Wikileaks Clinton #email-gate: Israël wil Assad weg om Iran, Google biedt hulp

De gelekte mails van presidentskandidaat Hillary Clinton blijven verbazen. In een recente patch uitgebracht door Wikileaks wordt unieke inzage gegeven in de binnenste werkingen van Washington. Een deel van die vrijgegeven mails dateren uit de tijd dat Clinton nog minister van Buitenlandse Zaken was; met betrekking tot de oorlog in Syrië wordt uit de mails duidelijk dat de bondgenoten van de VS, waaronder Israël, haar adviseerde vóór regime change in Damascus. Ook interessant — maar niet geheel verrassend — is dat Washington daarbij ondersteuning kreeg van techgigant Google.

Israël’s voornaamste zorg
Volgens een gedeclassificeerd document verstuurd naar mevrouw Clinton (gedateerd december 2012) bekijkt Tel Aviv de ontwikkelingen in buurland Syrië met argusogen aan. Deze zorgen hebben niet zozeer te maken met de humanitaire gevolgen van de opstand, maar over het verliezen van haar dominante machtspositie in de regio.

Die dominante machtspositie wordt in grote mate mogelijk gemaakt doordat Israël de enige speler in het Midden-Oosten is met nucleaire capaciteiten. Mocht die status quo veranderen, omdat ook Iran nucleaire wapens weet te bemachtigen, dan zou dat tot een fundamentele herwijziging van de machtsbalans leiden. Een dergelijk scenario wil Israël absoluut voorkomen, zo blijkt uit het document.

De oorlog in Syrië en Iran’s nucleaire programma mogen dan op het oog ongerelateerd lijken, zo staat er in het document, maar mocht Teheran tóch nucleaire wapens in handen weten te krijgen, dan zou dit tot het volgende als gevolg hebben:

a precarious nuclear balance in which Israel could not respond to provocations with conventional military strikes on Syria and Lebanon, as it can today.

En:

If Iran were to reach the threshold of a nuclear weapons state, Tehran would find it much easier to call on its allies in Syria and Hezbollah to strike Israel, knowing that its nuclear weapons would serve as a deterrent to Israel responding against Iran itself.

Dat is dus de reden waarom Assad uitgeschakeld moet worden, namelijk: Syrië is de brug naar het Libanese verzet; bewegingen als Hezbollah worden allen getraind, bewapend en gefaciliteerd door Syrië (met hulp van Iran). Daarom scharen Israëlische leiders zich achter de val van de Assad-regering, om die strategische alliantie tussen Hezbollah, Syrië en Iran te breken.

Washington zou dat (volgens het document) kunnen doen door de volgende stappen te ondernemen:

“Washington should start by expressing its willingness to work with regional allies like Turkey, Saudi Arabia, and Qatar to organize, train and arm Syrian rebel forces.

The announcement of such a decision would, by itself, likely cause substantial defections from the Syrian military.

Then, using territory in Turkey and possibly Jordan, U.S. diplomats and Pentagon officials can start strengthening the opposition.

Zoals deze schrijver eerder heeft beargumenteert, Iran vormt inderdaad het primaire doelwit in de oorlog in Syrië én de opstand wordt mede mogelijk gemaakt door de buurlanden van Syrië (eg. Turkije, Saoedi-Arabië, Jordanië en Qatar).

Fragment uit het gedeclassificeerd document uit juli 2012

De strategische voordelen — die het waard zijn om in het geheel te citeren — van het verdrijven van president Assad worden in de brief als volgt opgesomd:

– Iran would be strategically isolated, unable to exert its influence in the Middle East.

– The resulting regime in Syria will see the United States as a friend, not an enemy.

– Washington would gain substantial recognition as fighting for the people in the Arab world, not the corrupt regimes.

– For Israel, the rationale for a bolt from the blue attack on Iran’s nuclear facilities would be eased.

– And a new Syrian regime might well be open to early action on the frozen peace talks with Israel. Hezbollah in Lebanon would be cut off from its Iranian sponsor since Syria would no longer be a transit point for Iranian training, assistance and missiles.

De prijs is dus enorm voor Israël. In een andere brief uit juli 2012 wordt echter duidelijk dat het omver werpen van de zittende regering in Damascus vergaande gevolgen zal hebben voor de gehele regio. Een waarschijnlijke uitkomst zal een regionale sektarische oorlog tussen de twee grootste bevolkingsgroepen, soennieten en sjiieten, zijn. Niettemin, zegt één Israëlische bron uit een juli 2012 mail, kan dat ook ‘positief’ uitpakken:

“if the Assad regime topples, Iran would lose its only ally in the Middle East and would be isolated.

At the same time, the fall of the House of Assad could well ignite a sectarian war between the Shiites and the majority Sunnis of the region drawing in Iran, which, in the view of Israeli commaders would not be a bad thing for Israel and its Western allies.

Oftewel, deze bron beargumenteert dat een regionale oorlog tussen soennieten en sjiieten, die zeer waarschijnlijk zal leiden tot miljoenen doden, ook een gunstige uitwerking zal kunnen hebben. Want, zo zegt die Israëlische bron, zal een dergelijk scenario er toe leiden dat Iran genoodzaakt zou zijn om haar nucleaire programma tot een halt te brengen en wellicht zou dat ook bijdragen aan de val van de Iraanse regering.

“Not just a company”
Ook Google lijkt zich bij de partij te hebben aangesloten. Eind juli 2012 ontving Hillary Clinton een e-mail van Jared Cohen — het hoofd van de toenmalige ‘Google Ideas’ (tegenwoordig Jigsaw). Cohen schrijft in die brief dat ze in samenwerking met (de Qatarese nieuwszender) al-Jazeera bezig zijn om middels een “tool” deserteurs van het Syrische leger te visualiseren. De logica hiervan is om: “encouraging more to defect and giving confidence to the opposition”.

De “tool” werd uiteindelijk gepubliceerd door al-Jazeera, in het Engels en Arabisch, en is hier te vinden. Het groeide uit tot één van de meest bekeken infographics op hun website. Google Ideas/Jigsaw spreekt zelf niet van het aanmoedigen van overlopers of het steunen van de oppositie. De Britse krant The Independent vroeg om een reactie, maar Google weigerde commentaar.

De samenwerking tussen Google en Washington komt niet geheel als een verrassing aan. Wikileaks oprichter Julian Assange gelooft dat Google wezenlijk deel uitmaakt van het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten. In een stuk uit 2015 schreef hij:

“Whether it is being just a company or ‘more than just a company,’ Google’s geopolitical aspirations are firmly enmeshed within the foreign-policy agenda of the world’s largest superpower,””

Daar blijft het niet bij. Britse onderzoeker dr. Nafeez Ahmed laat in twee uitvoerige onderzoeksartikelen zien hoe Google groot is gebracht met hulp van de CIA en inmiddels ferm gepositioneerd is in de massasurveillance.

The ‘Hillarator’
Deze laatste revelaties laten zien hoe koelbloedig men te werk gaat achter de schermen en waarom mevrouw Clinton ook wel ‘The Hillarator’ wordt genoemd. Uit exposés in The New York Times en Washington Post is bekend dat zij de drijvende kracht was achter de 2011 NAVO-interventie in Libië. Er is daarom niet veel voorstellingsvermogen nodig om in te beelden wat drie jaar langer Clinton zou hebben voortgebracht (in relatie tot de oorlog in Syrië) indien ze langer was aangebleven als minister van Buitenlandse Zaken.

Voor wie nog geïnteresseerd is in waarom Frankrijk de Libische leider Muammar Gaddafi uit de weg wilde ruimen, kan dat in een andere gelekte Clintonmail hier lezen.

Advertenties

INTERVIEW – Meseret Bahlbi wil een brug slaan tussen Nederland en Eritrea

Meseret Bahlbi (29) is in de afgelopen tijd veelvoudig in het nieuws geweest nadat onderzoekster Mirjam van Reisen (Tilburg University) hem betichtte van “de spil van de inlichtingendienst van Eritrea” te zijn. Die uitspraak deed de wetenschapster in een mei 2015 uitzending van BNR Nieuwsradio, die hier te beluisteren is. Daarna wijdde ook de Volkskrant meerdere artikelen aan hem alsmede buitenlandse media zoals The Guardian.

INTERVIEW - Meseret Bahlbi wil een brug slaan tussen Nederland en EritreaBahlbi, Nederlander van Eritrese komaf, was tussen 2009 en 2015 actief lid van de jongerenbeweging YPFDJ-NL. In de laatste twee jaar van zijn lidmaatschap was hij voorzitter van de organisatie. In zijn professionele leven is hij marketeer en schrijver. Ook runt hij een eigen blog.

In reactie op de aantijgingen van professor van Reisen spande Meseret een zaak wegens smaad en laster aan tegen de hoogleraar die op 10 februari aandiende. Hoewel van Reisen, volgens de rechter niet over concrete bewijzen beschikte, waaruit zou blijken dat Meseret voor de Eritrese inlichtingendienst zou werken, heeft ze echter niet onrechtmatig gehandeld.

Meseret laat het er niet bij zitten. Hij is inmiddels in hoger beroep gegaan en was onlangs met een groep activisten naar Den Haag geweest om te spreken met Tweede Kamerleden. Zo probeert hij de beeldvorming rondom zijn persoon en de Eritrese gemeenschap te verhelderen. In het licht daarvan doet hij ook zijn verhaal tegen Sheher Khan.

Meseret, hoeveel betaalt het regime je?

Haha, niks. Helemaal niks. We zijn allemaal vrijwilligers. Sterker nog, we dragen allen zelf bij aan de events die we organiseren. Dat leeft trouwens sterk bij ons, dat we zelfvoorzienend moeten zijn, en dat heeft te maken met ons verleden. Toen de Afrikaanse naties één voor één bevrijd werden van kolonialisme werd Eritrea naar Ethiopië geschoven… en de internationale gemeenschap zei er niks van.

Toen ontstond het gevoel bij ons dat we in de steek waren gelaten en hebben daardoor het idee dat we alles zelf moeten doen. Dat komt terug in onder andere dat we entree vragen voor onze events, géén subsidie aanvragen doen (zowel niet van de Nederlandse als de Eritrese overheid). Dat komt dus voort uit ons verleden en de daaruit volgende ideologie van self-reliance.

Je was in het verleden actief lid en voorzitter van de jongerenorganisatie YPFDJ Holland. Aangezien jullie dezelfde naam dragen als de regerende partij (ie. de PDFJ), is dat geen indicatie dat jullie ideologisch gezien op één lijn zitten met ‘het regime’ van Eritrea?

Ideologisch gezien wel. Je moet het zo zien, Eritrea is een jong land en het proces van nation building is een recent project. Wat die ideologie (zelfvoorzienendheid, red.) gedaan heeft is dat het de 9 volkeren en de 2 grote religies van Eritrea (de Islam en het christendom, red.) bijeen heeft gebracht. We waren onder controle gekomen van Ethiopië en hebben 30 jaar lang oorlog meegemaakt. Voor ons is het belangrijk dat we eerst een eenheid smeden zodat we verder kunnen werken aan de ontwikkeling van het land.

Maar YPFDJ-NL is vooral actief in Nederland. Ik merk dat de media tot nu toe negatief berichten over YPFDJ-NL, terwijl zo’n organisatie juist  een positieve bijdrage levert aan Nederland en Eritrea. Jongeren worden geactiveerd om mee te denken aan sociale issues, worden uitgedaagd om kritsche discussies te voeren over bijvoorbeeld identiteit en integratie. Ook wordt het netwerk van jongeren enorm verbreed doordat YPFDJ Nederland jaarlijks naar buitenlandse conferenties gaat en daar andere leden van de Eritrese diaspora ontmoet en connect. De meeste actieve jongeren zijn hoogopgeleid en werken hard aan hun carrière. Ze zijn goed thuis in de Europese en Eritrese cultuur. YPFDJ Nederland zou daarom een sterke brug kunnen zijn tussen Nederland en Eritrea. Dit waren voor mij dan ook belangrijke redenen om actief te zijn. Zo een organisatie moet je juist toejuichen en niet afsnauwen. Ook al ben ik geen lid meer vind ik dat YPFDJ vooral voor positiviteit staat.

Maar wek je dan op z’n minst niet de schijn dat je verbonden bent met de regerende partij door jezelf te profileren als de jongerenpartij van de PFDJ?

Die verbondenheid willen we ook behouden. Wij hebben hen ook nodig, wij nodigen hen ook uit om te spreken. Hoe moeten we dan weten wat er dan daar gaande is in Eritrea? Hoe kan je anders dan een daadwerkelijk bijdrage leveren aan Eritrea? Als Nederland iets wil weten over wereldse zaken roepen ze ook de relevante diplomaten op toch? Zij (de PDFJ, red.) zijn diegene die het land regeren en organiseren. Wij nodigen dus hen uit om betrokken te blijven rondom de ontwikkelingen in Eritrea, en dat is ook een belangrijke punt dat ik wil maken: de contacten komen vanuit ons en niet vanuit de regering.

Als de journalisten dit ook aan ons hadden gevraagd zouden ze dit ook weten, maar dat doen ze niet. In plaats dat vragen ze het aan zogenaamde wetenschappers, die ik eerder zou willen typeren als lobbyisten en dat is frustrerend.

Je refereert daarmee naar onderzoekster Mirjam van Reijsen. Voor wie zou ze lobbyen?

Ze is lobbyist voor de regime change agenda. Zij heeft een NGO in Brussel en die heet European External Policy Advisors (EEPA). Ze geeft ook advies aan Nederland.  Als het om Eritrea gaat is zij diegene die de Nederlandse staat adviseert. Dat zou niet moeten kunnen, omdat ze overduidelijk lobby’t met een regime change agenda.

Waarom zou het niet goed zijn dat ze Europa adviseert?

Het is niet slecht als ze onafhankelijk advies zou geven. Zij is echter bezig met regime change. Ze nodigt bijvoorbeeld alleen de Eritrese oppositie uit om te lobbyen bij parlementsleden  en roept ook openlijk op tot regime change. In haar artikel van 2012 riep ze op om Eritrea te helpen aan een Arabische Lente 2.0 .

Waarom zou een Arabische Lente voor Eritrea niet goed zijn?

Dat hangt ervan af aan wie je dat vraagt. Een Arabische Lente is voor ons niet nodig. Kijk wat voor ellende en geweld dat teweeg heeft gebracht. Kijk maar naar Libië en andere staten. Wij hebben geen geweld nodig, maar dialoog. We moeten begrijpen wat het  werkelijke probleem is van Eritrea en dat kan alleen middels dialoog.

Kijk: er is ten eerste een grensconflict met Ethiopië dat Eritrees grondgebied bezet. Er zijn zware sancties opgelegd, die nu zelfs door de VN leden worden erkent als niet-legitiem. Maar mevrouw van Reisen negeert dit bewust en daardoor kan ze geen onafhankelijk advies geven. Ze schetst constant een eenzijdig beeld van Eritrea in haar adviezen aan o.a. de Nederlandse staat.

Een voorbeeld: het Europese Parlement had unaniem besloten dat Eritrea 200 miljoen euro ontwikkelingshulp zou ontvangen. Dat was het gevolg van lange onderhandelingen om de economische situatie en het rechtsysteem in Eritrea  te verbeteren. Europa heeft natuurlijk haar eigen belang: ze willen de vluchtelingenstroom vanuit Eritrea indammen. Maar dan heb je mevrouw van Reisen die actief lobby’t om die hulp tegen te houden. Volgens haar is dat zo, omdat het een dictatuur is. Dat is geen advies meer, dat is actie die ze voert samen met andere activisten om geen hulp aan Eritrea toe te kennen. Zo ver gaat het.

En mevrouw van Reisen wordt in de media neergezet als een objectieve wetenschapper en daartegenover zetten ze mij als een ‘aanhanger van het regime’ . Zo krijg je nooit een eerlijk debat terwijl dat wel iets is waar iedereen gebaat bij is.

Als van Reisen dat doet, en gekeken vanuit jullie ideologie van self-reliance, wat doen jullie eraan om jullie eigen stem naar buiten te brengen?

Wat we doen is dat we in onze vrije tijd vele evenementen organiseren waar iedereen welkom is; we zijn aanwezig bij demonstraties, we waren bijvoorbeeld in 2010 met 10.000 mensen aanwezig in Genève. Dat heeft enorm indruk gemaakt op de EU, maar de media had dat helemaal niet opgepakt. Daarom besloot ik op eigen titel artikelen te schrijven, blogs te maken, clips op YouTube enzovoort. Dat geluid wordt echter niet opgepakt door de mainstream media, maar er zijn genoeg Eritreeërs  actief. We brengen onze mensen bijeen, organiseren events en culturele evenementen, conferenties… daar zijn we mee bezig.

Ik vind echter wel dat we nóg actiever de mainstream media kunnen benaderen. Of ze onze stukken wel of niet plaatsen is een tweede. We doen wel ons best om ons geluid naar buiten te krijgen, maar dat is moeilijk met een vrijwilligersorganisatie. We hebben er ook geen budget voor en doen alles na ons werk of school. Het zou in de toekomst goed zijn om vaste mensen aan te nemen, mits daar budget voor gevonden kan worden. Naar aanleiding van alle negatieve berichtgevingen zijn we bijvoorbeeld onlangs, op 18 februari, naar de Tweede Kamer geweest en hebben daar gesproken met de heer Azmani (VVD) en Kuiken (PvdA). Deze politici hadden kamervragen gesteld over de YPFDJ Holland en Eritrea. We hebben daar met hen over gesproken, contacten gelegd en ook duidelijk gemaakt dat we een open en positieve organisatie zijn. Het was een belangrijk moment. Voor zover ik weet is nooit eerder iemand van YPFDJ Nederland naar de Tweede Kamer geweest.

Wat is volgens jou het verhaal van Eritrea?

Ik kijk daar vanuit een andere perspectief naar dan wat we via mainstream media hierover verteld krijgen. Eritrea is een jong land dat bezig is om een natie te op te bouwen.  Ik kijk vooral naar wat we nodig hebben en wat de prioriteiten zijn. We hebben bijvoorbeeld tussen 1998 en 2000 een grensoorlog gehad met Ethiopië. We hebben stabiliteit nodig; dat de 9 volkeren en de 2 grote religies met elkaar in harmonie kunnen leven… educatie, een goede gezondheidszorg en bovenal het leggen van een fundament om een democratisch en welvarend Eritrea op te bouwen. Het is een proces.

Maar, is het niet zo dat er mensenrechten geschonden worden?

Zoals in veel ontwikkelingslanden zijn er ook in Eritrea mensenrechtenproblemen  — dat heb ik overigens nooit ontkend — en dat is gezien de situatie en conflict met Ethiopië ook niet zo vreemd. Het is een land dat in zoveel opzichten nog in ontwikkeling is en nog in zware spanning leeft met haar buurland. Het staat dus nog in haar kinderschoenen en geheid spelen er zich zaken af die niet goed zijn. Om echter te beweren dat er systematisch mensenrechten worden geschonden gaat te ver. Ja, er wordt op individuele basis machtsmisbruik gepleegd — die verhalen ken ik ook — maar niet systematisch. Het is ook niet in het belang van de overheid om zo het land te besturen. Zo breng je immers het land waar je 30 jaar lang voor in de bergen hebt gevochten in gevaar. De mensen die ik ken in Eritrea zijn bezig om het land te ontwikkelen en maken logischerwijs ook menselijke fouten.

Wat is er mis met om die problemen te benoemen?

Daar is niks mee. Het is wel een probleem om het land om alleen op basis daarvan te definiëren. Het land is veel meer dan dat. Kijk: Eritrea heeft bijna al haar Millenium Development Goals bereikt. Denk hierbij aan de complete uitroeiing van polio, een drastische vermindering van kindersterfziektes, vermindering van HIV, malaria en noem het maar op. Dus op het gebied van gezondheid heeft de regerende partij enorme winst weten te boeken. Dat was tijdens de revolutie begonnen, toen ze nog in de bergen zaten. Toen al waren ze bezig om de bevolking te helpen met medische diensten en voorzieningen.

 

Franse documentaire ‘Come & See’ over het behalen van de Millennium Development Goals door Eritrea:

https://player.vimeo.com/video/114266196

 

Mijn vader was zelf ook dorpsverpleger die opgeleid was door de EPLF (voorganger van de regerende partij, de PFDJ, red.) en in zijn dorp was hij diegene die de mensen verzorgde. Dat soort basisfaciliteiten hebben er voor gezorgd dat  de EPLF een grote aanhang heeft. Als je kijkt naar de landen om ons heen zoals Soedan, Ethiopië, Djibouti, Somalië etc. dan steekt Eritrea er met kop en schouders bovenuit, wat betreft de Millenium Development Goals.

Het is dus gek dat Eritrea zo eenzijdig wordt neergezet… als een mensenrechtenschender zonder respect voor mensenlevens. Eritrea heeft op gebied van gezondheid zoveel bereikt, educatie, landbouw  en andere basis behoeftes, dat zijn ook mensenrechten! Terwijl de Verenigde Naties dat erkent ziet mevrouw van Reisen dat niet. Ze negeert daarbij óók de bezetting van Eritrees grondgebied door Ethiopië. Waarom benoemt ze dat niet? Omdat van Reisen herhaaldelijk een eenzijdig en negatief beeld van Eritrea schetst, heeft dat zijn weerslag op het beleid dat gevoerd wordt ten opzichte van Eritrea. Daar helpt ze Eritrea dus niet mee. Het zou beter zijn als ze zou samenwerken om te kijken naar oplossingen.

Wil mevrouw van Reisen dat niet?

Nee, wat mevrouw van Reisen wil, komt heel duidelijk naar voren uit haar artikelen. Zoek het maar op: ze wil dat ambassades gesloten worden en dat diplomatieke banden verbroken worden. Ook criminaliseert ze Eritrese verenigingen en kerken zoals ze dat met mij heeft gedaan.

Het lijkt meer op haat zaaien dan werken aan oplossingen. Hoe kan ze bijvoorbeeld zeggen dat:

“In zijn algemeenheid  kan je stellen dat verkrachting een belangrijke manier is in de Eritrese gemeenschap om vrouwen monddood te maken”.

Dit gaat mijn pet te boven. Dat iemand dit zomaar kan roepen over een cultuur waar vrouwenrechten al eeuwen in wetten zijn vastgelegd en beschermd. Het verzet kende tijdens de Eritrese revolutie een vrouwenparticipatie van meer dan 30%. Dit is wederom een indicatie dat ze de Eritrese gemeenschap niet kent. Dat journalist Marjon Bolwijn van de Volkskrant hier niet op door heeft gevraagd, verbaast me eveneens.

Kan het niet zo zijn dat mevrouw van Reisen wil dat er een betere partij in Eritrea aan de macht komt in plaats van de huidige, regerende partij?

Dat zou best kunnen dat ze goede bedoelingen heeft, maar dat is niet realistisch en komt niet geloofwaardig over. Hoe kan je achter een betere Eritrea zijn als je alle banden wilt verbreken en extra sancties wil opleggen waar de bevolking de dupe van wordt?

Ik denk dat ze het verhaal van Eritrea niet kent en dat ze daarom met zulke analyses komt. Zij kijkt vanuit een Nederlandse bril naar Eritrea. Dan ga je waarschijnlijk niet veel goeds zien. Ze zou eerder moeten kijken hoe Nederland was toen het een natie aan het bouwen was of toen dat de 7 Nederlanden verenigd werden. Eritrea zit in dit proces van vereniging. Wat ik dan zie is dat er stappen worden gemaakt, al zijn het kleine stappen. Anders vergelijk je dus appels met peren.

Als ik dat aan haar probeer uit te leggen dan geloof ze dat niet en dat leidt er toe dat ik ga denken dat er een andere agenda aan het werk is, die van het imperialisme en neokolonialisme. Daarvoor hoeven we alleen in de regio te kijken om daar bewijs voor te vinden. Kijk bijvoorbeeld naar Ethiopië, Somalië, kijk naar Djibouti. Djibouti is compleet in handen van de Fransen, Amerikanen en binnenkort ook de Chinezen. Dat willen wij niet.

Daarnaast, als je net zoals mevrouw van Reisen van mening bent om nóg meer sancties Eritrea op te leggen, de banden te verbreken en de regering te verdrijven, dan denk ik niet dat je inziet of beseft hoe fragiel de situatie van Eritrea is. Het land bestaat uit 9 verschillende etnische groepen en 2 grote religies. Het heeft lang geduurd om deze verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar te brengen en in harmonie te laten leven. Wat mevrouw van Reisen doet, dreigt deze vrede en stabiliteit op te breken. En zal Eritrea honderd jaar terugzetten in de tijd. Wat ik zeg is, laten we Eritrea helpen om die positieve stappen te nemen, het land verder te ontwikkelen en zulke gevaarlijke acties te vermijden.

Kijk: ze beseft niet dat het mensen van vlees en bloed zijn die daar leven.  Ook familie van mij, mijn buren, vrienden met wie ik ben opgegroeid… dat die potentieel terecht kunnen komen in een burgeroorlog. Ze ziet dat gevaar niet in en hoeveel invloed haar adviezen heeft op het beleid van de Europese Unie of Nederland. Voor ons is het persoonlijk. Onze vrienden worden geraakt door zulke acties. Ze is voor meer sancties en dat leidt er toe dat onze vrienden en familie minder of geen eten op tafel kunnen zetten. Daar zullen we ons tegen verzetten.

Laten we naar terug gaan naar Nederland. Mevrouw van Reisen werd naar eigen zeggen achtervolgt

Waarom vraag je dat aan mij.

Zegt dat je niets?

Helemaal niks. Behalve dan dat ik het in de Volskrant las.

In datzelfde artikel wordt geïnsinueerd dat de achtervolging wellicht wel iets te maken zou kunnen hebben met de zaak die je tegen haar gestart hebt?

Hoe ze daarbij komen weet ik niet. Dat kun je beter aan de Volkskrant vragen. Het lijkt beetje op een James Bond-achtige verhaal. En zoals dat jij ook gelijk het idee hebt dat ik er iets mee te maken heb, is één van de redenen dat ik ze heb aangeklaagd voor smaad en laster. Dat doet ze in 3 artikelen, dat ze mij zo direct aanvalt.

De media is op zoek naar sensationele verhalen en mevrouw van Reisen heeft mij neergezet als het gezicht van het “Eritrees regime” dat haar achtervolgt. De Volkskrant heeft dat klakkeloos overgenomen. Kijk bijvoorbeeld naar hoe ze mij omschrijven: als een ‘Eritrëer’. Ik ben wel van Eritrese komaf, maar opgegroeid in Nederland. Ik ben hier naar school geweest, betaal hier me belasting, doe mee met de maatschappij en noem het maar op. Ik ben opeens de verpersoonlijking van de  Eritrese regering  geworden. Ze zoeken natuurlijk naar een gezicht maar dan kunnen ze gewoon contact opnemen met vertegenwoordigers van de regering. Lijkt mij niet zo moeilijk.

Denk je dat haar verhaal niet klopt?

Weet ik niet. Ik denk dat ze dat zelf ook niet zeker weet. Ze vraagt zichzelf ook in haar artikel af of het iemand van het “Eritrese regime” was. De Volkskrant op haar beurt vraagt niet door. Het is  bijvoorbeeld niet duidelijk of de Volkskrant bij de politie heeft nagevraagd of er aangiftes van een mogelijke achtervolging zijn ingediend. Ik vind het raar. Het komt op mij over als  een campagne om haar als slachtoffer neer te zetten en mij als de ‘dader’. Het komt eigenlijk neer op ongegronde  verdachtmakingen en aantijgingenen richting mijn persoon.

Zelfs journalist Kevin P. Robertson is slachtoffer geworden van deze verdachtmakingen en is zodoende bezig met een rechtzaak tegen de Volkskrant. Alleen maar omdat hij een donker persoon is die ook deze zaak aan het onderzoeken is. Imiddels hebben RTL 4 en OneWorld hun artikelen over ons gerectificeerd, omdat zij de stukken van de Volkskrant hadden overgenomen. Natuurlijk speelt racisme hier een rol.

Een “bedreigende” tweet?

En het is echt vreemd: ze ziet sommige tweets van mij als bedreigingen of intimidatie. Je kan het lezen en zelf checken: ik uit niets, maar dan ook niets wat op een bedreiging of intimidatie zou kunnen lijken. Wat ik niet begrijp is, sinds 2008 hebben we contact met elkaar en debatteren we. Indien ze zich echt bedreigd of geïntimideerd voelde door mij, waarom blokkeert ze me niet? Waarom tweet ze met me en blijft ze communiceren? Ze heeft zelfs Tweets van mij ge-retweet. Als ze zich echt bedreigd voelde zou ze me blokkeren.

Nieuwsuur maakte ook een item over de zaak die je tegen van Reisen gestart was. Daar kwam een oud-Eritrese minister (dhr. Dafla) aan het woord die het wél eens was met de hoogleraar.

Wie is hij? Ik kende hem niet.  Ik heb gehoord dat hij  ooit werkzaam was bij de Eritrese Airlines waar hij financieel manager was. Hij heeft ook schriftelijke verklaringen afgelegd voor Mirjam van Reisen alsof hij zou weten hoe YPFDJ Nederland werkt. Dit kon allemaal alleen op basis van wat hij zegt. Hij heeft niets overhandigd, alleen iets over een vermeende positie wat tot op heden nog steeds niet is vastgesteld.  Later heeft hij bij een Eritrese radio-uitzending zelfs nog toegegeven dat het zijn plan was om te pogen om mij als ‘extremist’ neer te zetten voor de zitting (27 januari), en dat was volgens hem ook gelukt.

Maar dat is interessant: hij sprak ook met EenVandaag en mocht zijn zegje ongestoord doen. Vervolgens namen ze contact met mij op. Mij stelde ze maar 3 korte vragen via e-mail.  De pers, omdat ze bang zijn om op de vingers getikt te worden door de Raad van Journalistiek of rechters, stelde mij even snel 3 korte vraagjes en that’s it. Dat is eigenlijk geen wederhoor. Sterker nog, de uitzending was allang af had ik later van iemand intern begrepen. We zouden evenveel tijd en kans moeten krijgen om ons verhaal te kunnen doen, maar die optie wordt ons bewust niet geboden.

Je had een rechtszaak van smaad en laster tegen haar aangespannen. Wat kwam daaruit?

De vorderingen die ik maakte zijn niet toegekend. Het belangrijkste was mijn verzoek tot rectificatie. De  rechter gaf aan dat er weliswaar geen bewijs is dat ik ‘de spil zou zijn van de inlichtingendienst van Eritrea’ zou zijn, maar aangezien ik de voorzitter van YPFDJ Nederland was, mocht mevrouw van Reisen mij wel aanmerken als ‘de spil’. Dat is raar, omdat ik haar persoonlijk heb aangeklaagd en niet vanuit de organisatie (de YPFDJ, red.).

Ik kan je verzekeren dat de YPFDJ ook niet behoort tot een inlichtingendienst, maar helaas is het een politieke proces geworden waarbij de rechter bijna geheel het verhaal van Mirjam van Reisen heeft overgenomen. Verklaringen van YPFDJ-leden zijn niet eens in de beoordeling meegenomen, terwijl verklaringen aan kant van Mirjam van Reisen dat wel waren.

Het is duidelijk dat van Reisen het wil doen overkomen alsof ze door de Eritrese overheid werd aangeklaagd. Het is zorgwekkend dat de media dit klakkeloos overnemen. In sommige landen wordt het als obstructie van de wet gezien, heb ik begrepen. In een radio uitzending zei van Reisen later dat ik haar hier in haar land kom aanklagen en dat ze hier boos over is. Huh? Wat moet ik dan doen om een conflict vreedzaam op te lossen? Mijn mond houden?  Dit is ook mijn land waar mijn familie en vrienden leven, waar ik mijn plichten nakom, maar ook mijn rechten opeis. Het zal waarschijnlijk voor van Reisen en voor de Nederlandse media even wennen zijn dat een Nederlander met een kleur ook rechten heeft zoals het mogen en kunnen aanklagen van een professor die zich niet rechtmatig opstelt. Dat is wat hier ten grondslag ligt: een acceptatieprobleem.

Ok, Meseret, dank voor je openhartigheid. Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten?

We gaan in hoger beroep om onze zaak verder aan te vechten. Daarnaast ben ik bezig met een mediabedrijf om stemmen die gemarginaliseerd worden een podium te geven. Met name voor de Afrikaanse diaspora en die hopen we zo spoedig mogelijk te releasen.

Meseret Bahlbi is te volgen op zijn blog en Facebook-pagina

(Nadat dit interview werd gehouden was Bahlbi bij radio EenVandaag in debat gegaan met Europarlementariër Judit Sargentini)

Hoe beeldvorming de jihadgang naar Syrië vorm geeft

Syriëgangers vertrekken om uiteenlopende redenen. De ‘jihadgang’ heeft een zekere aantrekkingskracht op een diverse groep mensen: studenten tot en met rijkeluiskinderen nemen deel aan de gewapende oorlog. Een duidelijk profiel van de ‘Syriëganger’ is daarom moeilijk te schetsen. Daarentegen is wel sprake van een gemeenschappelijke factor, die steeds opduikt in het besluitvormingsproces van vrijwel alle uitreizende jihadisten, namelijk: een onvolledige en enigszins eenzijdige lezing van de oorlog in Syrië.

Het narratief c.q. officiële lezing dat president Assad een “wrede dictator” is, die de “vreedzame opstand” begin 2011 met “harde hand neersloeg”, daarnaast schuldig is aan “200.000 doden”, heeft Syriëgangers overtuigd van hun nobel streven, dat als volgt is samen te vatten: het afzetten van een brute dictator door naar het oorlogsgebied af te reizen om aansluiting te vinden bij de gewapende oppositie.

Een zorgvuldige studie laat zien dat de meeste beschuldigingen aan het adres van de regering in Damascus nauwelijks een basis hebben. Sterker nog: steeds meer bewijzen laten zien dat het gros van de misdaden, waar de Syrische overheid van beschuldigd wordt, gepleegd is door de oppositie.

Deze alternatieve ofwel genuanceerde lezing is compleet afwezig bij de Syriëgangers, en het grote publiek. Bovengenoemde narratieven omtrent de oorlog in Syrië, die verheven lijken tot absolute waarheid, verklaren enigszins waarom onderzoekers en deskundigen propaganda als één van de motieven om naar Syrië af te reizen over het hoofd zien.

In dit stuk zal ik beargumenteren dat propaganda – dat wil zeggen, het beïnvloeden van de publieke opinie ten gunste van het elitarisme (belangen van de staat, multinationals etc.) – juist een bepalende rol speelt in het besluitvormingsproces van de Syriëgangers.

In het verlengde hiervan heeft de ‘informatie-oorlog’ invloed op de Syriëgangers. Dat wil zeggen dat een doelbewuste missrepresentatie van feiten een prikkelend effect heeft op jihadisten. Met als  gevolg dat zij naar het conflictgebied afreizen om zich aan te sluiten bij de gewapende oppositie!

Stand up and do stuff

In het vorige deel werd de vergelijking gemaakt met de Afghaanse Oorlog, die ook de nodige aantal buitenlandse vechters aantrok. Maar volgens dr. Thomas Hegghammer (expert op het gebied van buitenlandse gevechtsstrijders) overtreft de oorlog in Syrië alle records:

“There seems never to have been more than 3,000 to 4,000 foreign fighters at any one time in Afghanistan.”

In totaal heeft de oorlog in Syrië een recordaantal buitenlandse strijders aangetrokken. Onderzoeken wijzen uit dat tussen de 15.000 en 30.000 niet-Syrische militanten de weg naar het oorlogsgebied hebben gevonden. Het aantal westerse Syriëgangers wordt door het International Centre for Crisis en Radicalisation (januari 2015) geschat op ongeveer 4.000.

Hegghammer beargumenteert dat jihadgangers naar Syrië vertrekken, omdat ze het simpelweg kunnen. Het gemak waarmee de reis afgelegd kan worden en de relatief risicovrije situatie (in het door de rebellen gecontroleerde gebieden), heeft de stroom van jihadisten in versnelling gebracht. Dit is niet de enige verklaring volgens dr. Hegghammer, vandaar dat hij stilstaat bij het volgende:

“The most obvious [i.e. motivatie] is the extreme brutality of the Syrian regime and the resulting images of unspeakable civilian suffering, which prompt many — not just Muslims — to want to do something about it.”

Onderzoekers van de International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) zijn het daar ook mee eens:

“[w]idespread availability of images depicting suffering and destruction in Syria, combined with the frame of a secular autocrat oppressing Sunni Muslims are feeding a social media jihad.”

De bekendste Nederlandse Syriëganger, oud-militair Yilmaz, bevestigt in een interview met CBS News deze stelling. Naar eigen zeggen heeft hij de  wapens opgepakt in Syrië, omdat president Bashar al-Assad verantwoordelijk is voor 200.000 slachtoffers en andere grote misdaden zoals het afvuren van vaatbommen en het uitvoeren van chemische aanvallen. Dit prikkelde Yilmaz om in te grijpen, want zo zegt hij:

“I felt the need (…) to stand up and do stuff.”

Dit komt min of meer terug bij alle Syriëgangers. Zo wilde de onlangs omgekomen Abu Muhammed zich “inzetten voor de zwakkeren in de samenleving”. Over de president van Syrië zegt hij het volgende:

“Assad is bezig met het afslachten van zijn eigen volk,”

De enige veroordeelde, teruggekeerde Syriëganger – Maher H. – was afgereisd naar Syrië omdat:

“Het onrecht dat zich – veroorzaakt door het onderdrukkende regime van Assad – in Syrië afspeelde.”

Ook onder Nederlandse moslims heerst dit beeld. In mei 2013 kwam naar voren dat 87% van de Nederlandse moslims “voorstander was van het afzetten van president Bashar al-Assad”. Ook heerst er onder Nederlandse moslims sympathie voor Syriëgangers: 73% ziet ze als helden en 72% vindt het “goed” dat ze vertrekken naar Syrië om te vechten.

In een interview met de Britse Channel 4 verklaren twee teruggekeerde Britse Syriëgangers, Ibrahim en Musa, dat beeldvorming zwaar woog in hun besluit.

Op de vraag of er een rekruteringsproces was, antwoordt Ibrahim: “If you can call the TV-channels a recruiter, then they are the recruiters”. Ibrahim verklaart dat verder als volgt:

“Watching what was happening over there, on the newschannels: it was heart breakening (…) the intention was to go there and make change, and help the people get rid of this dictator.”

Op de vraag of hij niet beïnvloed werd door een extremistische prediker of moskee, geeft Ibrahim aan dat een imam niet nodig is om te vertellen dat het goed mis is in Syrië.

De andere Britse Syriëganger Musa komt met een soortgelijke verklaring. Hij verafschuwde de slachtingen in Syrië, met als gevolg dat Musa ging:

“That really affected me, touched me, and I thought I could help one way or another… and that pushed me to go.”

Kortom: het onrecht dat door de televisie en het internet de zintuigen heeft bereikt, activeerde potentiële jihadgangers om naar Syrië af te reizen om te strijden tegen president Bashar al-Assad, die zij als hoofdschuldige zagen. Die mening delen ze met academici en politici, die ook overtuigd zijn, dat de Syrische leider verantwoordelijk is voor onder andere de escalatie van het conflict, mensenslachtingen, chemische aanvallen en een ondemocratische houding. Hieronder zal ik aantonen dat de meeste van deze aantijgingen geen sterke grondslag hebben.

De getuigenissen van pater Frans van der Lugt

De officiële lezing met betrekking tot de oorsprong van de oorlog luidt als volgt: de protesten begonnen vreedzaam en namen een gewelddadig karakter aan, nadat de veiligheidsautoriteiten hardhandig reageerde.

?????????????????????????????????

Dit narratief werd van meet af aan bekritiseerd door pater Frans van der Lugt, die vanaf 1966 actief is geweest in Syrië. Hij uitte zijn zorgen over de partijdige berichtgeving in twee brieven.

De eerste brief schreef de jezuïet in september 2011, waar hij de notie verwerpt van de protesten die vreedzaam begonnen. Zo zegt hij:

“[d]aarbij is vanaf het begin het probleem van de gewapende groeperingen gekomen, die ook bij de oppositie horen.”

Deze gewelddadige oppositie was volgens de pater “veel sterker dan elke andere oppositie”, en gaat “vaak wreed en gewelddadig te werk”. Sterker nog: de oppositie maakte zich schuldig aan verscheidene misdaden “om daarna de schuld aan de regering te geven”, en daarnaast zijn “[v]eel regeringsmensen (…) door hen gefolterd en doodgeschoten”.

In zijn tweede brief (januari 2012) verklaart Frans van der Lugt verder dat “vanaf het begin de protestbewegingen niet louter vreedzaam zijn geweest”. De Nederlandse pater liep vanaf het begin van de protesten mee en zag gewapende demonstranten, “die als eersten op de politie begonnen te schieten”. De veiligheidsdiensten kwamen in actie als reactie op “het wrede geweld van de gewapende opstandelingen”.

Interessant was dat pater van der Lugt, in lijn met de lezing van de regering in Damascus, ervan overtuigd was dat de oppositie “aangestookt en betaald wordt van buitenaf”.

Verder wordt in beide brieven duidelijk dat de meerderheid van de Syriërs niet achter de oppositie staat. Sterker nog: de Syrische bevolking gelooft dat “we met deze regering verder kunnen komen, dat ze in staat is hervormingen aan te brengen”. Pater Frans erkent dat de president fouten heeft gemaakt, maar is van mening dat het volk ervan overtuigd is, dat Assad in staat is om hervormingen door te voeren. Ook dit staat in schril contast met het dominante narratief, waarin gesteld wordt dat de Syrische president alle legitimiteit ontbeert.

De pater weigerde om zijn stad, Homs, te verlaten. In april 2014 is hij om het leven gebracht door de oppositie.

Professor Chussodovsky, verbonden aan de Universiteit van Toronto, deelt de mening dat de opstand vanaf het begin gewelddadig was. Tijdens de protesten van 17 en 18 maart 2011, in de zuidelijke grensplaats Daraa, kwamen 11 man om het leven, waaronder vier demonstranten en zeven politie-agenten. Volgens Chussodovsky geeft het verschil in slachtoffers – zeven om vier – aan dat de opstandelingen gewapend op de protesten afkwamen en over superieure vuurkracht bezaten.

Ook Midden-Oostenexpert Sharmine Narwani, schrijft dat de Syrische veiligheidsdiensten van meet af aan verrast waren door gewelddadige facties binnen de oppositie. In maart en april 2011 pleegden gewapende groepen vele aanslagen op veiligheidsdiensten, waarbij tientallen, waarschijnlijk wel honderden, soldaten en politieagenten omkwamen. Narwani sprak met de Syrische staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, dr. Faisal Mekdad, die verklaarde dat de regering aanvankelijk de terroristische aanslagen stil hield om het conflict niet te laten escaleren.

Syriëkenner Aron Lund, verbonden aan het bekende Carnegie-instituut, komt tot soortgelijke bevindingen. Volgens Lund werd de westerse media grotendeels misleid met betrekking tot incidenten zoals die hebben plaatsgevonden op 11 april 2011 in Banyas. Acht politieagenten werden destijds vermoord. De oppositie gaf de schuld aan Syrische veiligheidskrachten, maar dat bleek niet waar te zijn. Sprake is van het tegendeel: gewapende oppositiegroepen waren daar verantwoordelijk voor. Dat geldt ook voor de beruchte Jisr al-Shuqour-slachting (juni 2011), waarbij 120 soldaten vermoord werden door de gewapende oppositie.

Hieruit kan enigszins geconcludeerd worden dat de protesten inderdaad niet louter vreedzaam begonnen. Gewapende groepen in de oppositie waren van meet af aan bezig om de protesten te laten escaleren.

RT’s Truth Seeker over de chemische aanval in Syrië


Barrel bombs

Een ander veelgehoorde claim is dat het Syrische Nationale Leger (SNL) doelbewust woonwijken bestookt met zogeheten barrel bombs (vaatbommen). Echter moet ook hier kanttekeningen geplaatst worden.

Indien burgers doelwit zijn van willekeurige bombardementen van de Syrische overheid, dan moet volgens een werkgroep, die geleid wordt door Moeder Agnes Mariam, de volgende vraag worden gesteld: waarom 85% van de interne vluchtelingen hun heil zoeken in gebieden die door de Syrische overheid worden gecontroleerd?

Dit wordt verder bevestigd door de Franse Syriëkenner, Fabrice Balanche, die op basis van VN-rapporten schat dat:

“A large majority of refugees and internally displaced persons come from the rebel-held zones.”

De meerderheid van de interne vluchtelingen zoekt een nieuw onderkomen in gebieden, die door de overheid worden gecontroleerd.

Ook een Noord-Amerikaanse journalist, die in Syrië woont, Steven Sahiounie, kwam tot een gelijke conclusie: “[m]ost [refugees] went to Syrian government controlled areas”. Ook was Sahiounie van mening dat vluchtelingen, uit de metropool Aleppo, vrijwel allen door het Vrije Syrische Leger weggejaagd werden en níet door het SNL.

De genoemde werkgroep sluit niet uit dat burgers slachtoffer zijn geworden door beschietingen, maar betwijfelt of er opzet in het spel is. Volgens Moeder Agnes is dit een noodzakelijke maatregel:

“Many times the armed groups hide inside the inhabited neighborhood and they lead from there armed incursions against the government forces barricades.”

Met andere woorden: het is juist de oppositie die opzettelijk burgerlevens op het spel zet. Een constatering die gedeeld wordt door Human Rights Watch. De mensenrechtenorganisatie heeft de oppositie schuldig bevonden aan dat ze burgers als menselijk schild te gebruiken.

Daarnaast kan aan het aantal burgerslachtoffers door vaatbommen getwijfeld worden. SyriaTracker, een mensenrechtenorganisatie die de burgerdoden in Syrië bijhoudt, telde in de periode tussen maart 2011 tot november 2014 in totaal 120.422 slachtoffers; van dit aantal is 5,8% (7066) slachtoffer geworden door luchtbombardementen, waaronder vaatbommen.

Ook opvallend aan het dodenaantal is de ongelijke vertegenwoordiging in geslacht. Van de 7066 slachtoffers door luchtaanvallen zijn er 1601 vrouw en 5465 man. Hierdoor kunnen er vraagtekens geplaatst worden bij de claim dat het leger lukraak burgers bestookt met luchtbombardementen, omdat er dan een evenredige verdeling in slachtofferaantallen te verwachten zou zijn.

Die ongelijke vertegenwoordiging is volgens de Noord-Amerikaanse journalist Nir Rosen te verklaren, doordat de werkelijke doodsoorzaak vaak zonder enige uitleg (door de oppositie) opgegeven wordt. De oppositie vervalst de doodsoorzaak, zodat gedode rebellen in rapporten terug komen als:

“Innocent civilians killed by security forces, as if they were all merely protesting or sitting in their homes”.

Anders gezegd: de claim dat het leger opzettelijk burgers middels vaatbommen als doelwit heeft genomen, valt door het ontbreken van objectieve gegevens niet te staven.

Heersende misvattingen

Tenslotte worden beweringen over het sektarische karakter van de Syrische overheid verworpen door de eerder aangehaalde journalist Nir Rosen. In een onlangs verschenen rapport van de constateert de Noord-Amerikaan dat het altijd een belachelijke veronderstelling was dat president Assad een sektarische leider was, omdat: “[m]ost of the regime is Sunni, most of its supporters are Sunnis, many [if] not most of its soldiers are Sunni”. Assad is een seculiere leider, en het is juist de oppositie die geradicaliseerd is. De oppositie wordt gedomineerd door takfiri jihadisten en zijn niet uit op een democratische en seculiere toekomst voor Syrië (meer in Foreign Policy).

In relatie tot de claim dat Assad niet populair is, is een bekentenis van Koude Oorlog havik Zbigniew Brzezinski veelzeggend. In een hoorzetting had hij het volgende te zeggen:

“I never understood why we have to help or at least endorse the overthrow of Assad (…), whether we like it or not, Assad does have some significant support in Syrian society, and probably more than any of the groups opposing him (…). He has a better standing than any one of them [van de oppositiegroepen], combined maybe even.”

Zbigniew Brzezinski geeft toe dat Assad van brede steun geniet

Kortom, het dominante narratief rondom de oorlog in Syrië ontbreekt alle nuance en is partijdig beïnvloed (meer over de misvattingen rondom de oorlog in Syrië hier). Dit roept de vraag op waarom er sprake is van een dergelijke desinformatie?

Het verkopen van een YouTube-oorlog
Een recente studie van het onderzoeksinstituut United States Institute for Peace typeert de oorlog in Syrië als volgt: “the most socially mediated civil conflict in history”. In deze eerste ‘YouTube-oorlog’ verkrijgt de buitenwereld haar informatie voornamelijk via social media, en belangrijker: hierdoor is de informatie en nieuws gevoelig voor partijdige beïnvloeding.

Onderzoekers van eerdergenoemde institutie constateerden hoe anti-Assad activisten er op uit waren om de oorlog naar hun voordeel te schetsen. Het onderzoek verhaalt de ervaringen van een (door het buitenland gesponsorde) Syrische activist, Rami Nakhla, die video’s van gewapende groepen in Idlib onderdrukte. Nakhla zei het volgende over dit incident: “Oh my God, no way.’ I deleted it immediately so that it will not get it online”.

Anders gezegd, anti-Assad activisten waren niet bezig om de ontwikkelingen op de grond zo correct mogelijk te beschrijven, maar:

“they systematically gather and strategically disseminate media.”

Hiermee probeerden ze om internationale verontwaardiging op te wekken en de legitimiteit van de overheid in twijfel te trekken, met als doel: het rechtvaardigen van een militaire interventie.

Een bekend voorbeeld is de chemische aanval eind augustus 2013 in Oost-Damascus (Ghouta). Naar verluidt kwamen honderden burgers om in deze gruweldaad; de door het buitenland gesponsorde oppositie én de anti-Assad alliantie wezen de vingers naar Assad. Obama greep dit incident aan om militair in te grijpen. Dat werd echter voorkomen, omdat de aantijgingen ongegrond bleken – de aanslag was hoogstwaarschijnlijk gepleegd door de gewapende oppositie  – én door bemiddeling van Rusland.

Volgens Britse journalist Charlie Skelton hebben deze anti-Assad activisten en groepen volop aandacht gekregen in de westerse en pro-westerse Arabische media, omdat ze in lijn staan met het pro-interventie establishment in Washington als Londen. In The Guardian schrijft Skelton dat de oppositie, waarvan sommige tientallen jaren geen voet aan Syrische grond gezet hebben, betrokken zijn met ultra-havik denktanks als de Council on Foreign Relations, zoals de voorman van de (op losse schroeven staande) Syrische Nationale Raad, Ausama Monajed.

Een ander voorbeeld is de Syrian Observatory for Human Rights (SOHR). Deze instantie houdt het slachtofferaantal bij en wordt geleidt door één man: de in Coventry (Verenigd Koninkrijk) woonachtige Syriër Rami Abdulrahman, die naast de SOHR ook een kledingzaak runt. De SOHR wordt in vrijwel elk bericht over het dodenaantal in Syrië als bron gebruikt, maar laakt echter elk vorm van neutraliteit of objectiviteit.

De reden waarom deze oppositie experts, activisten en de woordvoerders een podium krijgen aangeboden, is volgens Skelton duidelijk:

“They’re selling the idea of military intervention and regime change”.

De door de oppositie geleverde informatie is daarom geen nieuws is, maar: “it’s a sales pitch, a PR campaign”.

Syrische burgers willen niet met BBC-journalisten praten.

Vechten voor een leugen

Het verschil tussen het westers narratief en de werkelijke ontwikkelingen die zich voltrokken is een getuigenis van de kracht van mainstream media propaganda. Het narratief rondom de oorlog in Syrië wordt zoveel mogelijk in het voordeel van de doelstellingen van de anti-Assad alliantie geschetst, om het publiek achter hun zaak te krijgen. Dit verklaart waarom president Bashar al-Assad is/wordt gedemoniseerd en er alles aan gedaan is om een militaire interventie te verkopen.

Een gevolg hiervan is dat Syriëgangers, vanuit alle delen van de wereld, overtuigd raakten van hun nobel streven om de Syriërs af te helpen van een “dictator”. De eerder aangehaalde Britse Syriëganger Musa, geïnterviewd door Channel 4, begreep daarom niet waarom hij vervolgd zou kunnen worden door het Britse regime, want zo zegt hij, in verweer tegen een mogelijke prosecutie:

“just because I went to help a people, against a brutal regime?”.

Eenzelfde verwarring is ook bij (Syriëganger) Eric Harroun op te merken, die door de Noord-Amerikaanse autoriteiten werd tegengehouden, en in zijn verdediging het volgende zei:

“I was fighting aligned with US interests in removing this dictator”.

Deskundigen zien propaganda, als één van de drijfveren voor de jihadgang, over het hoofd in hun analyse, maar de gevolgen zijn zeer reëel. Inderdaad, Britse veiligheidsexpert Nafeez Ahmed zegt het volgende over de gevolgen van propaganda op de psyche van (potentiële) jihadisten:

The constant exposure to such horrifying scenes of Western and Syrian atrocities can often have an effect similar to what might happen if these scenes had been experienced directly: that is, a form of psychological trauma that can even result in post-traumatic stress.

Volgens Ahmed kunnen deze beelden overweldigende emoties oproepen, waardoor men niet meer rationeel nadenkt en de “Ander” dehumaniseert. Dat is tevens ook de bedoeling van dergelijke propagandatechnieken. Het maakt verder niet uit of de boodschap authentiek is, het is de simpliciteit die mensen mobiliseert. Vervolgens nemen extremistische ideologieën, zoals het jihadi-salafisme, de hand over en leiden ze naar de slagvelden (zoals beschreven in het eerste deel).

In het geval van Syrië is concluderen dat propaganda jihadisten motiveert om naar Syrië af te reizen én om zich aan te sluiten bij de gewapende oppositie. Hierbij delen de elite en Syrië strijders een gemeenschappelijk doel: het omverwerpen van de regering in Damascus. In deze context kunnen Syriëgangers derhalve terecht gezien worden als de frontlijn soldaten van de NAVO!

In het volgende en laatste deel ga ik hier verder op in, namelijk wat het nut van Syriëgangers is (in licht van Gladio).

De vijf filters van massamedia propaganda

De journalistieke verslaggeving van de afgelopen slachting in Gaza legde nogmaals het partijdige karakter van de Nederlandse media bloot. Het leed van Palestijnen kreeg veel minder aandacht, dan het leed aan Israëlische zijde.

Minder bekend is hoe dit tot stand komt. Professor Edward Herman en Noam Chomsky hebben 25 jaar geleden een antwoord op deze vraag gegeven.

Propagandamodel
Professor Herman en professor Chomsky publiceerden hun klassieker ‘Manufacturing Consent’ in 1988, waarin zij een institutionele analyse geven van de Noord-Amerikaanse mainstream media. Hieruit volgt het propagandamodel.

5 filters infographic (1)

Het propagandamodel beschrijft het proces, waarin geld en macht in staat zijn om het nieuws te filteren; tegenstanders te marginaliseren; en zowel overheidsbelangen als die van grote bedrijven aan de man te brengen.

Volgens Herman en Chomsky moeten we oppassen voor propaganda, omdat het een vertekend beeld van de werkelijkheid schetst. De elite beïnvloedt de bevolking door het publieke debat volledig te controleren.

Dit gebeurt door de volgende vijf filters: winst, adverteerder, informatiebronnen, flak en framing.

Winst
De eerste filter, winst, bestaat uit drie poorten. De eerste poort is ‘kapitaal’. Dit houdt in dat alleen de meest rijke personen of groepen, binnen een samenleving, in staat zijn om een mediabedrijf op te richten. Op deze wijze kunnen alleen rijken het nieuws – of hun interpretatie daarvan – maken.

De tweede poort is dat eigenaren van mediabedrijven enkel geïnteresseerd zijn in winst. De overheid kan daar gebruik van maken door bijvoorbeeld te dreigen met het intrekken van vergunningen. Eigenaren willen hun hoofddoel – winst – niet in gevaar brengen en zullen daarom meewerken met de overheid. In ruil daarvoor beïnvloedt de overheid de inhoud van informatie.

De derde poort is een verstrengeling van belangen. Door de constante in- en uitstroom van werknemers tussen het bedrijfsleven, media en overheid ontstaat er een symbiotische relatie. Hierdoor raken belangen tussen beide branches vermengd.

Als gevolg van bovengenoemde poorten wordt de diversiteit aan meningen teruggebracht, waardoor er geen ruimte is voor alternatieve geluiden. Dat is terug te zien in het medialandschap van de Verenigde Staten. Herman en Chomsky identificeerden in 1988 24 grote mediabedrijven. Dat aantal is in 2014 sterk geslonken naar vijf mediabedrijven (of conglomeraten). Deze vijf conglomeraten bepalen bijna alles wat de Noord-Amerikaanse burger te zien krijgt.

Ook in Nederland is de verscheidenheid aan meningen in het geding. Volgens de Mediamonitor, onderzoeksbureau dat het Nederlandse medialandschap volgt, telde Nederland in 2001 8 grote mediabedrijven. Tegenwoordig zijn er, naast de publieke omroep, nog vijf uitgevers te vinden, te weten: Telegraaf Media Groep, Sanoma Media, Koninklijke Wegener, RTL Nederland en de Persgroep. Anders gezegd: vijf uitgevers zijn verantwoordelijk voor het gros van de informatie, die de Nederlandse burger te verwerken krijgt.

Tenslotte heeft ook de mondialisering van de Nederlandse mediamarkt bijgedragen aan de vermindering van de diversiteit aan meningen. Bijna de helft van alle Nederlandse dagbladen zijn in Europese handen. Daarnaast worden zowel de commerciële televisiemarkt als de meest bezochte internetwebsites grotendeels gerund door Noord-Amerikaanse (en Europese) bedrijven.

Adverteerders
Reclame-inkomsten vormen de primaire bron van inkomsten voor de mainstream media. Uitgevers zijn afhankelijk van reclame-inkomsten, omdat de productiekosten zich verminderen. Het gevolg is dat het competitieve gehalte zich verhoogt. Dit heeft ook een keerzijde: mediabedrijven worden hierdoor afhankelijk van adverteerders. Laatstgenoemde zijn daarom in staat om eisen te stellen aan de inhoud van programma’s. Adverteerders vermijden mediakanalen die kritische programma’s uitzenden, en geven de voorkeur aan apolitieke programma’s. Deze filter kan worden samengevat onder de aloude regel: wie betaalt, bepaalt.

Informatiebronnen
De derde filter is de afhankelijkheid van informatie. Journalisten zijn voor hun informatie afhankelijk van de overheid en bedrijfsleven. Verslaggevers worden door overheden en business nieuwsagentschappen ontvangen in pr-afdelingen, die speciaal daarvoor zijn ingericht. Hier krijgen journalisten het nieuws kant en klaar geserveerd. Dit bespaart de werkgevers van journalisten – mediabedrijven – kostbare tijd, energie en geld.

Een bijkomend voordeel is dat de door overheid (of business) geleverde informatie niet onderzocht hoeft te worden. Nieuws vanuit de overheid of het bedrijfsleven wordt als autoritair en/of objectief beschouwd. Dit stelt hen in staat om de informatie te kleuren.

Een keerzijde van de afhankelijke positie van journalisten is dat ze gevoelig worden voor beïnvloeding. De overheid en het bedrijfsleven zullen verslaggevers weren die zich kritisch opstellen. Journalisten zullen daarom minder geneigd zijn om het geleverde nieuws te betwijfelen om kostbare tijd en geld te besparen.

Een andere manier waarop de overheid nieuws beïnvloed is door deskundigen. De meeste experts, in de mainstream media, echoën de officiële lezing. Hierdoor blijft het debat binnen bepaalde goedgekeurde kaders (een voorbeeld is hier te vinden).

Flak
Flak, doorgaans bekend als luchtafweergeschut, is een middel om de media te disciplineren. Flak refereert aan negatieve reacties op een mediastatement of programma. Dit kan zijn in de vorm van klachten, bedreigingen of bestraffende maatregelen. Denk hierbij aan (invloedrijke) individuen of organisaties met macht.

Flak is kostbaar voor mediabedrijven, daar het tot imagoschade of zelfs tot rechtszaken kan leiden. Bovendien lopen uitgevers het risico dat adverteerders zich niet meer willen associëren met het besmeurde mediabedrijf. Uitgevers zullen daarom nieuws vermijden, dat mogelijk tot flak zouden kunnen leiden.

Het meest duidelijke voorbeeld hiervan zijn Israëlische lobbygroepen als het CIDI. Dergelijke belangenorganisaties vallen Israël-critici regelmatig aan voor het verbreden van het Israël-Palestinadebat.

Framing
De vijfde en laatste filter is een ideologie, die als een controlemechanisme dient: framing. Tijdens de Koude Oorlog werd het anticommunisme-label gebruikt. Personen of groepen die kritisch waren tegenover de overheid (of bedrijfsleven) werden bestempeld als een communist. De overheid gebruikt zulke ideologieën om de bevolking te mobiliseren tegen een gemeenschappelijke vijand. Ook kan dit ingezet worden tegen eenieder die onwenselijke meningen uit.

Tegenwoordig worden er meerdere labels gebruikt om critici monddood te maken. Een aantal voorbeelden: Israël-critici die als antisemieten worden bestempeld; War on Terror-critici die als supporters van moslimextremisten worden afgeschilderd; en overheidscritici die als complottheoretici in een hoek worden gedreven.

Het belang van het propagandamodel
Het propagandamodel van professor Edward Herman en professor Noam Chomsky is een bril om partijdige berichtgeving in de mainstream media te herkennen. Het conflict tussen Israël en Palestina biedt voldoende voorbeelden. Slachtoffers aan Israëlische zijde worden altijd breed uitgemeten; dit in tegenstelling tot vermoorde Palestijnse kinderen, die grotendeels naar de marge worden gedrukt.

De reden voor dit verschil is evident. De door Israëliërs vermoorde Palestijnse kinderen passen niet in het beeld, dat de elite wil schetsen. Simpel gezegd: ze dienen het doel niet. De vijf filters van het propagandamodel zorgen ervoor dat ongewenste berichten niet bij de gewone man terecht komen.

Herman en Chomsky’ werk biedt stof tot denken. Als de mainstream media propaganda verspreidt rondom Palestina, Vietnam of El Salvador (dit land wordt hoofdzakelijk besproken in het boek), dan moet de vraag worden gesteld of dit ook geldt voor Syrië, Libië of Oekraïne?