(Dit is een oud stuk uit juli 2015)

Turkije heeft besloten om actie te ondernemen tegen de Islamitische Staat (IS of Daesh). Aanleiding was de door IS gepleegde aanslag in Suruc, waarbij 32 Koerdische socialisten omkwamen. Een aantal van die maatregelen zijn: aanvallen op IS-doelen in Syrië, het arresteren van jihadisten (en Koerdische socialisten) én toestemming verlenen aan Washington om haar Incirlik luchtmachtbasis in gebruik te nemen (in strijd tegen IS). Hiermee wekt het Erdogan regime de indruk dat ze (eindelijk) bereid zijn om tegen Daesh op te treden — na jaren van een dubieuze verstandhouding.

Genoemde maatregelen zullen echter ontoereikend zijn om de terreurgroep te stoppen. Ankara maakt gebruik van het momentum (voortvloeiend uit de IS-aanslag) om aan haar eigenlijke doelstellingen te werken:

  1. Voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen haar populariteitscijfers te verhogen (in navolging van een parlementaire meerderheid);
  2. Het ondermijnen van de Koerdische bewegingen in zowel Turkije als Syrië;
  3. Ter aanvulling op vigerend beleid met betrekking tot Syrië.

Alle politiek is lokaal
Het bekende adagium ‘alle politiek is lokaal’ is een handige vertrekpunt om de daadwerkelijke redenen van de anti-IS maatregelen te achterhalen. Tijdens de algemene verkiezingen van 7 juni 2015 kwam de AKP als winnaar uit de bus kwam, maar verloor het haar hegemonische status. De AKP ging van 327 zetels naar 258, en behaalde voor het eerst geen meerderheid in het parlement. Die afname was mede te danken aan het buitenbeleid dat de regerende partij de afgelopen jaren gevoerd heeft, in het bijzonder: Syrië.

In haar streven om de ontwikkelingen in naburig Syrië naar eigen voordeel te sturen beroepte Turkije zich op allerlei rebellengroepen. Een aantal van die rebellengroepen gingen later deel uitmaken van IS. Toen deze terreurgroep haar pijlen ging richten op de Koerdische volkeren in zowel Syrië als Irak, kwamen de spanningen tussen de Koerden en Ankara weer eens tot een hoogtepunt; met name toen Daesh, in september 2014, de Syrisch-Koerdische plaats Kobani/Ayn al-Arab aanviel. De Koerden verweten het Turkse leger ook om toe te kijken zonder in te grijpen én Turks-Koerdische hulp aan hun Syrische verwanten te blokkeren.

Dit motiveerde de Turkse Koerden om hun stem in de afgelopen verkiezingen niet op de zittende regering (AKP) uit te brengen, maar op de (pro-)Koerdische HDP — momenteel de vierde partij in het parlement, geleid door de Koerdische socialist Demirtas. Hierdoor kwam de AKP voor het eerst zonder parlementaire meerderheid te zitten en laakt het daarmee het benodigde mandaat om haar beleid voort te zetten.

Dit betekent echter niet dat de AKP zich bij de verkiezingsuitslagen heeft neergelegd. Sterker nog, de AKP gaat voor een tweede ronde. Dat wordt duidelijk in de houding die president Erdogan sindsdien heeft aangenomen; de Turkse leider heeft de vorming van een nieuwe regering herhaaldelijk weten te vertragen en daarmee schijnt Erdogan licht op zijn tot dan verborgen ontwerp: het (demissionair) kabinet stuurt aan tot nieuwe verkiezingen. De AKP-leiders ontkennen dat zelf ook niet, zoals Turkije-kenner Peter Edel pent in een recente column:

‘Aldus liet Davutoglu doorschemeren dat nieuwe verkiezingen nog altijd de voorkeur hebben voor de AKP, iets waar Erdogan eerder ook al op zinspeelde.’

De maatregelen tegen IS vervullen in dit licht een tweeledige functie: 1) het is een poging om, voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen, verloren stemmers terug te winnen; 2) het dient als een dekmantel om de socialistische Koerden te verzwakken én staat in dienst van haar Syrië-beleid.

Ongeloofwaardig

Erdogan heeft na jaren protest van de oppositie besloten om actie tegen Daesh te ondernemen. Het heeft in de afgelopen dagen o.a. aanvallen op IS-doelwitten uitgevoerd, IS- militanten opgepakt en een plan onthuld om de grens met Syrië te bewaken. Hiermee wil het demissionair kabinet aantonen dat het inderdaad toegewijd is om de Koerden te beschermen, maar de huidige maatregelen zullen daarvoor ontoereikend blijken.

Een aantal maatregelen die niet ondernomen worden maar bewezen zijn in het bestrijden van IS, zijn: 1) de levering van wapens (door de Turkse grens) naar IS-milities tot een halt roepen, 2) actoren steunen die een CV in het decimeren van Daesh hebben opgebouwd (ie. Koerdische volkseenheden, Syrië, Iran, Hezbollah & Irak) en 3) landen direct verantwoordelijk voor de opkomst van IS, zoals Saoedi-Arabië, bekritiseren en diens steun aan de terreurgroep laten stoppen.

Bovendien zou Turkije ook moeten stoppen om de rebellengroepen te steunen die op hun beurt weer al-Qaida gelieerde doodseskaders steunen (zoals Jaish al-Fatah, eerder uitgelegd hier).

Anti-IS of Koerdisch?
Het tweede doel van de anti-IS maatregelen hebben niet alleen met de takfiri terreurgroep te maken, zoals dat ook duidelijk wordt uit onderstaand statement van de Turkse premier Davutoglu:

“The State of the Turkish Republic is adamant on fighting all terrorism without distinction as it has always done, be it the terrorist organisation of Daesh [Isis], the terrorist organisation of the PKK or any other international terrorist organisation,”

Dit verklaart waarom de Turkse autoriteiten tijdens haar invallen op IS-locaties óók Koerdische socialisten heeft gearresteerd, waarbij er één Koerdische DHPK/C-militant is omgekomen (tegenover nul jihadisten). Ankara probeert hiermee twee vliegen in één klap te slaan. Enerzijds breekt het de ontwikkeling van een sterke Koerdische beweging in Turkije en ondermijnt het de vorming van een autonome Koerdistan in Syrië, en anderzijds boost het haar populariteitscijfers door naast terreurgroep IS ook de PKK in het vizier te hebben (die door het Turkse regime geclassificeerd wordt als een terroristische organisatie). Anders gezegd: de AKP probeert het Turkse volk achter zich te krijgen door twee terreurgroepen te bestrijden.

Deze aanpak is des te meer opmerkelijk (en getuige van realpolitik), daar de 32 gedode Koerdische socialisten bij de IS-aanslag in Suruc, dezelfde ideologie delen als de Koerdische socialisten die gearresteerd worden door het Erdogan regime én óók bezig waren om hun Syrische verwanten in het door YPG gerunde Kobani/Ayn al-Arab te helpen!

De rol van Syrië

Ankara heeft ook de IS-aanslag in Suruc in dienst van haar buitenlandbeleid weten te construeren. Het uit de aanslag voortvloeiende (politieke) momentum is gebruikt om acties tegen IS-doelen in Syrisch grondgebied te rechtvaardigen, en zo legitimeert Ankara haar militaire aanwezigheid in Syrië. Dit brengt haar dichterbij haar plan om Syrië te ondermijnen (uitgelegd hier).

De Turkse leider heeft in de afgelopen jaren meerdere malen gepoogd om een casus belli voor militaire interventie in Syrië te creëren; case in point is het plot om de tombe van Süleyman Sjah — die sinds kort geleden op Syrisch grondgebied te vinden was — op te blazen. In maart 2014 kwam uit gelekte audiogesprekken tussen hooggeplaatste officials, waaronder de huidige premier Davutoglu, naar voren dat Ankara van plan was om de tombe van de vaderfiguur uit de Ottomaanse geschiedenis te vernietigen, om daarmee steun voor militaire interventie te legitimeren. Tevens blijkt uit de gesprekken dat ze hiermee de NAVO wilden dwingen om een no-fly-zone in te stellen.

Het lijkt erop dat dit nog steeds het werkend beleid is. Dat blijkt uit de recente deal die Turkije met Washington afgesloten heeft. In ruil voor Noord-Amerikaanse toegang tot haar luchtmachtbasis in Incirlik, heeft het Obama regime toezegging gedaan om een buffer- en no-fly-zone in Syrië in te stellen. Dit is een lang opgehoopte wens van Erdogan . Hiermee tracht Ankara om een stuk Syrisch grondgebied eigen te maken, waarmee 1) een autonoom Syrisch-Koerdistan ondermijnd kan worden en 2) wapens en strijders (zonder Syrische en buitenlandse inmenging) vrije doorgang geboden kan worden om het verloop van de ontwikkelingen in het Syrische conflict zoveel mogelijk naar haar voordeel te sturen.

Kortom, hoewel Turkije vanuit haar officiële kanalen beweert dat haar maatregelen bedoeld zijn om IS te verzwakken, zijn de effectieve doelstellingen het volgende: 1) het vergroten van haar waarderingscijfers vergroten in de hoop om een parlementaire meerderheid af te dwingen bij de volgende verkiezingen, 2) de macht van de Koerdische bewegingen/actoren in zowel Turkije als buurland Syrië te verzwakken en 3) ter aanvulling op vigerend buitenlandbeleid met betrekking tot Syrië.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s