Naar een Moskou-Teheran-Ankara alliantie?

Vlak na de historische ontmoeting tussen Erdogan en Poetin op 9 augustus ontving Turkije hoog bezoek vanuit Iran. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Mohammad Javad Zarif, bracht op 12 augustus als eerst hoog geklede official bezoek aan het land sinds de coup – een tweede, significante gebeurtenis en teken van de verschuivende geopolitieke machtsverhoudingen. De gefaalde putsch van 15 juli en de snelle Iraanse response in steun voor Erdogan lijkt opening hebben geboden om een nieuwe axis te creëren: een Moskou-Teheran-Ankara alliantie. In hoeverre is hier sprake van en wat zegt dit over de relatie tussen Turkije en het westen?

De vorming van een dergelijke axis zijn in de afgelopen maanden steeds sterker zichtbaar geworden, en dat begon al voor de gefaalde putsch van 15 juli. Op 9 juni kwamen de Defensie ministers van Rusland, Syrië en Iran voor het eerst sinds het uitbreken van de oorlog in Syrië bijeen in Teheran; de Turks-Russische betrekkingen werden genormaliseerd op 9 augustus (lees hier en hier voor context); een dag voor de ontmoeting tussen Erdogan en Poetin op 9 augustus, was de Russische leider op 8 augustus in Baku (Azerbeijan) om de economische en geopolitieke betrekkingen met Iran en Azerbaijan (zoveel mogelijk) te harmoniseren; na deze ontmoetingen kwamen Russische en Iraanse officials bijeen, op 15 augustus, om Syrië te bespreken. Deze reeks besprekingen hadden tot als gevolg dat Ankara haar buitenlandbeleid vis-à-vis Damascus wijzigde: voor het eerst sinds vijf jaar versoepelen de Turken hun eis m.b.t. het lot van Assad.

Tot voorheen eiste Ankara het vertrek van de Syrische leider. De Turken houden hem verantwoordelijk houden voor de oorlog in het Levantijnse land. Echter, zoals eerder besproken, hebben recente ontwikkelingen Turkije doen dwingen om toenadering te zoeken met Rusland en Iran. Om dit mogelijk te maken moest Ankara haar standpunten ombuigen zodat ze in grote lijnen geïntegreerd konden worden met die van de Russische (en Iraanse). Dat werd bereikt op 20 augustus. De Turkse premier Yildirim zei toen dat “[w]hether we like it or not, Assad is one of the actors” die een oplossing kan brengen in Syrië. Oftewel, het op regime change geörienteerde beleid is tot een eind gebracht. Een overwinning en getuigenis van de groeiende macht van Rusland en Iran.

Dit betekent niet dat er wezenlijke verschillen zijn. Ook met Iran. Maar waar het omgaat is dat er overeenstemming is gevonden op algemene beginselen. Die gemeenschappelijke standpunten worden gevonden op:

  1. de strijd tegen IS,
  2. oppositie tegen Koerdisch separatisme (wat in Iran sinds kort ook opgelaaid is)
  3. anti-Amerikanisme.

Deze gedeelde posities zullen volgens de Iraanse viceminister van Buitenlandse Zaken, Hossein Jaberi Ansar “contribute to creating an environment suitable to solving the Syrian crisis”.  Er is voldoende grond om daar samenwerking m.b.t. Syrië op te baseren. Het zijn op deze drie punten waar ook Rusland aansluiting vindt en daarmee de Moskou-Teheran-Ankara alliantie licht ziet.

Dat is een bijzondere ontwikkeling die ingrijpende gevolgen zal hebben voor toekomstige geopolitieke gebeurtenissen. Dit samenwerkingsverband kan namelijk dienen als de eerste belangrijke test voor de Euraziatische grootmachten in het oplossen van een regionale conflict. Dat wil zeggen, met een minimale tot geen rol voor het westen. Mocht dit trilaterale partnerschap daarom succesvol uitpakken, kan dit verder uitgebouwd en geïntegreerd worden binnen het raamwerk van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie. De Shanghai-samenwerkingsorganisatie is opgericht door de Russen en Chinezen en wordt gezien als de Aziatische NAVO. Iran wordt in 2017 volledig lid en Turkije heeft zich sinds in 2015 “observer status” verworven. Veel hangt dus af in hoeverre er een antwoord voor het Syrische vraagstuk gevonden kan worden.

In Syrië lijkt deze trilaterale toenadering enigszins haar vruchten af te werpen. Zo maakten de Russen onlangs gebruik van een militaire basis in Iran om luchtaanvallen uit te voeren in Syrië – voor het eerst sinds 1979 mocht een buitenlandse macht hier gebruik van maken. Ook suggereerde de Turkse premier dat de Russen gebruik konden maken van de Incirlik militaire basis. Dat wil zeggen, de basis die ook gebruik gemaakt wordt door de VS en andere westerse krachten. Volgens de Turkse premier heeft Ankara de Incirlik militaire basis open gezet voor strijdkrachten die zich inspannen tegen IS en “if necessary” kan Moskou daar ook gebruik van maken. Het moet nog blijken of dit daadwerkelijk zal leiden tot een Russische militaire aanwezigheid in Incirlik, maar de gevolgen van de Moskou-Teheran-Ankara alliantie zijn zichtbaar.

Daarnaast traden ook de Aziatische grootmachten in de afgelopen weken naar voren om hun steun te uiten voor hun Russische en Iraanse bondgenoten. China en India herhaalden en bevestigden hun steun uit voor Assad. Een teken van de zegen en goedkeuring van de belangrijke leden van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie.

Betekent de vroege tekenen van een Moskou-Teheran-Ankara alliantie dat Turkije haar rug keert tegen het westen? Daar is het te vroeg voor. Turkije is en blijft voor de komende tijd onderdeel van het westerse alliantiesysteem en haar economie is sterk verweven met die van het westen.

Aan andere kant, heeft Turkije meermaals aangegeven niet tevreden te zijn met haar rol in de NAVO en ook over het Europese toetredingsproces. Deze onvrede is alleen maar versterkt door de gefaalde putsch en de westerse reactie daarop. Daarbij komt dat recente ontwikkelingen op de grond in Syrië zich niet in het voordeel van Turkije hebben vertaald. Deze gebeurtenissen hebben Ankara ervan overtuigt buiten haar traditionele (westerse) partners te zoeken naar mogelijkheden om haar belangen te vertegenwoordigen.

Daar komen Rusland en Iran in beeld. Moskou en Teheran, twee grootmachten met bovenmatige invloed in de regio, hebben Ankara een opening geboden om zichzelf te herpositioneren in het licht van haar eigen belangen en doelstellingen. Het is derhalve geen kwestie van het aangaan van een alliantie met Moskou en Iran en een mogelijke afscheiding van het westen, maar het volgen van belangen in overeenstemming met de (geopolitieke) realiteit.  Een wereld waarin Rusland (sinds de Russische interventie in Syrië) en (post-nucleaire deal) Iran, naast het westen, een significante rol in spelen.

Het is vanuit dit licht dat Turkije zich zal (her)positioneren. De verwachting is dat de Anatolische macht haar ‘natuurlijke’ positie en rol zal innemen, in historische en geografische zin. Dat wil zeggen: als brug tussen Oost en West. Dat betekent dat Turkije het westen niet zal verlaten en Azië zal joinen, maar het maximale uit beide werelden zal halen. Oftewel: het is niet of of, maar en en. De nieuw geboren Moskou-Teheran-Ankara alliantie zijn daar de eerste tekenen van.

Advertenties

Turkije: lid van het westen of Russische bondgenoot?

De ontmoeting op 9 augustus in St. Petersburg tussen de Turkse president en zijn Russische tegenhanger was zeker historisch te noemen. Binnen driekwart jaar gingen de Russen van vijanden naar “lieve vriend”, zoals Recep Tayyip Erdogan zijn Russische collega, Vladimir Poetin, liefkozend noemde. Maar het bleven niet enkel bij woorden. De Turken hebben veel concessies moeten leveren en zijn dichterbij de Russische positie komen te liggen. De vraag die rijst: hebben de Turken hun rug gekeerd tegen het westen? Of speelt Ankara de “Russische hand” om daarmee druk te oefenen op hun westerse partners? Beide niet. Wat de verzoening aangeeft is dat Turkije realiseert dat de wereld veranderd is, en in die nieuwe realiteit spelen de Russen een belangrijke rol. De Turkse heroriëntatie is derhalve bedoeld om zich in het licht van hun eigen belangen en doelstellingen te positioneren in die nieuwe context.

De deal, 2023 visie en interafhankelijkheid
De bevroreren relaties met de Russen heeft Turkije sterk geschaad. In economische termen heeft de Turkse economie, sinds het neerhalen van de Russische Su-24 gevechtsvliegtuig (24 november 2015), klappen moeten verduren. Alleen al in de eerste vijf maanden van 2016 was de handel tussen beide landen gezakt met 43% (uit een jaarlijkse volume van $30 miljard). Inkomsten uit toerisme, een pilaar van de Turkse economie, nam vanuit Rusland af met 87%, wat vertaalt naar een schadepost van $840 miljoen. Ook waren economische projecten als de Akkuyu nucleaire reactor en Turk Stream gaspijplijn tot een halt gebracht.

Het terug op gang zetten van deze megaprojecten is niet alleen essentieel om de Turkse economie enigszins te herstellen, maar ook voor de ‘2023 visie’. De Erdogan-regering heeft zich binnen de ‘2023 visie’ als doel gesteld om aansluiting te vinden bij de top 10 economieën van de wereld. Dat moet bereikt worden in het jaar 2023 — 100 jaar na stichting van de Turkse republiek. In die doelstelling hoort een te realiseren BNP van $2 biljoen met een gemiddelde per capita inkomen van $20.000 (van een 2015 BNP van $718 miljard en een BNP per capita van $11.500). Om in de buurt van dat ambitieuze doel te komen speelt Rusland een cruciale rol: het (deels) zelf voorzien van en diversificeren van de Turkse energiebehoefte (waarover later meer). In algemene zin is het doel (binnen het kader van de 2023 visie) om de jaarlijkse handel tussen Turkije en Rusland toe te laten nemen van $30 naar $100 miljard — dat komt neer op meer dan een 8ste van de huidige BNP. Kortom: Rusland is een essentiële partner voor de Turken om haar 2023 te bereiken.

Rusland, aan andere kant, heeft Turkije ook nodig. Moskou kan niet meer via Oekraïne gas leveren aan Europa en heeft nieuwe ingangen nodig naar Europa. Daar komt Turkije in beeld. Middels Turk Stream vindt Rusland een opening naar de Europese markten. Dat is het niet alleen: deze projecten worden verder opgenomen in het bredere raamwerk van Euraziatische samenwerkingsverbanden, zoals de Russisch geleide Europees Economische Unie (en gekoppeld aan de Chinees gedreven Nieuwe Zijderoute). Maar, zo maakte de Russische Minister van Buitenlandse Zaken, Sergey Lavrov, voor de ontmoeting (op 22 juli) duidelijk: het repareren van de relaties zou sterk afhangen van “on how we will cooperate on the settlement of the Syrian crisis”.

Eens over Syrië, oneens over de strijdende partijen
De onderhandelingen over Syrië leken aanvankelijk niet verder te komen dan wat vooraf bekend en meer of minder reeds besloten was. Er was overeenstemming gevonden in: 1) het behoud van de Syrisch territoriale integriteit, 2) een wapenstilstand en 3) dat een toekomstige regering in Damascus alleen ingevuld kan worden op democratische wijze. Er bleven nog genoeg onenigheden over.

Tegenstellingen werden gevonden in het lot van de Syrische president, Bashar al-Assad. Moskou en Ankara nemen in zijn geval tegenovergestelde posities in: de Russen willen dat de Syrische leider in het zadel blijft; de Turken willen hem verdrijven. Veel van een mogelijke verzoening tussen Turkije en Rusland zou hiervan afhangen.

Erdogan gaf vlak voor de ontmoeting met Poetin een interview af aan de Russische staatszender TASS. In dit interview bevestigde en herhaalde hij zijn positie van de afgelopen jaren. Erdogan eiste: “the departure of Bashar Assad who is guilty for the deaths of 600,000 people”. Moskou verwerpt dat en staat achter Assad.

Verder onenigheid was m.b.t. de oppositiegroepen in Syrië. Het ging hierbij om welke oppositiegroepen als een terroristische groepering aangemerkt konden worden. De Russen zien álle gewapende groepen die embedded zijn met één van de terroristische groeperingen (ie. IS/Daesh en Jabhat an-Nusra/Fatah ash-Sham) als legitieme doelwit — in lijn met het VS onderhandelde raamwerk; Turkije is het eens betreft IS, maar niet over Fatah ash-Sham, voormalig Jabhat an Nusra, omdat: “al-Nusra front is also fighting against the Islamic State”, volgens Erdogan. Niettemin, de strijd tegen IS levert voldoende grond om de bilaterale betrekkingen tussen beide landen daarop te bouwen, wat volgens Poetin “the most important element of our joint work [is]”.

Samenvattend: ondanks dat beide partijen op vele punten dichterbij elkaar waren gekomen, waren er nog wezenlijke (geopolitieke) verschillen. Poetin bleek echter aan het eind van de sessie optimistisch: “We had a substantial and, I would like to stress, constructive conversation on the entire spectrum of bilateral ties, and on the international agenda”. Daags later gingen ministers en diplomaten aan de slag om de resterende kreuken zoveel mogelijk plat te strijken.

Toenadering en harmonisatie van beleid
De Turkse Mininister van Buitenlandse Zaken, Mevlut Cavusoglu, pakte de volgende dag de draad verder op en zei: “We have similar views on the ceasefire in Syria, humanitarian aid and political settlement”. Daar bleef het niet bij. Het lijkt erop dat Cavusoglu, en zijn konvooi van militaire, diplomatieke en inlichtingenexperts, met de taak berust waren op de Turkse positie te harmoniseren met die van hun Russische tegenhangers. Dat werd duidelijk uit het gezamenlijke verdedigingsmechanisme dat die dag, 10 augustus, werd geconstrueerd:

“Many countries are engaged in Syria actively. There could be mistakes (…) In order to prevent that, we need to put into practice the solidarity and cooperation [mechanism] between us including sharing of real-time intelligence.”

Dat is een significante gebeurtenis, niet alleen omdat hiermee het raamwerk om de strijd tegen IS te baseren gecreëerd werd, maar de Turkse beleidsmakers gaven hiermee ook aan dat ze een incident als het neerhalen van de Russische Su-24 gevechtsvliegtuig willen voorkomen. Dat is in zichzelf een belangrijke ontwikkeling, aangezien hiermee afgevraagd kan worden wat voor rol de Turken nog willen gaan spelen in het licht van de groeiende confronterende verhoudingen tussen de NAVO en Rusland.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken stelde echter zijn NAVO-partners direct gerust door te stellen dat dit samenwerkingsverband beslist geen “move against NATO” is, maar maakte wel duidelijk dat Ankara verder gaat kijken naar opties om haar belangen te verdedigen.

De daaropvolgende dag, 11 augustus, twee dagen na de ontmoeting tussen Erdogan en Poetin, vonden de Turken meer aanknopingspunten met de Russen. Cavusoglu maakte de volgende statement: “”We think the same as Russia on Syria’s future. The next administration in Syria should be inclusive and cover everyone,” en voegde eraan toe dat de volgende regering “must be a secular one”. Dit was een indirecte toezegging dat: 1) de islamistische (ie. sektarische) oppositie geen zal toekomst hebben in Damascus en 2) hield de deur open voor de huidige machtshebbers in Syrië (de seculiere Ba’ath-partij).  Kortom: Ankara doet meer water bij de wijn en komt steeds dichterbij de Russische positie te liggen.

Geopolitieke troefkaart
Dit wil niet zeggen dat de Turken compleet hun positie hebben verlaten: Turkije steunt nog steeds de gewapende oppositie en probeert de uitkomst van de oorlog te beïnvloeden. Dat bleek onder andere uit het Aleppo offensief van 11 augustus. The Financial Times kwam met een rapport naar buiten dat dit offensief mede mogelijk werd gemaakt door buitenlandse hulp én dat Turkije daar een centrale rol in speelde. Uit het bericht:

 [T]he offensive against President Bashar al-Assad’s troops may have had more foreign    help than it appears: activists and rebels say opposition forces were replenished with   new weapons, cash and other supplies before and during the fighting.

(…)

  “At the border yesterday we counted tens of trucks bringing in weapons,” said one           Syrian activist, who crosses between Syria and neighbouring Turkey. “It’s been         happening daily, for weeks… weapons, artillery — we’re not just talking about some       bullets or guns.”

 

 Two other rebels (…) described cash and supplies being ferried in for weeks. They and    others believe the money and supplies came from regional backers, including Saudi      Arabia and Qatar, and were sent in trucks across Turkey’s border with Syria.

Dit geeft aan dat de uitspraken van Erdogan (gemaakt op 9 augustus, voor de ontmoeting met Poetin) niet alleen voor de achterban was. In de afgelopen vijf+ jaar is een enorme infrastructuur opgebouwd om de oppositiegroepen in Syrië te trainen, faciliteren, bewapenen en op allerlei andere manieren te steunen, waardoor deze operatie niet overnacht ontmanteld kan worden. Daarnaast: de Turkse steun en rol, in het door de oppositie uitgevoerde offensief in Aleppo, kan worden gezien als een poging om haar invloed op de toekomstige onderhandelingstafels (over de toekomst van Syrië) te vergroten. Dat wordt in het FT stuk als volgt uitgelegd:

 The city is Syria’s largest and the last remaining urban stronghold of the rebels, who        have been fighting for five years against Mr Assad. Without it, they could become a             rural rebellion with far less pressure to bear on political negotiations that world powers   hope will end the bloodshed.

De verwachting is dan ook dat de Turkse steun niet plots zal ophouden, althans niet voor een politieke en militaire oplossing is gevonden.

Naar een driestappenplan
Voor de punten waar Turkije en Rusland overeenstemming hebben gevonden, heeft Ankara een driestappenplan uitgebracht. De Turkse premier, Binali Yildirim, vatte deze tijdens een persconferentie op 15 augustus als volgt samen:

  • Het behouden en beschermen van de territoriale integriteit van Syrië.
  • Een inclusieve, seculiere overheid.
  • Het terug laten keren van de Syrische vluchtelingen.

De Turkse premier Yildirim bevestigt dat de vorming van een autonome Koerdistan (in het noorden van Syrië) bepalend was om de bevroren relaties met Rusland te ontdooien. Ook significant aan dit driestappenplan was welke rol het lot van Assad inneemt. Voor het eerst sinds vijf plus jaar lieten de Turken hun wens dat de huidige president van Syrië weg moest los. Althans, niet op korte termijn maar wel op “the long run” — wat betekent dat er ruimte wordt gelaten zodat Assad deel uit te maken van een transitieregering of kan meedoen aan verkiezingen.

De stapsgewijze Turkse toenadering tot de Russische is een demonstratie van de invloed en macht van Moskou en de huidige geopolitieke verhoudingen. Op algemene beginselen zijn de Turken op lijn van de Russen gekomen en daarmee is er voldoende grond gecreëerd om daarop de toekomstige samenwerkingen op te bouwen. Moskou heeft genoeg om mee samen te werken. Daarnaast was het Ankara die haar best moest doen om aanknopingspunten te vinden met de Russen. Dit geeft weer dat de Russen over de betere kaarten bezaten (en zitten). Verder heeft Moskou een invloedrijke partner er bij voor de komende onderhandelingen. Dat is iets wat met name Washington zal hekelen.

Turkije: ex-lid van het westen en vriend van Rusland?
De vraag die rest is: heeft Turkije nu afscheid genomen van het westen en aansluiting gevonden bij Rusland? Nee, een afscheiding van het westen gaat niet gebeuren en sterker nog: dat kan ook niet. Dat heeft te maken met de Turkse integratie in de westerse (financieel)economische en militaire wereld (daarover in een volgend stuk meer).

Echter, in geopolitiek perspectief, en in het bijzonder de crisis in Syrië, hebben spanningen tussen de VS en Turkije Ankara doen kijken naar andere partners om haar Koerdische zorgen weg te nemen. Daar komen de Russen in spel. Naast het belang van Rusland in het kader van de Turkse ‘2023 visie’, heeft Moskou de geopolitieke kaarten in handen. Sinds de Russische interventie september 2015 heeft Moskou haar plek in de regio terug weten op te eisen. De Turks-Russische rapprochement is een getuigenis en uitkomst van die status. En in die nieuwe realiteit is Ankara gedwongen om rekening te houden met de Russen, zoals de historische ontmoeting van 9 augustus bewijst.

In conclusie, Turkije zal zich niet scheiden van het westen, maar heeft zich in ieder geval ten opzichte van Syrië aan kant van Rusland gepositioneerd. Daarmee leveren ze een enorme klap uit aan vijf jaar regime change beleid van de VS (in relatie tot Syrië) én Rusland herclaimt haar status als grootmacht. Ongetwijfeld zullen beleidsmakers in Washington denken aan een countermove. The game is on.