De geopolitieke context van de Atatürk Airport terreuraanslag: cui bono?

Er is inmiddels al veel en vanuit verschillende hoeken geschreven over de terreuraanslag op Turkije’ grootste vliegveld, Atatürk Airport. Het geopolitieke aspect is echter wat me enorm interesseert. Hoewel er meerdere aanslagen zijn gepleegd in het afgelopen jaar, steekt deze, op het vliegveld, er boven uit. Dit heeft te maken met de geopolitieke context waarin deze aanslag gebeurd en de politieke geschiedenis van Turkije.
In de afgelopen weken was namelijk de contouren van een nieuw Turks (en post-Davutoglu) buitenlandbeleid op te merken, door: 1) het ontslaan van premier en tevens architect van Erdogan’s (voormalig) buitenlandbeleid, Ahmet Davutoglu; 2) normalisatie met Israël en 3), wellicht wel belangrijkste, rapprochement met Moskou.
Wat dan, heeft de aanslag met deze veranderende geopolitieke context te maken?
Geopolitieke prikkels
Om op bovengestelde vraag antwoord te geven moet als eerst onderzocht worden waar Ankara naar streeft. Oftewel, wat heeft de nieuwe geopolitieke context doen verschuiven?
De regering-Erdogan volgt wat sommige analisten een “neo-Ottomaanse” beleid noemen. Kort gezegd: Turkije moet volgens deze visie streven om haar eens verworven status als regionale grootmacht te heroveren. Davutoglu noemde deze zoektocht een “great restoration”.
Binnen dit kader, en in de context van de ontwikkelingen rondom Syrië, heeft de regering-Erdogan de volgende doelstellingen opgesteld:
  1. Turkije te positioneren als centrale doorvoerland tussen Europa en Azië;
  2. Het voorkomen van de vorming van een Koerdische staat in het noorden van Syrië

Betreft punt 1): De oorlog in Syrië is in vele opzichten een energie-oorlog. Syrië vormt door haar geostrategische ligging, net als Turkije, een belangrijke kruising in de energienetwerken, met name voor gaspijplijnen vanuit Iran en Qatar, en Erdogan wilt dat die pijplijnen, op weg naar de Europese markten, eerst langs Syrië en vervolgens Turkije gaan lopen. Daarmee hoopt Ankara haar machtspositie te vergroten. De Syrische president, Bashar al-Assad, had daar andere plannen over: hier meer daarover.

Dat was één van de hoofdredenen voor Erdogan om Assad te verdrijven en vervangen met een onderdanige cliëntregime, middels een bonte verzameling aan gematigde tot al-Qaida gelieerde milities (waaronder Jabhat an-Nusra en Ahrar ash-Sham). Recente ontwikkelingen hebben Ankara echter gedwongen om het vigerend beleid te herzien. Een aantal van deze ‘push’-factoren zijn:
  1. Economische vooruitzichten zijn somber;
  2. Oorlog met PKK destabiliseert het land en heeft 200.000 vluchtelingen veroorzaakt;
  3. Extreme toename IS-aanslagen en andere, terroristische groeperingen;
  4. Russische interventie in Syrië heeft ervoor gezorgd dat Assad voorlopig nog aan de macht blijft (het verdrijven van de Syrische leider was één van de hoofdprioriteiten van Erdogan);
  5. Toetreding tot EU loopt op niets uit;
  6. 2+ miljoen Syrische vluchtelingen legt hevige druk op het land;
  7. Syrische Koerden zijn hard op weg om een eigen staat te vormen in noord-Syrië — een rode lijn voor de Turkse staat.

Betreft punt 2): in de afgelopen weken en maanden is gebleken dat Noord-Amerikaanse, Britse, Duitse en Franse special forces op dit moment aanwezig zijn in noorden van Syrië (ie. zonder toestemming van de regering in Damascus). Ze vechten daar zij aan zij met de Koerdische groepen tegen terreurgroep IS.

Die westerse aanwezigheid (in het noorden van Syrië) wordt door zowel Damascus als Ankara met argusogen bekeken. Zij zien daarin impliciete support áán én vóór een (semi-)onafhankelijke Koerdistan. Dat is iets waar zowel Ankara als Damascus niet willen en zullen laten toestaan. President Assad heeft namelijk al aangegeven alle (verloren) terrein terug te willen heroveren en de vorming van een Syrisch-Koerdistan wordt door Turkse beleidsmakers gezien als een bedreiging voor haar territoriale integriteit.

Anders gezegd: Turkije als Syrië zien binnen een prospect Syrisch-Koerdistan gemeenschappelijke doelen. Het is in dit perspectief dat de heimelijke onderhandelingen tussen Turkse en Syrische officials (gestart sinds april 2016 via Algerije) bezien moet worden: beide partijen proberen hun oppositionele beleid tegen de Koerden te harmoniseren.

Samenvattend: twee van Turkije’ hoofddoelen zijn in de afgelopen periode in gevaar gekomen: 1) het positioneren van Turkije als een cruciale doorvoerland en 2) de vorming van een Syrisch-Koerdistan.

Genoeg prikkels voor Erdogan om van beleid te veranderen, en dat deed hij ook:
  • sinds april 2016 praat Ankara weer met Damascus, dit gebeurde met hulp van Algerije.
  • het afzetten van Davutoglu, de architect van het voormalig buitenlandse beleid van Erdogan.
  • normalisatieproces op gang gezet met Israël ondanks een lopende rechtszaak (mbt het humanitaire schip Mavi Marmara, het liquideren van Turkse activisten en het opheffen van de blokkade op Gaza).
  •  excuses geboden aan Poetin voor het neerhalen van de Russische gevechtsvliegtuig (november 2015).
De (Euraziatische) toon is gezet
Turkije zette hiermee stappen naar een meer gebalanceerd buitenlandbeleid, als brug tussen Europa en Azië. Dat wordt onder meer weergegeven in de (militaire) allianties die Ankara wil aangaan: Turkije is reeds lid van de NAVO en meldde zich in 2015 aan om ook lid te worden van de Aziatische variant (de (Chinees-Russische geleide) Shanghai-samenwerkingsorganisatie). Dit weerspiegelt het streven van Turkije om zich te positioneren als verbindende natie tussen Oost en West.
Binnen dit raamwerk moet de rappochement met Rusland en normalisatie met Israël gezien worden: het verdiepen van het Euraziatische integratieproces. Dat wordt gedaan onder meer gedaan door de gaspijplijn met Israël te herstarten en, belangrijker nog, ook die met Rusland (genaamd Turk Stream). De Russische gaspijplijn zal worden verbonden met het zuidoosten van Europa, waardoor Turkije dichterbij haar “neo-Ottomaanse” streven zal komen om zich als cruciale doorvoerland te positioneren (kort omlijnd hierboven).
Erdogan’s re-oriëntatie moet echter ook niet overschat worden: Turkse militaire eenheden staan nog steeds klaar langs de Syrische grenzen en de veiligheidsdiensten faciliteren nog steeds de bonte verzameling aan jihadisten naar Syrië. Cruciaal is echter dat de toon gezet is.
Turkse re-oriëntatie versus aanslag airport
Hoe kruist deze Turkse geopolitieke re-oriëntatie met de terroristische aanslag op Atatürk Airport?
Een voorbeeld uit het verleden wordt gehaald om deze aanslag in perspectief te plaatsen: de eerste coup in Turkije was tegen de regering van Adnan Menderes (Democratische Partij). Deze coup, uitgevoerd door het leger, was gedaan omdat Menderes ontevreden was over de macht en invloed van de VS over de Turkse veiligheidsdiensten. Tevens uitte hij kritiek uit op de structurering van het westerse alliantiesysteem en zocht derhalve toenadering tot de Sovjet-Unie, zoals hier uitgelegd wordt:
“As a matter of fact, Menderes was not content with the structure and control the CIA had within Turkey’s National Intelligence Organization (MİT). The U.S. even paid MİT officers’ salaries. Menderes’s visit to Moscow in order to prevent the intervention and find support for his cause irritated the U.S. Moreover, Menderes’s collaboration with Iran, Iraq and Pakistan via the Central Treaty Organization (CENTO) scared the U.K.”
Dat was aanleiding voor de coup. Nadat de coup succesvol was verlopen, spraken de coupplegers onmiddelijk hun steun uit voor en om onderdeel te blijven van het westerse alliantiesysteem:
“Our goal is the full observance of the U.N. Charter and Universal Declaration of Human Rights. Great Atatürk’s ‘Peace at home, peace at world’ principle is our flag. We are loyal to all our alliances and commitments. We are a part of NATO and CENTO,”
Dit was aanleiding voor vele analisten om te suggereren dat deze coup uitgevoerd werd op goedkeuren én bevel van Washington. De vraag is: is een zelfde model toegepast op Turkije? En indien dat het geval is: wat staat Erdogan en Turkije nog meer te verwachten?
Advertenties