Wikileaks Clinton #email-gate: Israël wil Assad weg om Iran, Google biedt hulp

De gelekte mails van presidentskandidaat Hillary Clinton blijven verbazen. In een recente patch uitgebracht door Wikileaks wordt unieke inzage gegeven in de binnenste werkingen van Washington. Een deel van die vrijgegeven mails dateren uit de tijd dat Clinton nog minister van Buitenlandse Zaken was; met betrekking tot de oorlog in Syrië wordt uit de mails duidelijk dat de bondgenoten van de VS, waaronder Israël, haar adviseerde vóór regime change in Damascus. Ook interessant — maar niet geheel verrassend — is dat Washington daarbij ondersteuning kreeg van techgigant Google.

Israël’s voornaamste zorg
Volgens een gedeclassificeerd document verstuurd naar mevrouw Clinton (gedateerd december 2012) bekijkt Tel Aviv de ontwikkelingen in buurland Syrië met argusogen aan. Deze zorgen hebben niet zozeer te maken met de humanitaire gevolgen van de opstand, maar over het verliezen van haar dominante machtspositie in de regio.

Die dominante machtspositie wordt in grote mate mogelijk gemaakt doordat Israël de enige speler in het Midden-Oosten is met nucleaire capaciteiten. Mocht die status quo veranderen, omdat ook Iran nucleaire wapens weet te bemachtigen, dan zou dat tot een fundamentele herwijziging van de machtsbalans leiden. Een dergelijk scenario wil Israël absoluut voorkomen, zo blijkt uit het document.

De oorlog in Syrië en Iran’s nucleaire programma mogen dan op het oog ongerelateerd lijken, zo staat er in het document, maar mocht Teheran tóch nucleaire wapens in handen weten te krijgen, dan zou dit tot het volgende als gevolg hebben:

a precarious nuclear balance in which Israel could not respond to provocations with conventional military strikes on Syria and Lebanon, as it can today.

En:

If Iran were to reach the threshold of a nuclear weapons state, Tehran would find it much easier to call on its allies in Syria and Hezbollah to strike Israel, knowing that its nuclear weapons would serve as a deterrent to Israel responding against Iran itself.

Dat is dus de reden waarom Assad uitgeschakeld moet worden, namelijk: Syrië is de brug naar het Libanese verzet; bewegingen als Hezbollah worden allen getraind, bewapend en gefaciliteerd door Syrië (met hulp van Iran). Daarom scharen Israëlische leiders zich achter de val van de Assad-regering, om die strategische alliantie tussen Hezbollah, Syrië en Iran te breken.

Washington zou dat (volgens het document) kunnen doen door de volgende stappen te ondernemen:

“Washington should start by expressing its willingness to work with regional allies like Turkey, Saudi Arabia, and Qatar to organize, train and arm Syrian rebel forces.

The announcement of such a decision would, by itself, likely cause substantial defections from the Syrian military.

Then, using territory in Turkey and possibly Jordan, U.S. diplomats and Pentagon officials can start strengthening the opposition.

Zoals deze schrijver eerder heeft beargumenteert, Iran vormt inderdaad het primaire doelwit in de oorlog in Syrië én de opstand wordt mede mogelijk gemaakt door de buurlanden van Syrië (eg. Turkije, Saoedi-Arabië, Jordanië en Qatar).

Fragment uit het gedeclassificeerd document uit juli 2012

De strategische voordelen — die het waard zijn om in het geheel te citeren — van het verdrijven van president Assad worden in de brief als volgt opgesomd:

– Iran would be strategically isolated, unable to exert its influence in the Middle East.

– The resulting regime in Syria will see the United States as a friend, not an enemy.

– Washington would gain substantial recognition as fighting for the people in the Arab world, not the corrupt regimes.

– For Israel, the rationale for a bolt from the blue attack on Iran’s nuclear facilities would be eased.

– And a new Syrian regime might well be open to early action on the frozen peace talks with Israel. Hezbollah in Lebanon would be cut off from its Iranian sponsor since Syria would no longer be a transit point for Iranian training, assistance and missiles.

De prijs is dus enorm voor Israël. In een andere brief uit juli 2012 wordt echter duidelijk dat het omver werpen van de zittende regering in Damascus vergaande gevolgen zal hebben voor de gehele regio. Een waarschijnlijke uitkomst zal een regionale sektarische oorlog tussen de twee grootste bevolkingsgroepen, soennieten en sjiieten, zijn. Niettemin, zegt één Israëlische bron uit een juli 2012 mail, kan dat ook ‘positief’ uitpakken:

“if the Assad regime topples, Iran would lose its only ally in the Middle East and would be isolated.

At the same time, the fall of the House of Assad could well ignite a sectarian war between the Shiites and the majority Sunnis of the region drawing in Iran, which, in the view of Israeli commaders would not be a bad thing for Israel and its Western allies.

Oftewel, deze bron beargumenteert dat een regionale oorlog tussen soennieten en sjiieten, die zeer waarschijnlijk zal leiden tot miljoenen doden, ook een gunstige uitwerking zal kunnen hebben. Want, zo zegt die Israëlische bron, zal een dergelijk scenario er toe leiden dat Iran genoodzaakt zou zijn om haar nucleaire programma tot een halt te brengen en wellicht zou dat ook bijdragen aan de val van de Iraanse regering.

“Not just a company”
Ook Google lijkt zich bij de partij te hebben aangesloten. Eind juli 2012 ontving Hillary Clinton een e-mail van Jared Cohen — het hoofd van de toenmalige ‘Google Ideas’ (tegenwoordig Jigsaw). Cohen schrijft in die brief dat ze in samenwerking met (de Qatarese nieuwszender) al-Jazeera bezig zijn om middels een “tool” deserteurs van het Syrische leger te visualiseren. De logica hiervan is om: “encouraging more to defect and giving confidence to the opposition”.

De “tool” werd uiteindelijk gepubliceerd door al-Jazeera, in het Engels en Arabisch, en is hier te vinden. Het groeide uit tot één van de meest bekeken infographics op hun website. Google Ideas/Jigsaw spreekt zelf niet van het aanmoedigen van overlopers of het steunen van de oppositie. De Britse krant The Independent vroeg om een reactie, maar Google weigerde commentaar.

De samenwerking tussen Google en Washington komt niet geheel als een verrassing aan. Wikileaks oprichter Julian Assange gelooft dat Google wezenlijk deel uitmaakt van het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten. In een stuk uit 2015 schreef hij:

“Whether it is being just a company or ‘more than just a company,’ Google’s geopolitical aspirations are firmly enmeshed within the foreign-policy agenda of the world’s largest superpower,””

Daar blijft het niet bij. Britse onderzoeker dr. Nafeez Ahmed laat in twee uitvoerige onderzoeksartikelen zien hoe Google groot is gebracht met hulp van de CIA en inmiddels ferm gepositioneerd is in de massasurveillance.

The ‘Hillarator’
Deze laatste revelaties laten zien hoe koelbloedig men te werk gaat achter de schermen en waarom mevrouw Clinton ook wel ‘The Hillarator’ wordt genoemd. Uit exposés in The New York Times en Washington Post is bekend dat zij de drijvende kracht was achter de 2011 NAVO-interventie in Libië. Er is daarom niet veel voorstellingsvermogen nodig om in te beelden wat drie jaar langer Clinton zou hebben voortgebracht (in relatie tot de oorlog in Syrië) indien ze langer was aangebleven als minister van Buitenlandse Zaken.

Voor wie nog geïnteresseerd is in waarom Frankrijk de Libische leider Muammar Gaddafi uit de weg wilde ruimen, kan dat in een andere gelekte Clintonmail hier lezen.

Advertenties

Waarom Ankara’s anti-IS maatregelen gericht zijn op de Koerden

(Dit is een oud stuk uit juli 2015)

Turkije heeft besloten om actie te ondernemen tegen de Islamitische Staat (IS of Daesh). Aanleiding was de door IS gepleegde aanslag in Suruc, waarbij 32 Koerdische socialisten omkwamen. Een aantal van die maatregelen zijn: aanvallen op IS-doelen in Syrië, het arresteren van jihadisten (en Koerdische socialisten) én toestemming verlenen aan Washington om haar Incirlik luchtmachtbasis in gebruik te nemen (in strijd tegen IS). Hiermee wekt het Erdogan regime de indruk dat ze (eindelijk) bereid zijn om tegen Daesh op te treden — na jaren van een dubieuze verstandhouding.

Genoemde maatregelen zullen echter ontoereikend zijn om de terreurgroep te stoppen. Ankara maakt gebruik van het momentum (voortvloeiend uit de IS-aanslag) om aan haar eigenlijke doelstellingen te werken:

  1. Voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen haar populariteitscijfers te verhogen (in navolging van een parlementaire meerderheid);
  2. Het ondermijnen van de Koerdische bewegingen in zowel Turkije als Syrië;
  3. Ter aanvulling op vigerend beleid met betrekking tot Syrië.

Alle politiek is lokaal
Het bekende adagium ‘alle politiek is lokaal’ is een handige vertrekpunt om de daadwerkelijke redenen van de anti-IS maatregelen te achterhalen. Tijdens de algemene verkiezingen van 7 juni 2015 kwam de AKP als winnaar uit de bus kwam, maar verloor het haar hegemonische status. De AKP ging van 327 zetels naar 258, en behaalde voor het eerst geen meerderheid in het parlement. Die afname was mede te danken aan het buitenbeleid dat de regerende partij de afgelopen jaren gevoerd heeft, in het bijzonder: Syrië.

In haar streven om de ontwikkelingen in naburig Syrië naar eigen voordeel te sturen beroepte Turkije zich op allerlei rebellengroepen. Een aantal van die rebellengroepen gingen later deel uitmaken van IS. Toen deze terreurgroep haar pijlen ging richten op de Koerdische volkeren in zowel Syrië als Irak, kwamen de spanningen tussen de Koerden en Ankara weer eens tot een hoogtepunt; met name toen Daesh, in september 2014, de Syrisch-Koerdische plaats Kobani/Ayn al-Arab aanviel. De Koerden verweten het Turkse leger ook om toe te kijken zonder in te grijpen én Turks-Koerdische hulp aan hun Syrische verwanten te blokkeren.

Dit motiveerde de Turkse Koerden om hun stem in de afgelopen verkiezingen niet op de zittende regering (AKP) uit te brengen, maar op de (pro-)Koerdische HDP — momenteel de vierde partij in het parlement, geleid door de Koerdische socialist Demirtas. Hierdoor kwam de AKP voor het eerst zonder parlementaire meerderheid te zitten en laakt het daarmee het benodigde mandaat om haar beleid voort te zetten.

Dit betekent echter niet dat de AKP zich bij de verkiezingsuitslagen heeft neergelegd. Sterker nog, de AKP gaat voor een tweede ronde. Dat wordt duidelijk in de houding die president Erdogan sindsdien heeft aangenomen; de Turkse leider heeft de vorming van een nieuwe regering herhaaldelijk weten te vertragen en daarmee schijnt Erdogan licht op zijn tot dan verborgen ontwerp: het (demissionair) kabinet stuurt aan tot nieuwe verkiezingen. De AKP-leiders ontkennen dat zelf ook niet, zoals Turkije-kenner Peter Edel pent in een recente column:

‘Aldus liet Davutoglu doorschemeren dat nieuwe verkiezingen nog altijd de voorkeur hebben voor de AKP, iets waar Erdogan eerder ook al op zinspeelde.’

De maatregelen tegen IS vervullen in dit licht een tweeledige functie: 1) het is een poging om, voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen, verloren stemmers terug te winnen; 2) het dient als een dekmantel om de socialistische Koerden te verzwakken én staat in dienst van haar Syrië-beleid.

Ongeloofwaardig

Erdogan heeft na jaren protest van de oppositie besloten om actie tegen Daesh te ondernemen. Het heeft in de afgelopen dagen o.a. aanvallen op IS-doelwitten uitgevoerd, IS- militanten opgepakt en een plan onthuld om de grens met Syrië te bewaken. Hiermee wil het demissionair kabinet aantonen dat het inderdaad toegewijd is om de Koerden te beschermen, maar de huidige maatregelen zullen daarvoor ontoereikend blijken.

Een aantal maatregelen die niet ondernomen worden maar bewezen zijn in het bestrijden van IS, zijn: 1) de levering van wapens (door de Turkse grens) naar IS-milities tot een halt roepen, 2) actoren steunen die een CV in het decimeren van Daesh hebben opgebouwd (ie. Koerdische volkseenheden, Syrië, Iran, Hezbollah & Irak) en 3) landen direct verantwoordelijk voor de opkomst van IS, zoals Saoedi-Arabië, bekritiseren en diens steun aan de terreurgroep laten stoppen.

Bovendien zou Turkije ook moeten stoppen om de rebellengroepen te steunen die op hun beurt weer al-Qaida gelieerde doodseskaders steunen (zoals Jaish al-Fatah, eerder uitgelegd hier).

Anti-IS of Koerdisch?
Het tweede doel van de anti-IS maatregelen hebben niet alleen met de takfiri terreurgroep te maken, zoals dat ook duidelijk wordt uit onderstaand statement van de Turkse premier Davutoglu:

“The State of the Turkish Republic is adamant on fighting all terrorism without distinction as it has always done, be it the terrorist organisation of Daesh [Isis], the terrorist organisation of the PKK or any other international terrorist organisation,”

Dit verklaart waarom de Turkse autoriteiten tijdens haar invallen op IS-locaties óók Koerdische socialisten heeft gearresteerd, waarbij er één Koerdische DHPK/C-militant is omgekomen (tegenover nul jihadisten). Ankara probeert hiermee twee vliegen in één klap te slaan. Enerzijds breekt het de ontwikkeling van een sterke Koerdische beweging in Turkije en ondermijnt het de vorming van een autonome Koerdistan in Syrië, en anderzijds boost het haar populariteitscijfers door naast terreurgroep IS ook de PKK in het vizier te hebben (die door het Turkse regime geclassificeerd wordt als een terroristische organisatie). Anders gezegd: de AKP probeert het Turkse volk achter zich te krijgen door twee terreurgroepen te bestrijden.

Deze aanpak is des te meer opmerkelijk (en getuige van realpolitik), daar de 32 gedode Koerdische socialisten bij de IS-aanslag in Suruc, dezelfde ideologie delen als de Koerdische socialisten die gearresteerd worden door het Erdogan regime én óók bezig waren om hun Syrische verwanten in het door YPG gerunde Kobani/Ayn al-Arab te helpen!

De rol van Syrië

Ankara heeft ook de IS-aanslag in Suruc in dienst van haar buitenlandbeleid weten te construeren. Het uit de aanslag voortvloeiende (politieke) momentum is gebruikt om acties tegen IS-doelen in Syrisch grondgebied te rechtvaardigen, en zo legitimeert Ankara haar militaire aanwezigheid in Syrië. Dit brengt haar dichterbij haar plan om Syrië te ondermijnen (uitgelegd hier).

De Turkse leider heeft in de afgelopen jaren meerdere malen gepoogd om een casus belli voor militaire interventie in Syrië te creëren; case in point is het plot om de tombe van Süleyman Sjah — die sinds kort geleden op Syrisch grondgebied te vinden was — op te blazen. In maart 2014 kwam uit gelekte audiogesprekken tussen hooggeplaatste officials, waaronder de huidige premier Davutoglu, naar voren dat Ankara van plan was om de tombe van de vaderfiguur uit de Ottomaanse geschiedenis te vernietigen, om daarmee steun voor militaire interventie te legitimeren. Tevens blijkt uit de gesprekken dat ze hiermee de NAVO wilden dwingen om een no-fly-zone in te stellen.

Het lijkt erop dat dit nog steeds het werkend beleid is. Dat blijkt uit de recente deal die Turkije met Washington afgesloten heeft. In ruil voor Noord-Amerikaanse toegang tot haar luchtmachtbasis in Incirlik, heeft het Obama regime toezegging gedaan om een buffer- en no-fly-zone in Syrië in te stellen. Dit is een lang opgehoopte wens van Erdogan . Hiermee tracht Ankara om een stuk Syrisch grondgebied eigen te maken, waarmee 1) een autonoom Syrisch-Koerdistan ondermijnd kan worden en 2) wapens en strijders (zonder Syrische en buitenlandse inmenging) vrije doorgang geboden kan worden om het verloop van de ontwikkelingen in het Syrische conflict zoveel mogelijk naar haar voordeel te sturen.

Kortom, hoewel Turkije vanuit haar officiële kanalen beweert dat haar maatregelen bedoeld zijn om IS te verzwakken, zijn de effectieve doelstellingen het volgende: 1) het vergroten van haar waarderingscijfers vergroten in de hoop om een parlementaire meerderheid af te dwingen bij de volgende verkiezingen, 2) de macht van de Koerdische bewegingen/actoren in zowel Turkije als buurland Syrië te verzwakken en 3) ter aanvulling op vigerend buitenlandbeleid met betrekking tot Syrië.

INTERVIEW – Meseret Bahlbi wil een brug slaan tussen Nederland en Eritrea

Meseret Bahlbi (29) is in de afgelopen tijd veelvoudig in het nieuws geweest nadat onderzoekster Mirjam van Reisen (Tilburg University) hem betichtte van “de spil van de inlichtingendienst van Eritrea” te zijn. Die uitspraak deed de wetenschapster in een mei 2015 uitzending van BNR Nieuwsradio, die hier te beluisteren is. Daarna wijdde ook de Volkskrant meerdere artikelen aan hem alsmede buitenlandse media zoals The Guardian.

INTERVIEW - Meseret Bahlbi wil een brug slaan tussen Nederland en EritreaBahlbi, Nederlander van Eritrese komaf, was tussen 2009 en 2015 actief lid van de jongerenbeweging YPFDJ-NL. In de laatste twee jaar van zijn lidmaatschap was hij voorzitter van de organisatie. In zijn professionele leven is hij marketeer en schrijver. Ook runt hij een eigen blog.

In reactie op de aantijgingen van professor van Reisen spande Meseret een zaak wegens smaad en laster aan tegen de hoogleraar die op 10 februari aandiende. Hoewel van Reisen, volgens de rechter niet over concrete bewijzen beschikte, waaruit zou blijken dat Meseret voor de Eritrese inlichtingendienst zou werken, heeft ze echter niet onrechtmatig gehandeld.

Meseret laat het er niet bij zitten. Hij is inmiddels in hoger beroep gegaan en was onlangs met een groep activisten naar Den Haag geweest om te spreken met Tweede Kamerleden. Zo probeert hij de beeldvorming rondom zijn persoon en de Eritrese gemeenschap te verhelderen. In het licht daarvan doet hij ook zijn verhaal tegen Sheher Khan.

Meseret, hoeveel betaalt het regime je?

Haha, niks. Helemaal niks. We zijn allemaal vrijwilligers. Sterker nog, we dragen allen zelf bij aan de events die we organiseren. Dat leeft trouwens sterk bij ons, dat we zelfvoorzienend moeten zijn, en dat heeft te maken met ons verleden. Toen de Afrikaanse naties één voor één bevrijd werden van kolonialisme werd Eritrea naar Ethiopië geschoven… en de internationale gemeenschap zei er niks van.

Toen ontstond het gevoel bij ons dat we in de steek waren gelaten en hebben daardoor het idee dat we alles zelf moeten doen. Dat komt terug in onder andere dat we entree vragen voor onze events, géén subsidie aanvragen doen (zowel niet van de Nederlandse als de Eritrese overheid). Dat komt dus voort uit ons verleden en de daaruit volgende ideologie van self-reliance.

Je was in het verleden actief lid en voorzitter van de jongerenorganisatie YPFDJ Holland. Aangezien jullie dezelfde naam dragen als de regerende partij (ie. de PDFJ), is dat geen indicatie dat jullie ideologisch gezien op één lijn zitten met ‘het regime’ van Eritrea?

Ideologisch gezien wel. Je moet het zo zien, Eritrea is een jong land en het proces van nation building is een recent project. Wat die ideologie (zelfvoorzienendheid, red.) gedaan heeft is dat het de 9 volkeren en de 2 grote religies van Eritrea (de Islam en het christendom, red.) bijeen heeft gebracht. We waren onder controle gekomen van Ethiopië en hebben 30 jaar lang oorlog meegemaakt. Voor ons is het belangrijk dat we eerst een eenheid smeden zodat we verder kunnen werken aan de ontwikkeling van het land.

Maar YPFDJ-NL is vooral actief in Nederland. Ik merk dat de media tot nu toe negatief berichten over YPFDJ-NL, terwijl zo’n organisatie juist  een positieve bijdrage levert aan Nederland en Eritrea. Jongeren worden geactiveerd om mee te denken aan sociale issues, worden uitgedaagd om kritsche discussies te voeren over bijvoorbeeld identiteit en integratie. Ook wordt het netwerk van jongeren enorm verbreed doordat YPFDJ Nederland jaarlijks naar buitenlandse conferenties gaat en daar andere leden van de Eritrese diaspora ontmoet en connect. De meeste actieve jongeren zijn hoogopgeleid en werken hard aan hun carrière. Ze zijn goed thuis in de Europese en Eritrese cultuur. YPFDJ Nederland zou daarom een sterke brug kunnen zijn tussen Nederland en Eritrea. Dit waren voor mij dan ook belangrijke redenen om actief te zijn. Zo een organisatie moet je juist toejuichen en niet afsnauwen. Ook al ben ik geen lid meer vind ik dat YPFDJ vooral voor positiviteit staat.

Maar wek je dan op z’n minst niet de schijn dat je verbonden bent met de regerende partij door jezelf te profileren als de jongerenpartij van de PFDJ?

Die verbondenheid willen we ook behouden. Wij hebben hen ook nodig, wij nodigen hen ook uit om te spreken. Hoe moeten we dan weten wat er dan daar gaande is in Eritrea? Hoe kan je anders dan een daadwerkelijk bijdrage leveren aan Eritrea? Als Nederland iets wil weten over wereldse zaken roepen ze ook de relevante diplomaten op toch? Zij (de PDFJ, red.) zijn diegene die het land regeren en organiseren. Wij nodigen dus hen uit om betrokken te blijven rondom de ontwikkelingen in Eritrea, en dat is ook een belangrijke punt dat ik wil maken: de contacten komen vanuit ons en niet vanuit de regering.

Als de journalisten dit ook aan ons hadden gevraagd zouden ze dit ook weten, maar dat doen ze niet. In plaats dat vragen ze het aan zogenaamde wetenschappers, die ik eerder zou willen typeren als lobbyisten en dat is frustrerend.

Je refereert daarmee naar onderzoekster Mirjam van Reijsen. Voor wie zou ze lobbyen?

Ze is lobbyist voor de regime change agenda. Zij heeft een NGO in Brussel en die heet European External Policy Advisors (EEPA). Ze geeft ook advies aan Nederland.  Als het om Eritrea gaat is zij diegene die de Nederlandse staat adviseert. Dat zou niet moeten kunnen, omdat ze overduidelijk lobby’t met een regime change agenda.

Waarom zou het niet goed zijn dat ze Europa adviseert?

Het is niet slecht als ze onafhankelijk advies zou geven. Zij is echter bezig met regime change. Ze nodigt bijvoorbeeld alleen de Eritrese oppositie uit om te lobbyen bij parlementsleden  en roept ook openlijk op tot regime change. In haar artikel van 2012 riep ze op om Eritrea te helpen aan een Arabische Lente 2.0 .

Waarom zou een Arabische Lente voor Eritrea niet goed zijn?

Dat hangt ervan af aan wie je dat vraagt. Een Arabische Lente is voor ons niet nodig. Kijk wat voor ellende en geweld dat teweeg heeft gebracht. Kijk maar naar Libië en andere staten. Wij hebben geen geweld nodig, maar dialoog. We moeten begrijpen wat het  werkelijke probleem is van Eritrea en dat kan alleen middels dialoog.

Kijk: er is ten eerste een grensconflict met Ethiopië dat Eritrees grondgebied bezet. Er zijn zware sancties opgelegd, die nu zelfs door de VN leden worden erkent als niet-legitiem. Maar mevrouw van Reisen negeert dit bewust en daardoor kan ze geen onafhankelijk advies geven. Ze schetst constant een eenzijdig beeld van Eritrea in haar adviezen aan o.a. de Nederlandse staat.

Een voorbeeld: het Europese Parlement had unaniem besloten dat Eritrea 200 miljoen euro ontwikkelingshulp zou ontvangen. Dat was het gevolg van lange onderhandelingen om de economische situatie en het rechtsysteem in Eritrea  te verbeteren. Europa heeft natuurlijk haar eigen belang: ze willen de vluchtelingenstroom vanuit Eritrea indammen. Maar dan heb je mevrouw van Reisen die actief lobby’t om die hulp tegen te houden. Volgens haar is dat zo, omdat het een dictatuur is. Dat is geen advies meer, dat is actie die ze voert samen met andere activisten om geen hulp aan Eritrea toe te kennen. Zo ver gaat het.

En mevrouw van Reisen wordt in de media neergezet als een objectieve wetenschapper en daartegenover zetten ze mij als een ‘aanhanger van het regime’ . Zo krijg je nooit een eerlijk debat terwijl dat wel iets is waar iedereen gebaat bij is.

Als van Reisen dat doet, en gekeken vanuit jullie ideologie van self-reliance, wat doen jullie eraan om jullie eigen stem naar buiten te brengen?

Wat we doen is dat we in onze vrije tijd vele evenementen organiseren waar iedereen welkom is; we zijn aanwezig bij demonstraties, we waren bijvoorbeeld in 2010 met 10.000 mensen aanwezig in Genève. Dat heeft enorm indruk gemaakt op de EU, maar de media had dat helemaal niet opgepakt. Daarom besloot ik op eigen titel artikelen te schrijven, blogs te maken, clips op YouTube enzovoort. Dat geluid wordt echter niet opgepakt door de mainstream media, maar er zijn genoeg Eritreeërs  actief. We brengen onze mensen bijeen, organiseren events en culturele evenementen, conferenties… daar zijn we mee bezig.

Ik vind echter wel dat we nóg actiever de mainstream media kunnen benaderen. Of ze onze stukken wel of niet plaatsen is een tweede. We doen wel ons best om ons geluid naar buiten te krijgen, maar dat is moeilijk met een vrijwilligersorganisatie. We hebben er ook geen budget voor en doen alles na ons werk of school. Het zou in de toekomst goed zijn om vaste mensen aan te nemen, mits daar budget voor gevonden kan worden. Naar aanleiding van alle negatieve berichtgevingen zijn we bijvoorbeeld onlangs, op 18 februari, naar de Tweede Kamer geweest en hebben daar gesproken met de heer Azmani (VVD) en Kuiken (PvdA). Deze politici hadden kamervragen gesteld over de YPFDJ Holland en Eritrea. We hebben daar met hen over gesproken, contacten gelegd en ook duidelijk gemaakt dat we een open en positieve organisatie zijn. Het was een belangrijk moment. Voor zover ik weet is nooit eerder iemand van YPFDJ Nederland naar de Tweede Kamer geweest.

Wat is volgens jou het verhaal van Eritrea?

Ik kijk daar vanuit een andere perspectief naar dan wat we via mainstream media hierover verteld krijgen. Eritrea is een jong land dat bezig is om een natie te op te bouwen.  Ik kijk vooral naar wat we nodig hebben en wat de prioriteiten zijn. We hebben bijvoorbeeld tussen 1998 en 2000 een grensoorlog gehad met Ethiopië. We hebben stabiliteit nodig; dat de 9 volkeren en de 2 grote religies met elkaar in harmonie kunnen leven… educatie, een goede gezondheidszorg en bovenal het leggen van een fundament om een democratisch en welvarend Eritrea op te bouwen. Het is een proces.

Maar, is het niet zo dat er mensenrechten geschonden worden?

Zoals in veel ontwikkelingslanden zijn er ook in Eritrea mensenrechtenproblemen  — dat heb ik overigens nooit ontkend — en dat is gezien de situatie en conflict met Ethiopië ook niet zo vreemd. Het is een land dat in zoveel opzichten nog in ontwikkeling is en nog in zware spanning leeft met haar buurland. Het staat dus nog in haar kinderschoenen en geheid spelen er zich zaken af die niet goed zijn. Om echter te beweren dat er systematisch mensenrechten worden geschonden gaat te ver. Ja, er wordt op individuele basis machtsmisbruik gepleegd — die verhalen ken ik ook — maar niet systematisch. Het is ook niet in het belang van de overheid om zo het land te besturen. Zo breng je immers het land waar je 30 jaar lang voor in de bergen hebt gevochten in gevaar. De mensen die ik ken in Eritrea zijn bezig om het land te ontwikkelen en maken logischerwijs ook menselijke fouten.

Wat is er mis met om die problemen te benoemen?

Daar is niks mee. Het is wel een probleem om het land om alleen op basis daarvan te definiëren. Het land is veel meer dan dat. Kijk: Eritrea heeft bijna al haar Millenium Development Goals bereikt. Denk hierbij aan de complete uitroeiing van polio, een drastische vermindering van kindersterfziektes, vermindering van HIV, malaria en noem het maar op. Dus op het gebied van gezondheid heeft de regerende partij enorme winst weten te boeken. Dat was tijdens de revolutie begonnen, toen ze nog in de bergen zaten. Toen al waren ze bezig om de bevolking te helpen met medische diensten en voorzieningen.

 

Franse documentaire ‘Come & See’ over het behalen van de Millennium Development Goals door Eritrea:

https://player.vimeo.com/video/114266196

 

Mijn vader was zelf ook dorpsverpleger die opgeleid was door de EPLF (voorganger van de regerende partij, de PFDJ, red.) en in zijn dorp was hij diegene die de mensen verzorgde. Dat soort basisfaciliteiten hebben er voor gezorgd dat  de EPLF een grote aanhang heeft. Als je kijkt naar de landen om ons heen zoals Soedan, Ethiopië, Djibouti, Somalië etc. dan steekt Eritrea er met kop en schouders bovenuit, wat betreft de Millenium Development Goals.

Het is dus gek dat Eritrea zo eenzijdig wordt neergezet… als een mensenrechtenschender zonder respect voor mensenlevens. Eritrea heeft op gebied van gezondheid zoveel bereikt, educatie, landbouw  en andere basis behoeftes, dat zijn ook mensenrechten! Terwijl de Verenigde Naties dat erkent ziet mevrouw van Reisen dat niet. Ze negeert daarbij óók de bezetting van Eritrees grondgebied door Ethiopië. Waarom benoemt ze dat niet? Omdat van Reisen herhaaldelijk een eenzijdig en negatief beeld van Eritrea schetst, heeft dat zijn weerslag op het beleid dat gevoerd wordt ten opzichte van Eritrea. Daar helpt ze Eritrea dus niet mee. Het zou beter zijn als ze zou samenwerken om te kijken naar oplossingen.

Wil mevrouw van Reisen dat niet?

Nee, wat mevrouw van Reisen wil, komt heel duidelijk naar voren uit haar artikelen. Zoek het maar op: ze wil dat ambassades gesloten worden en dat diplomatieke banden verbroken worden. Ook criminaliseert ze Eritrese verenigingen en kerken zoals ze dat met mij heeft gedaan.

Het lijkt meer op haat zaaien dan werken aan oplossingen. Hoe kan ze bijvoorbeeld zeggen dat:

“In zijn algemeenheid  kan je stellen dat verkrachting een belangrijke manier is in de Eritrese gemeenschap om vrouwen monddood te maken”.

Dit gaat mijn pet te boven. Dat iemand dit zomaar kan roepen over een cultuur waar vrouwenrechten al eeuwen in wetten zijn vastgelegd en beschermd. Het verzet kende tijdens de Eritrese revolutie een vrouwenparticipatie van meer dan 30%. Dit is wederom een indicatie dat ze de Eritrese gemeenschap niet kent. Dat journalist Marjon Bolwijn van de Volkskrant hier niet op door heeft gevraagd, verbaast me eveneens.

Kan het niet zo zijn dat mevrouw van Reisen wil dat er een betere partij in Eritrea aan de macht komt in plaats van de huidige, regerende partij?

Dat zou best kunnen dat ze goede bedoelingen heeft, maar dat is niet realistisch en komt niet geloofwaardig over. Hoe kan je achter een betere Eritrea zijn als je alle banden wilt verbreken en extra sancties wil opleggen waar de bevolking de dupe van wordt?

Ik denk dat ze het verhaal van Eritrea niet kent en dat ze daarom met zulke analyses komt. Zij kijkt vanuit een Nederlandse bril naar Eritrea. Dan ga je waarschijnlijk niet veel goeds zien. Ze zou eerder moeten kijken hoe Nederland was toen het een natie aan het bouwen was of toen dat de 7 Nederlanden verenigd werden. Eritrea zit in dit proces van vereniging. Wat ik dan zie is dat er stappen worden gemaakt, al zijn het kleine stappen. Anders vergelijk je dus appels met peren.

Als ik dat aan haar probeer uit te leggen dan geloof ze dat niet en dat leidt er toe dat ik ga denken dat er een andere agenda aan het werk is, die van het imperialisme en neokolonialisme. Daarvoor hoeven we alleen in de regio te kijken om daar bewijs voor te vinden. Kijk bijvoorbeeld naar Ethiopië, Somalië, kijk naar Djibouti. Djibouti is compleet in handen van de Fransen, Amerikanen en binnenkort ook de Chinezen. Dat willen wij niet.

Daarnaast, als je net zoals mevrouw van Reisen van mening bent om nóg meer sancties Eritrea op te leggen, de banden te verbreken en de regering te verdrijven, dan denk ik niet dat je inziet of beseft hoe fragiel de situatie van Eritrea is. Het land bestaat uit 9 verschillende etnische groepen en 2 grote religies. Het heeft lang geduurd om deze verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar te brengen en in harmonie te laten leven. Wat mevrouw van Reisen doet, dreigt deze vrede en stabiliteit op te breken. En zal Eritrea honderd jaar terugzetten in de tijd. Wat ik zeg is, laten we Eritrea helpen om die positieve stappen te nemen, het land verder te ontwikkelen en zulke gevaarlijke acties te vermijden.

Kijk: ze beseft niet dat het mensen van vlees en bloed zijn die daar leven.  Ook familie van mij, mijn buren, vrienden met wie ik ben opgegroeid… dat die potentieel terecht kunnen komen in een burgeroorlog. Ze ziet dat gevaar niet in en hoeveel invloed haar adviezen heeft op het beleid van de Europese Unie of Nederland. Voor ons is het persoonlijk. Onze vrienden worden geraakt door zulke acties. Ze is voor meer sancties en dat leidt er toe dat onze vrienden en familie minder of geen eten op tafel kunnen zetten. Daar zullen we ons tegen verzetten.

Laten we naar terug gaan naar Nederland. Mevrouw van Reisen werd naar eigen zeggen achtervolgt

Waarom vraag je dat aan mij.

Zegt dat je niets?

Helemaal niks. Behalve dan dat ik het in de Volskrant las.

In datzelfde artikel wordt geïnsinueerd dat de achtervolging wellicht wel iets te maken zou kunnen hebben met de zaak die je tegen haar gestart hebt?

Hoe ze daarbij komen weet ik niet. Dat kun je beter aan de Volkskrant vragen. Het lijkt beetje op een James Bond-achtige verhaal. En zoals dat jij ook gelijk het idee hebt dat ik er iets mee te maken heb, is één van de redenen dat ik ze heb aangeklaagd voor smaad en laster. Dat doet ze in 3 artikelen, dat ze mij zo direct aanvalt.

De media is op zoek naar sensationele verhalen en mevrouw van Reisen heeft mij neergezet als het gezicht van het “Eritrees regime” dat haar achtervolgt. De Volkskrant heeft dat klakkeloos overgenomen. Kijk bijvoorbeeld naar hoe ze mij omschrijven: als een ‘Eritrëer’. Ik ben wel van Eritrese komaf, maar opgegroeid in Nederland. Ik ben hier naar school geweest, betaal hier me belasting, doe mee met de maatschappij en noem het maar op. Ik ben opeens de verpersoonlijking van de  Eritrese regering  geworden. Ze zoeken natuurlijk naar een gezicht maar dan kunnen ze gewoon contact opnemen met vertegenwoordigers van de regering. Lijkt mij niet zo moeilijk.

Denk je dat haar verhaal niet klopt?

Weet ik niet. Ik denk dat ze dat zelf ook niet zeker weet. Ze vraagt zichzelf ook in haar artikel af of het iemand van het “Eritrese regime” was. De Volkskrant op haar beurt vraagt niet door. Het is  bijvoorbeeld niet duidelijk of de Volkskrant bij de politie heeft nagevraagd of er aangiftes van een mogelijke achtervolging zijn ingediend. Ik vind het raar. Het komt op mij over als  een campagne om haar als slachtoffer neer te zetten en mij als de ‘dader’. Het komt eigenlijk neer op ongegronde  verdachtmakingen en aantijgingenen richting mijn persoon.

Zelfs journalist Kevin P. Robertson is slachtoffer geworden van deze verdachtmakingen en is zodoende bezig met een rechtzaak tegen de Volkskrant. Alleen maar omdat hij een donker persoon is die ook deze zaak aan het onderzoeken is. Imiddels hebben RTL 4 en OneWorld hun artikelen over ons gerectificeerd, omdat zij de stukken van de Volkskrant hadden overgenomen. Natuurlijk speelt racisme hier een rol.

Een “bedreigende” tweet?

En het is echt vreemd: ze ziet sommige tweets van mij als bedreigingen of intimidatie. Je kan het lezen en zelf checken: ik uit niets, maar dan ook niets wat op een bedreiging of intimidatie zou kunnen lijken. Wat ik niet begrijp is, sinds 2008 hebben we contact met elkaar en debatteren we. Indien ze zich echt bedreigd of geïntimideerd voelde door mij, waarom blokkeert ze me niet? Waarom tweet ze met me en blijft ze communiceren? Ze heeft zelfs Tweets van mij ge-retweet. Als ze zich echt bedreigd voelde zou ze me blokkeren.

Nieuwsuur maakte ook een item over de zaak die je tegen van Reisen gestart was. Daar kwam een oud-Eritrese minister (dhr. Dafla) aan het woord die het wél eens was met de hoogleraar.

Wie is hij? Ik kende hem niet.  Ik heb gehoord dat hij  ooit werkzaam was bij de Eritrese Airlines waar hij financieel manager was. Hij heeft ook schriftelijke verklaringen afgelegd voor Mirjam van Reisen alsof hij zou weten hoe YPFDJ Nederland werkt. Dit kon allemaal alleen op basis van wat hij zegt. Hij heeft niets overhandigd, alleen iets over een vermeende positie wat tot op heden nog steeds niet is vastgesteld.  Later heeft hij bij een Eritrese radio-uitzending zelfs nog toegegeven dat het zijn plan was om te pogen om mij als ‘extremist’ neer te zetten voor de zitting (27 januari), en dat was volgens hem ook gelukt.

Maar dat is interessant: hij sprak ook met EenVandaag en mocht zijn zegje ongestoord doen. Vervolgens namen ze contact met mij op. Mij stelde ze maar 3 korte vragen via e-mail.  De pers, omdat ze bang zijn om op de vingers getikt te worden door de Raad van Journalistiek of rechters, stelde mij even snel 3 korte vraagjes en that’s it. Dat is eigenlijk geen wederhoor. Sterker nog, de uitzending was allang af had ik later van iemand intern begrepen. We zouden evenveel tijd en kans moeten krijgen om ons verhaal te kunnen doen, maar die optie wordt ons bewust niet geboden.

Je had een rechtszaak van smaad en laster tegen haar aangespannen. Wat kwam daaruit?

De vorderingen die ik maakte zijn niet toegekend. Het belangrijkste was mijn verzoek tot rectificatie. De  rechter gaf aan dat er weliswaar geen bewijs is dat ik ‘de spil zou zijn van de inlichtingendienst van Eritrea’ zou zijn, maar aangezien ik de voorzitter van YPFDJ Nederland was, mocht mevrouw van Reisen mij wel aanmerken als ‘de spil’. Dat is raar, omdat ik haar persoonlijk heb aangeklaagd en niet vanuit de organisatie (de YPFDJ, red.).

Ik kan je verzekeren dat de YPFDJ ook niet behoort tot een inlichtingendienst, maar helaas is het een politieke proces geworden waarbij de rechter bijna geheel het verhaal van Mirjam van Reisen heeft overgenomen. Verklaringen van YPFDJ-leden zijn niet eens in de beoordeling meegenomen, terwijl verklaringen aan kant van Mirjam van Reisen dat wel waren.

Het is duidelijk dat van Reisen het wil doen overkomen alsof ze door de Eritrese overheid werd aangeklaagd. Het is zorgwekkend dat de media dit klakkeloos overnemen. In sommige landen wordt het als obstructie van de wet gezien, heb ik begrepen. In een radio uitzending zei van Reisen later dat ik haar hier in haar land kom aanklagen en dat ze hier boos over is. Huh? Wat moet ik dan doen om een conflict vreedzaam op te lossen? Mijn mond houden?  Dit is ook mijn land waar mijn familie en vrienden leven, waar ik mijn plichten nakom, maar ook mijn rechten opeis. Het zal waarschijnlijk voor van Reisen en voor de Nederlandse media even wennen zijn dat een Nederlander met een kleur ook rechten heeft zoals het mogen en kunnen aanklagen van een professor die zich niet rechtmatig opstelt. Dat is wat hier ten grondslag ligt: een acceptatieprobleem.

Ok, Meseret, dank voor je openhartigheid. Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten?

We gaan in hoger beroep om onze zaak verder aan te vechten. Daarnaast ben ik bezig met een mediabedrijf om stemmen die gemarginaliseerd worden een podium te geven. Met name voor de Afrikaanse diaspora en die hopen we zo spoedig mogelijk te releasen.

Meseret Bahlbi is te volgen op zijn blog en Facebook-pagina

(Nadat dit interview werd gehouden was Bahlbi bij radio EenVandaag in debat gegaan met Europarlementariër Judit Sargentini)

Pijn en lijden in Madaya, Syrië, voer voor oppositiepropaganda

Donderdag 7 januari 2016 kwam het bericht naar buiten dat burgers in de Syrische stad Madaya, ten westen van hoofdstad Damascus, veroordeeld zijn tot de hongerdood. Al Jazeera+ wijdde er een video aan en beweert dat er reeds bewoners zijn omgekomen door het gebrek aan eten en hulp. Volgens het medium is het gebrek ontstaan door een blokkade van hulpgoederen en is vermoedelijk opgelegd door de Syrische overheid (of de aan hen gelieerde groepen).

De realiteit is echter complexer dan dat. Zoals wel vaker is voorgevallen in de afgelopen vijf jaar, het is juist de oppositie die de condities van een tragedie creëert om vervolgens aan de hand van de reactie van de pro-Assad kamp de schuld op hen af te schuiven. Dat is een beproefde methode, die tevens ondersteuning krijgt van anti-Assad zenders zoals Al Jazeera. De in Doha gevestigd nieuwszender heeft in het verleden laten zien te fungeren als een megafoon voor propaganda van de Assad-oppositie, en doet dat met Madaya weer.

Map Syrië (Madaya ten westen van hoofdstad Damascus)

De situatie rondom Madaya
Om de situatie in Madaya te begrijpen is (een korte introductie van) de militaire context noodzakelijk. Grote delen ten westen van hoofdstad Damascus, aan de grens met Libanon, de Qalamoun Bergen, kwamen na het begin van de opstand in controle van allerlei terroristische groeperingen. Denk hierbij aan de aan al-Qaida gelieerde milities Jabhat an-Nusra en Ahrar ash-Sham (AS).

Om dit strategisch gebied te bevrijden startte Hezbollah, in samenwerking met het Syrische leger, midden 2015 een groot offensief tegen alle terroristische groeperingen die actief zijn in die regio. Inmiddels zijn de Qalamoun Bergen grotendeels bevrijd.

Sinds eind september 2015 is een wapenstilstand onderhandeld tussen Hezbollah en het leger en de oppositie. Dit betreft de regio’s van Zabadani (waaronder ook Madaya) en het noordelijk gelegen Foua en Kefraya. In beide regio’s wordt de oppositie gedomineerd door Jabhat an-Nusra en AS – beiden zijn gelieerd aan al-Qaida. Ook facties van het Vrije Syrische Leger collaboreren met de terreurgroepen.

Madaya (alsmede Zabadani) zijn sindsdien omsingeld door de pro-Syrië groepen en in controle van de al-Qaida gelieerde doodseskaders. Deze terroristische groeperingen zijn feitelijk de baas in Madaya en regeren over een populatie van tussen de 20 en 30.000.

Waar zijn de hulpgoederen gebleven?
De berichtgevingen van Al Jazeera insinueren dat de blokkade van voedsel en hulp het werk is van de regering in Damascus. Het argument blijkt bij nadere inspectie niet te overtuigen. Hulporganisaties die actief zijn in Syrië – dat wil zeggen, die daar zijn met toestemming van en in samenwerking met Damascus – hebben namelijk meermaals aangegeven  dat de Syrische overheid humanitaire hulp en medicijnen heeft toegelaten. Zo maakte de VN in een statementgepubliceerd op 18 oktober 2015 bekend dat er humanitaire – en medische hulpgoederen geleverd zijn aan de burgers van Madaya (en Zabadani, Fua en Kefraya). In de statement staat het volgende hierover:

The humanitarian and medical supplies to Zabadani and surrounding towns were delivered from Damascus

Anders gezegd, de hulpgoederen zijn vanaf overheid gecontroleerde gebieden vertrokken én afgeleverd in Madaya (dat nabij Zabadani gelegen is). Oftewel, de Syrische overheid liet toe dat er hulpgoederen werden gedropt en werkte mee aan het humanitair programma.

In reactie op de berichtgevingen van mogelijke hongerdood in Madaya zegt de woordvoerder van de Internationaal Comité van het Rode Kruis, in gesprek met Mayadeen TV, dat de hulporganisatie inderdaad midden oktober 2015 daar voor het laatst goederen hadden afgeleverd. Ook namen ze aan dat het voldoende zou zijn voor twee maanden (dat wil zeggen, tot eind december 2015).

Daarnaast heeft Damascus meermaals geprobeerd om zieken en gewonden te evacueren van Medaya. The Guardian schreef op 29 december 2015:

Under the terms of the deal, (…), 126 people were evacuated from Zabadani and Madaya by land to Lebanon and then taken to Beirut where they were flown to Turkey.

Dat geeft aan dat de Syrische overheid meewerkt met de oppositiegroepen ten behoeve van de hulpvragers. Dit zou niet mogelijk zijn geweest indien Damascus een beleid voerde om de bewoners van Madaya en omstreken te ‘straffen’ en uit te hongeren, zoals beweerd wordt door de oppositie.

De vraag die rest is: wat is er met de hulp gebleven?

Wie blokkeert wat?
Om een antwoord op bovengestelde vraag te geven is het nodig om Madaya vanuit de huidige militair-politieke context te benaderen. Zoals eerder gezegd, Madaya wordt gecontroleerd door Jabhat an-Nusra en Ahrar ash-Sham. Met andere woorden, twee terroristische groeperingen die overal in Syrië chaos en verwoesting met zich hebben meegebracht.

De al-Qaida gelieerde doodseskaders hebben zich o.a. schuldig gemaakt aan: het onthoofden van burgers; minderheden levend verbranden in ovens; vrouwen executeren vanwege beschuldigingen van overspel; burgers als menselijk schild te gebruiken.

Het wijst erop dat ook het onthouden van vitale hulpgoederen ook op de rekening van Jabhat an-Nusra en Ahrar ash-Sham bijgeschreven kan worden. In deze video (geüpload op 6 januari 2016) is te zien hoe burgers zich uitspreken tegen de blokkade van voedsel tegen de aanwezige militanten. ‘Heb jij niet honger? Wij hebben honger!’ is één van de demonstranten horen te zeggen. Dit geeft aan dat de bewoners van Madaya het gevoel hebben dat er voedsel en hulp is en deze aan hen onthouden wordt.

Soortgelijke beschuldigingen tegen de oppositie waren ook te horen bij een demonstratie in Madaya gedateerd 29 november 2015. In deze video is de nationale vlag van Syrië te zien en zijn overduidelijk pro-Assad en leger kreten te horen alsmede hun afkeer van de oppositie naar wie ze als “terroristen” refereren. De burgers van Madaya laten hiermee zien dat ze de oppositie verwerpen en aan kant van Damascus scharen.

Daarnaast is in een andere video (geüpload 30 november 2015), vermoedelijk van dezelfde demonstratie in Madaya, te zien dat de burgers hun steun uiten voor het Syrische leger en Hezbollah. Bekende pro-Damascus leuzen als ‘Allah, Souria, Bashar ou bas’ zijn te horen. Dat wil zeggen, vijf weken voordat het bericht van uithongering in Madaya naar buiten kwam (dwz, 7 januari 2016) waren er nog pro-Assad en Hezbollah demonstraties gehouden in Madaya.

Hieruit valt te concluderen dat er tussen de burgers van Madaya pro-Assad facties bevinden én anti-oppositie zijn. De logische vraag die volgt is waarom het Syrische leger deze burgers, die aan hen zijde staan, zou uithongeren zoals de berichtgevingen van al-Jazeera en co doet suggereren?

Hezbollah, een pro-Syrië beweging actief in die regio, laat indirect weten dat er wel sprake is van een belegering op de stad Madaya. Dat is echter in reactie op de aanvallen op de troepen van Hezbollah en het Syrische leger vanuit Madaya. De stad fungeert dus als een uitvalsbasis en daarmee is de oppositie in overtreding van de in september overeengekomen wapenstilstand. Een andere overtreding van de wapenstilstand is de belegering dóór de oppositie op de noordelijk gelegen (civiele) dorpen van Foua en Kefraya. Oftewel, de oppositiegroepen bestoken burgerdoelwitten en weigeren ze van belangrijke hulpgoederen te voorzien. Hierdoor staat de wapenstilstand op nog lossere schroeven en dat creëert volgens het hoofd van de Syrische Halve Maan, in gesprek met al-Masdar News, een onwerkbare situatie om de toevoer van humanitaire hulp te garanderen. De Libanese verzetsbeweging ontkent echter alle aantijgingen dat het de burgers van Madaya zou uithongeren.

Daarnaast laten bovengenoemde video’s zien dat het de oppositie is die weigert om Madaya te voorzien van voedselpakketten en andere hulp. De hulporganisaties hebben bevestigd dat er in oktober voldoende voedsel- en hulppakketten afgeleverd waren voor twee maanden. Deze zijn echter niet aangekomen bij de lokale burgers. Daarbij laten de video’s zien dat de burgers van Madaya de oppositie smeken om voedsel en hulp. Deze wanhoop wordt genadeloos uitgebuit door de oppositiegroepen daar ze volgens meerdere berichten op sociale media woekerprijzen hanteren voor basis hulpgoederen als rijst, melk en bloem. Dit komt erop neer dat de oppositie enerzijds de burgers van Madaya uithongert en anderzijds ze uitbuit.

Uithongeren in de hoop voor westerse interventie
Wat motiveert de al-Qaida gelieerde doodseskaders om de overdracht van hulpgoederen te weigeren? De terroristische groepen doen dat volgens Hezbollah, omdat ze 1) grof geld willen verdienen aan de in het nauw gedreven burgers van Madaya en 2) dat inzetten als een propaganda campagne tegen Syrië en het verzet. Ook is het een teken van hun dovende macht en dat ze de wanhoop nabij zijn.

Dit is echter niet de eerste keer dat de oppositie haar toevlucht zoekt tot dergelijk brute en wrede tactieken. Het onthouden van voedsel en hulp aan burgers is namelijk eerder toegepast door o.a. de in Douma gevestigde Jaish al-Islam en Nusra Front in Yarmouk.

In het geval van Yarmouk hebben oppositie ‘rebellen’, op meerdere momenten tijdens de bijna vijf jaar durende oorlog, hulpgoederen geweigerd aan de inwoners van de kamp, die voornamelijk bevolkt is (was) door nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen. Dit deden ze telkens als ze in het nauw gedreven waren door de pro-Assad groepen (waaronder de Palestijnse verzetsbeweging PFLP).

Om de opmars van de pro-Assad krachten te stoppen creëerden de terroristische groeperingen in Yarmouk zelf een humanitaire catastrofe door o.a. voedsel- en hulppakketten te weigeren aan de inwoners van de kamp. Op deze wijze vestigt de oppositie de aandacht van de internationale gemeenschap op de inhumane gevolgen van de blokkade. De pro-Assad krachten zijn dan vervolgens genoodzaakt om de bevrijding van Yarmouk tot een halt te brengen.

Een ander samenhangende tactiek van de oppositie is om president Assad verantwoordelijk voor de humanitaire ramp te houden (zoals hier, met betrekking tot Yarmouk).

Deze brute tactiek werd echter gelijk doorzien en verworpen door Palestijnse autoriteiten. Zo zei Anwar Raja, lid van de Palestijnse verzetsbeweging PFLP-GC, tegen RT dat oppositiegroepen als Jabhat an-Nusra handelen over de ruggen (of beter gezegd, magen) van het volk:

 They want to say to the world: ‘See: the people are hungry.’ It’s like the residents are kidnapped inside their own camp, inside their own home, and the militants are negotiating over them, negotiating their souls,”

Raja zegt verder over het (politiek) doel van deze barbaarse praktijken het volgende:

They claim that the Syrian state is besieging Palestinians in the camp. They want to invert the image and the truth, saying that the Syrian government is part of the killing force, as they don’t do anything to protect the people. They want people to hate the regime.”

Kortom, het weigeren van voedselpakketten en hulp is een koelbloedig, gecalculeerde zet van de oppositie om 1) de burgers van Madaya te straffen voor hun loyaliteit aan het leger en Damascus, 2) ze af te persen voor grote sommen geld, 3) de Syrische overheid (en de aan haar gelieerde groepen) te demoniseren in de ogen van de wereld en 4) een poging om de opmars van de pro-Assad krachten tot een halt te brengen.

Megafoon voor oppositiepropaganda
Het is echter niet alleen de oppositie in Syrië die zich schuldig maakt aan deze hevige verdraaiing van feiten. Al-Jazeera, die de video samenstelde en binnen 24 uur meer dan 40 miljoen views genereerde, zit diep embedded met de terroristische groeperingen. Het medium is gevestigd in en wordt gefinancierd door Qatar. Het is een publiek geheim dat de regeerders van de oliestaat, de koninklijke familie al-Thani, de in Syrië gevestigde al-Qaida gelieerde doodseskaders steunen.

Eerder stapten daarom aan het begin van de Arabische Opstand topjournalisten van de zender op. Ze waren het oneens met de partijdigheid van het in Doha gevestigd medium. Recentelijk nog kwam uit een gelekte e-mail naar voren dat Al Jazeera haar redacteuren opdraagt om niet meer naar Jabhat an-Nusra te referen als “al-Qaida”, maar als “rebellen”. Dit zou het conflict onnodig “complex” maken. Of, het zou duidelijk maken dat al-Jazeera en Nusra feitelijk collega’s van elkaar zijn daar ze betaald worden door dezelfde werkgever.

De geniepige rol van Al Jazeera gaat verder dan het promoten van terroristische groeperingen. In het geval van Madaya heeft de Qatarese nieuwszender foto’s verspreid waaruit zou blijken dat de burgers van het belegerd Syrische stad op sterven na dood zijn. Later bleek dat deze foto’s van het internet geplukt waren.  Ook het hoofd van het Internationale Comité van het Rode Kruis bevestigde dat. Het medium laat hiermee zien dat ze inderdaad positie nemen in de oorlog tegen Syrië.

Dat wordt ook duidelijk in de selectie van burgers die Al Jazeera waardig genoeg acht om over te rapporteren. Twee dorpen gelegen in het noordelijke provincie Idlib, Foua en Kefraya, worden namelijk sinds maart 2015 belegerd door Jaish al-Fatah – een takfiri alliantie bestaande uit hoofdzakelijk Ahrar ash-Sham, Jabhat an-Nusra, maar ook het Vrije Syrische Leger. Dit collectief heeft sindsdien duizenden raketten afgevuurd op burgerdoelwitten en tientallen vrouwen en kinderen vermoordt. Tevens weerhoudt het humanitaire hulp en medicijnen aan de burgers van de twee dorpen, net zoals hun takfiri kameraden dat doen in Madaya. In deze video is te zien dat demonstranten die blokkade zat zijn en het Syrische leger eisen om harder in te grijpen tegen deze terroristen. Hierover helaas weinig tot geen berichtgeving, omdat zenders als Al Jazeera hun pijn en lijden niet kunnen ge- of misbruiken voor politieke doeleinden én ze niet deel uitmaken van de dominante religieuze denominatie (ie. het zijn sjiieten).

Wapens als hulp voor de oppositie?
Het positieve aan de aandacht voor de pijn en het lijden van de burgers van Madaya is dat er druk gecreëerd is om hulpgoederen aan niet alleen de belegerde stad te leveren, maar ook Zabadani, Foua en Kefraya. Echter, dit moet ook met argusogen bekeken worden. Zo meldde al-Akhbar in 2013 dat de Qatarese tak van de Rode Halve Maan feitelijk de bewapening van takfiri doodseskaders financierde en de (door mysterieuze omstandigheden omgekomen) PressTV reporter, Serena Shim, documenteerde in 2014 hoe humanitaire hulpkonvooien heimelijk wapens en andere illegale waren vervoerde naar terroristische groeperingen. Humanitaire hulp kan dus gebruikt worden als een vehikel om stiekem wapens en ander militaire hulp door te sluizen naar de oppositie — die compleet gedomineerd wordt door takfiri doodseskaders.

Zolang de levering van hulpgoederen gecoördineerd wordt met de officiële autoriteiten is de kans echter wel groot dat de Syriërs verlicht zullen worden van hun onmenselijk lijden… al is dat waarschijnlijk wel tijdelijk totdat de volgende ‘Madaya’ gecreëerd is.