maart 1993 1.200 Serviërs vermoord, 3.000 verwond, waren 26 van de 29 Servische dorpen vernietigd en moesten duizenden Serviërs vluchten. Philips kwam eind maart 1993 tot de volgende constatering: “Today, there are virtually no Serbs left in the entire Srebrenica municipality”.

De leider van de Nederlandse Dutchbat, luitenant-kolonel Karremans, kwam tot een soortgelijke conclusie:

 “[W]e know that in the area surrounding the Srebrenica enclave alone, 192 villages were razed to the ground and all the inhabitants killed.”

Niet verwonderlijk dat Karremans sprak van “no good no bad guys” in dit verhaal.

Het is echter opvallend dat Naser Oric, in tegenstelling tot de Bosnische Serviërs, nooit voor genocide is veroordeeld. Volgens Noord-Amerikaanse onderzoeker George Bognadich heeft dat te maken met de lens waarmee de oorlog geïnterpreteerd wordt. In deze context zijn Bosnische Serviërs de boosdoeners en Moslims en Kroaten de good guys.

Ook meerdere VN-commandanten, waaronder de Canadese generaal Lewis MacKinzie, onderstrepen die ongelijke representatie van feitelijkheden. Sterker nog, Lewis MacKinzie stelt dat de Moslims juist er alles aan deden om de situatie te laten escaleren. Zo werden allen van de 19 wapenstilstanden (die MacKenzie onderhandelde) gebroken door de Moslim troepen. Volgens generaal MacKinzie werkten de Bosnische Moslims tegen, omdat: “their policy was, and is, to force the West to intervene”.

Wapens en jihadisten
Meer bewijs voor de onevenredig steun aan de Moslims is op te merken in de wijze waarop ze omgingen met de door de VN aangestelde safe areas. Deze veiligheidsgebieden horen gedemilitariseerd te zijn, maar die regel bleek niet te gelden voor de Bosnische Moslims. De Moslims hadden hun wapens namelijk niet ingeleverd, en, volgens correspondent David Hackworth, werden ze bewapend door o.a. Iran en werd die operatie gefaciliteerd door de Verenigde Staten.

Dat was niet het enige wat de Bosnische Moslims (met toestemming van Washington) importeerden. De Nederlandse inlichtingenexpert, Cees Wiebes, constateerde dat al-Qaida gelieerde jihadisten ook het land in gesmokkeld. In een Nederlands rapport uit 2002 kwam het volgende naar voren:

“[M]ojahedin fighters were also flown in, and that the US was “very closely involved” in the operation which was in flagrant breach of the embargo.”

Bovendien kwam de Balkancorrespondent van de Duitse krant Der Spiegel, Renate Flottau, Osama bin Laden (in 1994) tot tweemaal toe tegen in de kantoor van de Bosnische president, Alija Izetgevovic. Bin Laden verwierf zelfs de Bosnische nationaliteit en zijn jihadisten werden opgenomen als ‘speciale troepen’ in het Zevende Korps van het Bosnische Leger.

Srebrenica als valstrik?
De door de VN aangestelde safe areas dienden ook als lanceerpaden, waaruit aanvallen op Bosnisch Servische gevechtseenheden werden uitgevoerd. VN-commandant Francis Briquemont rapporteerde het volgende hierover:

 “[I]n Sarajevo, the Bosnian Army provokes the Serbs on a daily basis. Since the middle of December [1993], the Bosnian Army jumped another step by launching heavy infantry attacks from Sarajevo to the Serb held suburbs of the city.”

De Moslims (en Kroaten) probeerden hiermee een (militaire) reactie van de Bosnische Serviërs uit te lokken.

Hikja Meholic, voormalige hoofd van de politie in Srebrenica en kameraad van Naser Oric, bevestigd dat. Volgens Meholic zou de Bosnische president, Alija Izetbegovic, tijdens een Bosniak Conferentie in Sarajevo (September 1993), dat als volgt hebben geredeneerd:

 “You know, I was offered by Clinton in April 1993 that the Chetnik forces enter Srebrenica, carry out a slaughter of 5,000 Muslims, and then there will be a military intervention.” 

Meholic zei dat ook tegen Nederlandse documentairemakers, hier te zien.

Het zou tevens niet de eerste keer zijn dat Moslimautoriteiten bereid waren om hun slachtoffers op te offeren voor een hoger doel, zoals de ‘breadline massacre’ bewijst. Hierbij werden 16 burgers gedood in de hoop om westerse interventie te rechtvaardigen, en volgens o.a. VN-officials (in de Britse krant The Independent) werd ten onrechte gewezen naar de Servische krachten. Dit bloedbad was aangericht door de Bosnische Moslims.

Ook de beslissingen op de grond wijzen uit op dat de Moslims Srebrenica wilden laten vallen. Een maand voor de Servische verovering van Srebrenica (mei 1995) koos de Bosnische autoriteiten er namelijk abrupt voor om 18 van hun topcommandanten terug te trekken uit Srebrenica.

Generaal Halilovic bevestigde dat de Bosnische president, Alija Izetbegovic, krijgsheer Naser Oric er van overtuigd had om zich samen met zijn bondgenoten uit Srebrenica terug te trekken. Tevens zagen Nederlandse troepen Moslim troepen weg vluchten uit Srebrenica. Later getuigde Halilovic voor het Internationale Tribunaal in Den Haag dat de Bosnische overheid bewust zou zijn geweest van de gevolgen hiervan, omdat:

“[T]he combat readiness and…defence capability of Srebrenica would be significantly affected.”

Indien Bosnische Moslimautoriteiten er voor hadden gekozen om Srebrenica te verdedigen, konden ze volgens George Bogdanich met 5.000 gewapende troepen overtuigend de 200 Bosnische Servische troepen afweren. Ibran Mustafic, hoofd van de Moslim partij (SDA) in Srebrenica, is zelfs van mening dat de inwoners van Srebrenica doelbewust zijn opgeofferd. In gesprek met de krant Slobodna Bosna zegt Mustafic het volgende:

“The scenario for the betrayal of Srebrenica was consciously prepared. Unfortunately the Bosnian presidency and the Army command were involved in this business.” 

Britse luitenant-kolonel Jim Baxter, assistent van VN-commandant Rupert Smith, was eenzelfde mening toebedeeld:

“They [the Bosnian government] knew what was happening in Srebrenica. I am certain they decided it was worth the sacrifice.” 

Tenslotte, voormalig CIA-agent Robert Baer geeft waardevolle insiders-informatie achter het vallen van Srebrenica:

A month before the supposed genocide in Srebrenica he [ie. zijn leidinggevende] told me that this town would be known around the world and we were instructed to inform the media. When I asked him why he said I will see. We received an order that with the newly formed Bosnian army we should attack the houses and people of Srebrenica. Of course the Serbs followed suite as they would have been incited and paid to do so also.

Een onlangs verschenen onderzoek (in The Guardian) bevestigt dat ook Washington (en Londen en Parijs) Srebrenica overlieten aan de Bosnische Serviërs in de hoop om vrede te bewerkstelligen. Uit bovenstaande kan echter het volgende afgevraagd worden: werd er daadwerkelijk getracht om Srebrenica te beschermen of waren de Bosnische Serviërs in een val gelopen?

Advertenties

Geopolitieke aanloop naar de Bosnische Burgeroorlog

Samenvatting: de Balkanoorlogen, waaronder de Bosnische Burgeroorlog, worden vaak enkel in termen van etnische conflict — bv. Moslims en Kroaten vs. Serviërs — verklaard, maar dat vormt slechts deel van het verhaal. Minder bekend is de rol die gespeeld is door (regionale) grootmachten, zoals de Verenigde Staten (VS), in het ‘balkaniseren’ van de voormalig Joegoslavische staat. Inderdaad, de Verenigde Staten droeg daar aanzienlijk aan bij door 1) haar economie te destabiliseren en 2) de afscheidingscampagnes van de individuele Balkanstaten te steunen.

Geld in ruil voor destabilisatie
Europa was na de Tweede Wereldoorlog verdeeld in twee kampen: het kapitalistische westen en het communistische blok. Hoewel Joegoslavië communistisch van aard was koos haar leider, Josip Broz Tito, niet nadrukkelijk voor één kant en dat zette het land, volgens econoom Sean Garvasi, open voor invloed uit het westen. Joegoslavië was een bruikbare partner voor Washington, omdat het fungeerde als een bolwerk tegen Sovjet-invloed, en in ruil daarvoor ontving Belgrado westerse hulp en ontstond er (economische) interactie tussen beide werelden.

Die overeenkomst (met de VS) zou volgens professor Chussodovksy, verbonden aan de Universiteit van Ottawa, ook de deuren openen voor destabilisatie. Dat moment kwam toen Joegoslavië in 1980 in een economische dip zat, en om uit haar economische ellende te ontsnappen accepteerde Belgrado leningen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) — een internationale monetaire institutie gedomineerd door de VS en West-Europa.

In ruil voor leningen was Belgrado verplicht om een neoliberale programma — IMF’s kenmerk — door te voeren. De gevolgen hiervan waren tweeledig: enerzijds verminderde de nationale schuld en anderzijds had het schadelijke gevolgen voor de economie en samenleving. Ter vergelijking: in de twee decennia voor het invoeren van het IMF programma kende Joegoslavië een groei van 6.1 procent, en voorzag het haar burgers van o.a. gratis medische zorg. De door het IMF opgelegde programma bracht daar een einde aan, en had ingrijpende gevolgen voor de economie:

 Following the initial phase of macro-economic reform in 1980, industrial growth plummeted to 2.8 percent in the 1980-87 period, plunging to zero in 1987-88 and to a negative 10 percent growth rate by 1990.

Om nog verder in aanmerking te komen voor IMF-leningen moest Belgrado haar welvaartsstaat afbreken, waardoor de sociale spanningen werden aangewakkerd. Ook kwam de centrale bank geleidelijk aan in handen van het IMF, waardoor Belgrado niet meer in staat was om haar eigen economie te reguleren.

Deze ontwikkeling zette zich voort en had desastreuze gevolgen voor de economie. Tegen 1990 kromp het nationale inkomen met 7,5 procent en in 1991 met 15%: reële lonen waren in vrije val, de welvaartsstaat was afgebroken en werkloosheid was ongekend hoog. Joegoslavië was in feite straatarm en onderdanig gemaakt aan de wil van het IMF.

Uit gedeclassificeerde documenten blijkt dat het platleggen van de Joegoslavische economie wezenlijk deel uitmaakte van het buitenlandbeleid van de VS.  In twee geheime beleidsnotities (uit 1982 en 1984) komt naar voren dat het Reagan regime plannen maakte om Joegoslavië te destabiliseren én om de communistische overheid omver te werpen. Middels het IMF was de eerste doelstelling geslaagd.

Voor- en tegenstanders 
Het afbreken van de Joegoslavische economie wakkerde logischerwijs ook sociale spanningen aan. Nationale machthebbers, waaronder de Kroaten, Slovenen en (Bosnische) Moslims, grepen deze mogelijkheid aan om in 1991 — een jaar voor het uitbreken van de Bosnische Burgeroorlog — te sturen naar onafhankelijkheid.

Hierdoor ontstonden er twee kampen: de voorstanders van desintegratie — Slovenië, Kroatie en Bosnië — tegenover de staten die voor het behouden van Joegoslavië waren — vertegenwoordigd door Servië (en Montenegro). De voorstanders van desintegratie werden gesteund door o.a. de Verenigde Staten en Duitsland, die ook Joegoslavië opgesplitst wilden zien.

De nieuwe wereldorde
Tijdens de destabilisatie van Joegoslavië ontstond er een nieuwe wereldorde en ook dat had invloed op de ontwikkelingen in de Balkan. De Sovjet-Unië hield in 1991 op met bestaan, en Duitsland was een jaar eerder herenigd. Duitsland oefende gelijk haar nieuw verweven macht uit door de ontwikkelingen in de Balkan zo veel mogelijk naar haar eigen belangen te sturen. Slovenië en Kroatië, wiens afscheidingscampagne in 1991 in volle gang was, werden gelijk erkend door Berlijn en daarmee kwam het uiteenvallen van Joegoslavië in een stroomversnelling.

Het erkennen van Slovenië en Kroatië werd aanvankelijk tegengewerkt door de Verenigde Staten, en de reden daarvoor ligt ook in de nieuwe wereldorde: de NAVO ging door een identiteitscrisis.

De NAVO was na de Tweede Wereldoorlog opgericht om de VS en Europa in een veiligheidspact te binden contra de Sovjet-Unië en haar Warschau-Pact. Dat bestaansrecht kende geen grond meer na het wegvallen van de Sovjet-Unië. Bovendien was het voortbestaan van de NAVO van belang voor de VS, omdat het dient als een vehikel waarmee Washington haar macht behoud over de Europese staten. Reden genoeg voor de NAVO (en Washington) om op zoek te gaan naar een nieuwe zingeving, en die vond ze in de Balkan, zoals de Noord-Amerikaanse onderzoeker George Bogdanich dat als volgt uitlegt:

“If the Yugoslav conflict was resolved diplomatically without the U.S., the need for NATO would be further diminished and might be replaced by a European alliance.”

Het einde en het begin
De Noord-Amerikaanse interventies hadden ook een ander doel. De VS stuurde namelijk aan tot een burgeroorlog. Tegen 1992 werden Slovenië, Kroatië en Bosnië erkend door Washington (en de Europese staten), en daarmee werd de spijker in de doodskist van Joegoslavië geslagen, zoals George Kenney, hooggeplaatste ambtenaar binnen de ministerie van Buitenlandse Zaken, dat ook erkent:

 “The [U.S.] intelligence agencies were unanimous in telling us that if you recognize Bosnia it will blow up.”

Dat de VS geen honest broker was wordt ook erkend door Charles Boyd — een voormalige Noord-Amerikaanse luchtmachtgeneraal. Boyd, die tevens diende als vervangend NAVO commandant in Europa én hoofd van de inlichtingendienst, zegt daar het volgende over:

“The US approach to the war in Bosnia is torn by a fundamental contradiction. The United States says that its objective is to end the war through a negotiated settlement, but  in reality what it wants is to influence the outcome in favor of the Muslims.”

Voordat de Bosnische Burgeroorlog uitbrak werd er nog getracht om tot een diplomatieke oplossing te komen — ook wel bekend als de Lissabon-overeenkomst –, maar de VS en de Bosnische Moslims hadden daar klaarblijkelijk geen interesse in. Op 20 maart 1992 hadden de Bosnische Serviërs, Moslims en Kroaten hun handtekening gezet onder de Lissabon-overeenkomst; terwijl de inkt nog niet opgedroogd was verwierp de leider van de Moslims, Alija Izetbegovic, onder aanmoeding van de VS, twee dagen later het verdrag.

Twee weken later, in april 1992, ging de Bosnische Burgeroorlog officieel van start.

Waarom FIFA’s Sepp Blatter weg moest

Zes FIFA officials waren op 27 mei in Zwitserland gearresteerd wegens beschuldigingen van corruptie. Verschillende geopolitieke analisten beweerden al snel na de aanhouding dat niet corruptie, maar geopolitieke motieven achter de inval zat. Inderdaad, na het besluit van de FIFA op 7 juni jl. om mogelijk Rusland (en Qatar) van hun WK af te strippen, kan er kracht bij die stelling gezet worden. De inval én het aftreden van Sepp Blatter moet dan in de context van de huidige, Tweede Koude Oorlog geïnterpreteerd worden, namelijk: het afnemen van het WK is bedoeld om Rusland verder in de ogen van de wereld te demoniseren, als onderdeel van de brede aanval tegen Moskou.

images (2)

Israël ontsnapt
De affaire begon toen de Palestijnse voetbalbond een oproep deed om Israël te schorsen van FIFA. Het zionistische regime beperkt Palestijnse voetballers in hun bewegingsvrijheid, intimideert en mishandelt ze, net zoals ze dat eigenlijk met alle Palestijnen doen. Een voorbeeld: vorig jaar werden twee jonge Palestijnse voetballers aangehouden door de brute Israëlische bezettingsmacht, en, nadat ze o.a. door honden mishandeld waren, schoten de soldaten ze in de voet. Eén van de jongens, Jawhar Nasser Jawhar (19), werd maar liefst tien keer in zijn voeten geschoten. Hierdoor kunnen beide jongens nooit meer hun geliefde sport beoefenen.

Reden genoeg voor de Palestijnen om Israël te laten schorsen van de wereldvoetbalbond, en dat waren ze ook van plan. Op 29 mei zou de Palestijnse voetbalbond hun motie indienen. Echter, twee dagen eerder op 27 mei kwam die onverwachte inval. De Zwitserse politie hield zes FIFA officials aan wegens aantijgingen van corruptie, stammend uit de jaren negentig. De Zwitserse politie deed dat in opdracht van de Noord-Amerikaanse FBI, die een oceaan verwijderd is van haar jurisdictie.

Zoals blogger Moon of Alabama uitlegt, dit kan geen toeval zijn; ook niet dat reporters van The New York Times tijdens de arrestatie aanwezig waren om de aanhouding live vast te leggen. Ongetwijfeld had dit gebeuren invloed op de motie om Israël te schorsen, aangezien de Palestijnse voetbalbond besloot om hun voorstel in te trekken (ondanks een meerderheid aan de Palestijnse kant van 165 voor en 18 tegen).

Regime change
De FBI startte dit onderzoek naar aanleiding van corruptie aantijgingen uit het jaren negentig. De timing en selectiviteit van de inval roept echter vragen op. Indien de FBI bezorgd is om corruptie bij mondiale sportevenementen, waarom verricht het dan niet onderzoek naar geluiden van corruptie bij de toewijzing van het WK in Engeland (1966), Frankrijk (1998) of Duitsland (2006)? Of in eigen huis bij de Olympische Spelen van Atlanta (1996)? Of naar de menselijke kosten bij het bouwen van de stadiums in Qatar, die er daarnaast geen geheim van maakt om terroristische organisaties zoals al-Qaida in Syrië (Jabhat an-Nusra) te steunen? De FBI zal dat niet doen. Het zal niet ver buiten haar jurisdictie gaan om genoemde cases te onderzoeken, omdat de FIFA affaire niet draait om corruptie. Britse politieke analist, Sukant Chandan, legt in RT’s CrossTalk in heldere taal uit waar het wel om draait:

“This is actually, very similar to what we typically know as ‘western regime change operation’. This time not a sovereign country of the Global South, but it is a multilateral global institution, which is FIFA.”

Anders gezegd, de westerse regimes zijn uit op het vervangen van een zelfstandige voorzitter (Sepp Blatter) met een kandidaat die wél onderdanig staat tegenover haar belangen. Blatter was dat niet om de volgende redenen:

  1. Blatter weigerde, op verzoek van Condoleezza Rice, om Iran uit het WK 2006 te houden;
  2. De Palestijnen mochten zich aansluiten bij de wereldvoetbalbond;
  3. Blatter bracht het WK niet naar het westen, maar naar een Afrikaanse — (Zuid-Afrika 2010) en Zuid-Amerikaanse land (Brazilië 2014);
  4. Met de beslissing om de komende toernooien toe te wijzen aan Rusland (2018) en Qatar (2022) zou het westen nog langer verstookt raken van het wereldevenement. Daarbij komt ook nog dat China het WK daarna (2026) wilt organiseren. Daarmee was de kans groot dat de westerse regimes lang zouden moeten wachten om het event naar hun deel van de wereld te halen;
  5. Blatter voerde de leiding over één van de meest democratische vormen van bestuur dat te zien is in mondiale instituties (één land, één stem). Het westen kan hiermee niet, als in de Verenigde Naties of Wereldhandelorganisatie, haar wil dicteren aan de rest;
  6. Tot slot, Blatter bleef, ondanks druk uit Washington, bij zijn beslissing om Rusland het WK van 2018 te laten organiseren.

Kortom, Blatter’s hoofdzonde was niet dat hij (ongetwijfeld) corrupt was, maar dat hij de Aziatische en Afrikaanse wereld als partners in het spel bracht. Een anonieme Braziliaanse official legt (in gesprek met The Wire‘s Shobhan Saxena) de affaire als volgt uit:

 “While Blatter has been trying to make football bigger and better by taking it to all parts of the world, the Europeans have been worried about losing control. For Americans, the game is an instrument of their politics and Blatter became a hurdle in it.”

Dat zagen Afrikaanse leiders ook in, zoals de Zuid-Afrikaanse minister van Sport: Fikile Mbulula. Volgens Mbulula vormde dat een belangrijke reden waarom ze Blatter steunen (Blatter ontving 133 uit een totaal van 206 stemmen; zijn tegenstander, de pro-westerse Jordaanse prins Ali, kreeg 73).

Altijd in het vizier: Moskou
Het onderzoek naar de corrupte FIFA officials bood kans voor het Obama regime om het in dienst van zijn geopolitieke belangen te laten werken. De Republikeinse havik, John McCain, maakte één dag voor de inval van 27 mei onmiskenbaar bekend wie daar aan de ontvangende kant zit: Moskou. Het verrast daarom niet dat de roep om het WK van Rusland af te nemen steeds groter wordt. Sterker nog, het Noord-Amerikaanse regime heeft zichzelf al aangeboden om in plaats van Rusland het WK van 2018 te laten organiseren!

Hiermee wordt het duidelijk wat de ware motieven achter het verdrijven van Sepp Blatter zijn. Sinds de (VS gesponsorde) februari coup in Oekraïne staan Washington en Moskou (nogmaals) tegenover elkaar. Het organiseren van een wereldevenement als het WK is dé mogelijkheid bij uitstek voor Rusland om zich aan de wereld te tonen; voor de VS is dit de uitgelezen kans om Rusland voor de mondiale gemeenschap te demoniseren en te vernederen, door niet alleen het WK van 2018 af te pakken, maar door het zelf te organiseren.

De zaak tegen corrupte FIFA officials heeft dus niets met corruptie te maken, maar het maakt onderdeel uit van de brede aanval – dat wil zeggen, ‘soft power’ als één van de pijlers van ‘full-spectrum dominance’ – tegen Moskou.