Imran Khan’s Azadi march: Naya Pakistan of politiek zoals gewoonlijk?

30 november moet het gebeuren. Oppositieleider Imran Khan belooft een ‘menselijke tsunami’ te ontketenen, indien niet aan zijn eisen worden voldaan. De voormalige cricketheld neemt geen genoegen met minder dan het aftreden van de Pakistaanse premier Nawaz Sharif.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen, en belangrijker: wat speelt er achter de schermen? Is dit een truc van het leger, of is Khan inderdaad de messias die Pakistan naar een betere toekomst zal leiden? Zoals vaker het geval is in de Pakistaanse politiek, ligt het antwoord niet in het midden, maar ergens diep verscholen.

nawaz-sharif-imran-khan-tahir-ul-qadri-raheel-sharif

Verkiezingen en fraude
Imran Khan, oprichter van Tehreek-e-Insaaf (Beweging voor Rechtvaardigheid, PTI), werd voorspeld als de grote winnaar van de parlementaire verkiezingen van 2013. Khan werd uiteindelijk derde met 35 zetels. Nawaz Sharif, leider van Pakistan Muslim League (PML-N), won de verkiezingen met 166 zetels (van de 342) en werd voor derde maal premier van Pakistan.

Meteen na de verkiezingen werd er gesproken over verkiezingsfraude en protesteerde Khan, maar dat leverde geen resultaat op. De PTI partijleider legde zich vervolgens bij de verkiezingsuitslagen neer tot, mei van dit jaar. Imran Khan had naar eigen zeggen voldoende bewijs gevonden voor verkiezingsfraude, en kondigde eind juni zijn Azadi March(vrijheidsmars) aan.

Imran Khan’s Azadi march viel samen met de nationale onafhankelijkheidsdag op 14 augustus. Khan werd bijgestaan door de geestelijke leider Tahir ul Qadri, die zijn eigen Inqilab March(Revolutiemars) hield.

Khan eiste eerst een onderzoek naar de verkiezingen van 2013, maar verhoogde het spel door het vertrek van de premier met zijn partij en vervroegde verkiezingen te eisen. Ook Tahir ul Qadri was uit op het verdrijven van Nawaz Sharif. Qadri, leider van Pakistan Awami Tehreek (Pakistan’s Volksbeweging, PAT), stopte eind oktober met zijn Inqilab March.

Khan: het antwoord van het leger?
Het gezegde gaat dat een Pakistaanse politicus alleen kan slagen met de zegeningen van de drie A’s: Allah, Amerika en Army (leger). Politieke nieuwkomer Khan beweert onafhankelijk van de legertop te opereren, maar dat lijkt onwaarschijnlijk.

De fraudeclaims van de PTI leider zijn volgens onderzoeker Taimur Rahman, verbonden aan Lahore’s Universiteit van Managementwetenschappen, legitiem en zouden onderzocht moeten worden. Mogelijke fraude zou de verkiezingsuitslagen echter  niet significant hebben veranderd.

Academicus Ahmed Humayun denkt dat tegenvallende prestaties in de thuisprovincie van Khan, Khyber-Pakhtunwa, een rol hebben gespeeld in zijn plotse opstand. Ook kan dalend publiek vertrouwen hiervoor een verklaring bieden.

Een reden waarom de PTI partijleider in staat was om zijn protestmarsen te houden, is omdat premier Sharif’s ambtstermijn tot dusver ondermaats verloopt en hij conflicten heeft met het leger. Sharif was in eerdere ambtstermijnen beticht was van corruptie, omkopingen en vriendjespolitiek. Zijn derde aanstelling als premier is niet vrij van dezelfde aantijgingen.

Daarnaast heeft Sharif kwaad bloed gezet bij de legertop door de betrekkingen met India te normaliseren, een neutraal beleid ten opzichte van Afghanistan te voeren en door oud-president en hoofd van het leger, Pervez Musharraf, voor hoogverraad proberen te berechten.Een reactie van het leger kon daarom niet uitblijven.

Betrekkingen leger en Imran Khan
Imran Khan heeft alle aantijgingen van betrekkingen met het leger standvastig ontkend. Verschillende bronnen wijzen echter uit dat er sprake is geweest van een samenwerking.

Allereerst stond Khan in het verleden al op goede voet met Shuja Pasha (oud hoofd van de inlichtingendienst). Ook heeft de PTI partijleider oud president Musharraf gesteund tijdens de verkiezingen van 2001. Khan nam echter afscheid van Musharraf, nadat laatstgenoemde weigerde om het premierschap aan de voormalige cricketheld te gunnen.

Ten tweede, Dawn, één van Pakistan’s meest gerenommeerde kranten, insinueert in een editoriaal stuk betrekkingen tussen Khan (en Qadri) en het leger. Volgens de Pakistaanse krant heeft de legertop duidelijk stelling genomen door zich achter de (soms gewelddadige) demonstranten van PTI en PAT te scharen.

Ten derde bevestigde Javed Hashmi, oud senior lid van Khan’s PTI, de beweringen van Dawn. Hashmi bekende dat zowel Khan als Qadri gesteund worden door het leger.

Ook The Economist sluit zich daarbij aan. Volgens de Britse krant is het echter onduidelijk wat de werkelijke beweegredenen van het leger zijn. De legertop steunt de protestleiders wel, maar gaat volgens The Economist niet voor een staatsgreep. Dat doet ze niet om haar inkomsten (financiële hulp en de nationale schatkist) en haar huidige operatie in Noord-Waziristan, Zarb-e-Azb, in gevaar te brengen.

Politieke analist Mosharraf Zaidi neemt een haaks standpunt in, door te suggereren dat de militaire campagne juist bewijs is dat het leger niet achter Khan’s opstand staat. Operatie Zarb-e-Azb is gericht tegen Pakistaanse terreurgroepen als de Pakistaanse Taliban, en dat vereist concentratie en rust op de straten. Dat is volgens politieke analist Zaidi het bewijs dat de legertop niet achter de protestmarsen staat.

Echter, in reactie op Zaidi, kan Imran Khan’s Azadi March ook gediend hebben ter afleiding. Operatie Zarb-e-Azb begon officieel op 15 juni jongstleden, en minder dan twee weken voordat Khan zijn mars aankondigde. De militaire campagne heeft tot een humanitaire ramp geleid, en tot meer dan een miljoen vluchtelingen geleid. De protesten van Khan en Qadri trokken daarentegen volgens Reuters slechts tienduizend supporters aan. De PTI en PAT protesten kwamen daarom handig uit voor het leger, en overschaduwden de humanitaire gevolgen van Zarb-e-Azb.

Naya Pakistan of het oude?
Imran Khan wil met zijn Azadi march een Naya (Nieuwe) Pakistan bereiken. De vraag is echter wat er nieuw aan dat Pakistan zal zijn.

Eén van de structurele oorzaken van Pakistan’s onderontwikkeling is staat patronage. Dat houdt in dat invloedrijke personen of groepen beloningen ontvangen in ruil voor politieke steun. In Khan’s PTI maken meerdere leden zich daar schuldig aan, waaronder vice-voorzitter Shah Mehmood Qureshi.

Lal Khan, één van Pakistan’s leidende marxisten, heeft geen redenen om in Khan’s NayaPakistan of in Qadri’s Inqilab te geloven. Khan en Qadri zijn aanhangers van onder andere neoliberaal kapitalisme, en in de praktijk zal dit betekenen dat beide oppositieleiders geld zouden lenen bij westers gedomineerde instituties als de IMF en Wereld Bank. Dat zal, volgens Lal Khan, Pakistan niet helpen groeien, maar juist ondergeschikt maken aan westerse belangen.

Ook politieke analist Eric Draitser heeft geen vertrouwen in zowel Imran Khan als Tahir ul Qadri. Volgens Draitser is er niks mis met de beleidsplannen van beide oppositieleiders, maar is het de uitwerking die zorgen baart. Zowel de voormalige cricketheld als de geestelijke leider kunnen leren van soortgelijke grass-roots experimenten in Libië (pre-NAVO 2011 invasie) en Venezuela, maar lijken een ander doel voor ogen te hebben. Ook beloven Khan en Qadir op economisch en sociaal vlak gouden bergen, maar het is onduidelijk hoe ze daar willen komen.

Laatste deadline
Het leger heeft aan invloed in de regering van Sharif gewonnen, en daarmee haardoelstellingen behaald. Oppositieleider Khan zit nog in de race, en heeft 30 november een laatste deadline gesteld. De kans lijkt klein dat premier Nawaz Sharif zal aftreden, maar Imran Khan heeft in zijn carrière vaker bewezen bergopwaartse gevechten te kunnen winnen. De echte vraag is of PTI  supporters na winst hun lang gekoesterde bestemming op die heuveltop met Khan zullen aantreffen, of dat ze dan juist aan het begin een andere berg zullen staan.

Advertenties