Manchester-aanslag als blowback van westerse interventie

In 2011 ontstond kans voor het westen om Gaddafi te verdrijven. Dat was het moment dat de Arabische Opstand aankwam in Libië. In het licht van die doelstelling werden rebellengroepen gesteund die dat konden bewerkstelligen, waaronder ervaren al-Qaida gelieerde doodseskaders als de Libyan Islamic Fighting Group (LIFG).  Om dat doel verder te ondersteunen deden Europese staten de poorten open voor burgers die wilden meestrijden tegen de toenmalige Libische leider.

Na de lynching van de gemeenschappelijke vijand werd er een nieuw doel voor de extremistische rebellen gezocht. Die vonden ze in Syrië. De takfiri terroristen sprongen over naar Syrië om daar te strijden tegen Bashar al-Assad. Al snel kwamen de takfiri terroristen de Syrische oppositie te domineren en dat creëerde op haar beurt weer de rechtvaardiging voor het westen om militair te interveniëren. Bij die westerse luchtaanvallen in Syrië (en Irak) – in 2016 meer dan 26.000 – zijn vele onschuldige levens gevallen, vaak kinderen. Daarmee vestigden de westerse staten de aandacht van takfiri terroristen op zichzelf – en dat hebben ze sinds in de afgelopen jaren ook gedaan, zoals Charlie Hebdo, Brussels en meest recentelijk Manchester.

De Manchester-aanslag kan derhalve geïnterpreteerd worden als een typisch geval van blowback. Salman Abedi, de man die zich op 23 mei opblies in Manchester en 22 (vooral jonge) levens met zich meenam, was een product van NAVO’s agressie jegens Libië in het kader van de Global War on Terror.

 

NAVO-agressie opent deuren voor al-Qaida in Libië
In 2011 lanceerde de NAVO (in samenwerking met regionale partners als Qatar, Turkije en andere bevriende naties) militaire operatie in Libië. Het beoogd doel was om burgers te beschermen tegen de (vermeende) agressie van Gaddafi. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat die aanklachten tegen de toenmalig Libische leider ongegrond waren. Er is namelijk géén bewijs dat Gaddafi van plan was om een genocide te plegen en dat was wel de basis waarop de militaire interventie gerechtvaardigd was (lees bijvoorbeeld dit Brits parlementair rapport). Voormalig president Obama werd gekozen op een platform dat haaks stond tegenover het agressieve buitenlandbeleid van Bush, maar deed daarmee in essentie exact hetzelfde als zijn voorganger: een soevereine binnendringen onder valse voorwendselen en de legitieme regering omverwerpen.

 

In het kader van die doelstelling werden allerlei groeperingen gesteund die Gaddafi’s machtsbasis kon doen wankelen. Uit een rapport van de International Crisis Group komt naar voren dat de twee meest invloedrijke oppositiegroepen toentertijd gelinkt waren aan al-Qaida, waaronder de Libyan Islamic Fighting Group. Deze terreurgroep staat jarenlang op de terroristenlijst van landen als Libië, het VK, de VS en VN. Saillant detail: volgens een klokkenluider gaf de Britse inlichtingendienst eind jaren 90 nog steun aan de terroristische LIFG om Gaddafi te liquideren. Dat ze dat later, in 2011, nogmaals deden komt derhalve niet aan als een verrassing. Het aparte is wel dat ze in 2005 op de Britse terroristenlijst geplaatst waren.

Ondanks de problematische achtergrond van de LIFG werden ze opgenomen als onderdeel van de rebellen tegen Gaddafi. Ook zaten ze in het officiële oppositieorgaan genaamd de Transitional National Council; zoverre was toegegeven door het (Noord-)Amerikaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken in 2012; de Libyan Islamic Fighting Group kwam toen de Libyan Islamic Movement for Change te heten. Het feit dat één van hun voormannen, Abdulhakim Belhaj, een veroordeelde al-Qaida terrorist was weerhield de VS en het VK niet om met ze in alliantie te gaan. Belhaj kreeg zelfs hoog bezoek van voormalig presidentskandidaat John McCain en ging met hem op de foto.

Libische al-Qaida terrorist Abdulhakim Belhaj (links) op de foto met John McCain (rechts)
belhaj

 

 

Abedi en de LIFG
De familie van zelfmoordterrorist Salman Abedi was zelf ook gelinkt aan de LIFG. The Guardian berichtte dat de vader van Abedi meestreed met de terreurgroep tijdens de opstand tegen Gaddafi. Ook begaf Abedi zich volgens de Britse politie in een netwerk van LIFG-sympathisanten en leden. De Britse Telegraph rapporteerde dat een aantal leden van de LIFG dichtbij in de buurt woonde van Abedi. Eén van hen was Abdal Baset Azzouz:

Abd al-Baset Azzouz, a father-of-four from Manchester, who left Britain to run a terrorist network in Libya overseen by Ayman al-Zawahiri, Osama bin Laden’s successor as leader of al-Qaeda. Azzouz, 48, an expert bomb-maker, was accused of running an al-Qaeda network in eastern Libya. The Telegraph reported in 2014 that Azzouz had 200 to 300 militants under his control and was an expert in bomb-making.

Abedi zelf was vermoedelijk ook in contact gekomen met al-Qaida’s tak in Libië. Nadat de opstand tegen Gaddafi begon in 2011, reisde hij meermaals heen en weer van zijn thuisland naar het Noord-Afrikaanse land. Volgens NBC News kreeg hij daar zijn training van al-Qaida. Sterker, Libische autoriteiten meldden dat Abedi (en zijn broer) contacten hadden met Daesh – laatstgenoemde kon voet aan Libische grond krijgen mede dankzij de instabiliteit die ontstond na NAVO’s militaire interventie.

 

Rat line
Het verhaal van Abedi staat echter niet op zichzelf: vele Britse Libiërs konden vrijuit heen en weer reizen van Engeland naar Libië. Middle East Eye bericht dat ze in die onderneming zelfs gesteund waren door de Britse veiligheidsdiensten. Een aantal Britse Libiërs hebben dat bevestigd tegenover het medium. Eén (anonieme) bron beweert dat hij niet naar Irak kon reizen, omdat de autoriteiten vreesden dat hij zich zou aansluiten bij één van de terreurgroepen, maar die angst was er niet in relatie tot Libië. Hij zegt tegen het online medium: “I was allowed to go, no questions asked”. Volgens de bron was hij niet de enige. Vele strijders, waaronder LIFG-leden, overkwam hetzelfde.

Belal Younies, een andere Brit die naar Libië afreisde, heeft gelijke ervaringen. Hij werd op het vliegveld aangehouden onderweg naar Libië en ondervraagd daarover door twee counterterrorisme officiers. Vervolgens deelde Younies mee dat hij toestemming gekregen had van een MI5 officier (Britse binnenlandse dienst). Daarna kreeg Younies groen licht van de douane om door te reizen. Volgens Younies vond MI5 het geen probleem dat hij van plan was om naar Libië te reizen op voorwaarde dat hij zou strijden tegen de regering van Gaddafi. Het feit dat het gros van deze Libiëgangers leden waren van de aan al-Qaida gelieerde LIFG, of aan deze groep zouden aansluiten in Libië, werd niet gezien als een probleem. Zolang ze maar streden tegen de gemeenschappelijke vijand. Deze terroristenpijplijn naar Libië werd ook wel de rat line genoemd.

Gemotiveerd door westers buitenlandbeleid
Salman Abedi werd geprikkeld om de aanslag in Manchester te plegen na het zien van beelden van dode Syrische kinderen. Langzamerhand begon hij te radicaliseren. De familieleden, omstanders en moskee lieten aan de autoriteiten weten dat Abedi extremistische neigingen toonde. Volgens de zus van Abedi trok het zien van dode Syrische kinderen door westerse luchtaanvallen hem over de streep.  Waarschijnlijk wilde Abedi zijn gram halen door kinderen in het Verenigd Koninkrijk te doden. Deze tragisch gebeurtenis laat nogmaals zien dat niet religie, maar politiek mensen drijft tot terrorisme.

Manchester-aanslag: NAVO’s blowback
De door NAVO geleide militaire interventie in Libië creëerde ruimte voor de al-Qaida gelieerde Libyan Islamic Fighting Group om in te groeien. In de nasleep van de interventie konden ook groepen als Daesh hun plek in het door oorlog geteisterde land opeisen. Een ander gevolg was dat Libië (net als Syrië) omgevormd is tot een school voor takfiri terrorisme. Verwarde Europese jongeren als Salman Abedi komen er geradicaliseerd in en uit als professionele terroristen. Ze zijn vervolgens voldoende opgeleid om slachtpartijen aan te richten.

De trigger is vaak (bloedige) westers beleid in het Midden-Oosten – en in het geval van Abedi de westerse luchtaanvallen in Syrië. De Manchester-aanslag van 22 mei is het jongste (maar niet enigste) voorbeeld daarvan. Eerdere vergelijkbare gebeurtenissen was de aanslag in Parijs of Brussels. Ook daar was te zien dat de oorlog in Libië en Syrië diende als een radicaliseringsplatform voor terroristen én dat westerse interventie hen overtuigde en motiveerde om in revanche aanslagen te plegen in Europa en elders.

De link met NAVO’s militaire interventie en de Global War on Terror wordt daarmee duidelijk: zonder NAVO’s interventie in Libië, diens steun aan al-Qaida gelieerde doodseskaders én westerse luchtaanvallen in Syrië, géén aanslag in Manchester.

Turkije valt Syrië binnen. Zet het daarmee de alliantie met Rusland en Iran op het spel?

Op 25 augustus kwamen berichten naar buiten dat het Turkse leger met steun van VS luchtaanvallen en Vrije Syrische Leger (FSA) milities Syrië was binnen gedrongen. Wat zegt dit over de alliantie met de Russen en Iraniërs, die de Syrische soevereiniteit en territoriale integriteit willen beschermen? Oftewel: zet Ankara hiermee haar alliantie met Rusland (en Iran) op het spel? Het antwoord is simpel: Ankara doet wat het altijd gedaan heeft; dat is: haar eigen belangen najagen — of dat nou met de VS of Rusland is.

De Turken hebben de strategische Syrische plaats Jarabulus ingenomen, die tot voorheen in handen was van IS/Daesh. Hoewel de terreurgroep de dienst uitmaakte in het nabij de Turkse grens gelegen noordelijke stad, heeft deze inval daarmee niet te maken. Anders gezegd, de Turken zijn Syrië niet binnen gevallen om Daesh te verdrijven. De Turkse transgressie heeft te maken met de progressie van haar gezworen vijanden: de PKK gelieerde Syrische Koerden.

De Syrische-Koerden zijn in de opmars. Tegen 14 augustus hadden ze de noordelijk gelegen stad Manbij bevrijd van Daesh onder het vlag van de VS-gesteunde Syrian Democratic Forces. Dat leverde het momentum om verder, oostelijk te bewegen naar de strategisch belangrijke stad Jarabulus, die in handen was Daesh en haar laatste grote stad was nabij de Turkse grens. Dit was een ontwikkeling die zorgen baarde in Ankara, aangezien daarmee de kans vergroot werd dat de afzonderlijke Koerdische enclaves verenigd konden wonden in één streek (of Syrisch-Koerdistan).

Het prospect van een relatief autonome Koerdistan is een rode lijn voor de Turkse republiek. De Syrische Koerden werken nauw samen en zijn op vele vlakken verbonden met de (PKK) Koerden in Turkije. Ankara ziet in een Syrisch-Koerdistan derhalve bedreiging voor haar eigen territoriale integriteit en in algemene zin ook de Turkse republiek. Dat is een ontwikkeling die de Turken dus koste wat koste zouden tegengaan.

Het was in dat licht te verwachten dat de Turken actie zouden ondernemen. Ook gaat het waarschijnlijk hier niet bij blijven. De door de Turken gesteunde FSA milities zeiden tegen The Wall Street Journal dat dit onderdeel maakt van een grotere plan. Een leider van een Syrisch-Turkmeense groepering zei:

“Operations are most likely to continue southward; our main aim is to defeat Daesh and repel it from around Aleppo, especially the northern part, and to set up a safe zone there,”

Hoe rijmt dit met de genormaliseerde betrekkingen met Rusland, aangezien Moskou en haar partners allen tegen een opsplitsing van Syrië zijn?

Zoals ik in dit stuk ook heb beargumenteerd, met als voorbeeld het Aleppo offensief begin augustus: dit heeft te maken met 1) de regime change-infrastructuur die de Turken in de afgelopen jaren hebben opgezet, die niet overnacht ontmanteld kunnen worden, én 2) het is een geopolitieke troefkaart op de onderhandelingstafels. Zodra de onderhandelingen gaan starten over de toekomst van Syrië, willen de Turken ook meer macht en invloed gaan uiten en daarom de waarde van hun ‘chips’ vergroten. Het Koerdische aspect speelt daar ook een belangrijke rol in, omdat de Turken hun hand kunnen gebruiken om de Koerden zoveel mogelijk te weren van de onderhandelingstafels of hun plannen te dwarsbomen. Dat is de rationale achter de Turkse beslissing om Syrië binnen te vallen. Ook valt er weinig meer over te onderhandelen als Assad Aleppo heeft veroverd: de Syrische president heeft dan de meest belangrijke steden in handen. Wellicht daarom steunde de Noord-Amerikanen de Turken in hun transgressie.

Wat is de reactie van Rusland? Poetin belde met Erdogan en uitte zijn zorgen over de Turkse inval, maar veroordeelde de aanval niet. Dat betekent dat de Russen of 1) passieve toestemming gaven of 2) weinig aan de situatie kunnen veranderen, aangezien de Turken de goedkeuring en (militaire) support van Washington hadden gekregen. Wellicht is het een combinatie van beide, omdat de Turken met deze inval 1) terreurgroep IS bestrijden en 2) de vorming van een Koerdistan ondermijnen — twee doelstellingen waar de Russen en ook de Syriërs en Iraniërs zich in kunnen vinden. Dat de Turken dan deze actie doorzetten om Aleppo te bereiken en een safe zone op te zetten kan dan gezien worden als een maatregel om hun macht en invloed op de slagvelden te vergroten én daarmee ook op de onderhandelingstafels.

Naar een Moskou-Teheran-Ankara alliantie?

Vlak na de historische ontmoeting tussen Erdogan en Poetin op 9 augustus ontving Turkije hoog bezoek vanuit Iran. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Mohammad Javad Zarif, bracht op 12 augustus als eerst hoog geklede official bezoek aan het land sinds de coup – een tweede, significante gebeurtenis en teken van de verschuivende geopolitieke machtsverhoudingen. De gefaalde putsch van 15 juli en de snelle Iraanse response in steun voor Erdogan lijkt opening hebben geboden om een nieuwe axis te creëren: een Moskou-Teheran-Ankara alliantie. In hoeverre is hier sprake van en wat zegt dit over de relatie tussen Turkije en het westen?

De vorming van een dergelijke axis zijn in de afgelopen maanden steeds sterker zichtbaar geworden, en dat begon al voor de gefaalde putsch van 15 juli. Op 9 juni kwamen de Defensie ministers van Rusland, Syrië en Iran voor het eerst sinds het uitbreken van de oorlog in Syrië bijeen in Teheran; de Turks-Russische betrekkingen werden genormaliseerd op 9 augustus (lees hier en hier voor context); een dag voor de ontmoeting tussen Erdogan en Poetin op 9 augustus, was de Russische leider op 8 augustus in Baku (Azerbeijan) om de economische en geopolitieke betrekkingen met Iran en Azerbaijan (zoveel mogelijk) te harmoniseren; na deze ontmoetingen kwamen Russische en Iraanse officials bijeen, op 15 augustus, om Syrië te bespreken. Deze reeks besprekingen hadden tot als gevolg dat Ankara haar buitenlandbeleid vis-à-vis Damascus wijzigde: voor het eerst sinds vijf jaar versoepelen de Turken hun eis m.b.t. het lot van Assad.

Tot voorheen eiste Ankara het vertrek van de Syrische leider. De Turken houden hem verantwoordelijk houden voor de oorlog in het Levantijnse land. Echter, zoals eerder besproken, hebben recente ontwikkelingen Turkije doen dwingen om toenadering te zoeken met Rusland en Iran. Om dit mogelijk te maken moest Ankara haar standpunten ombuigen zodat ze in grote lijnen geïntegreerd konden worden met die van de Russische (en Iraanse). Dat werd bereikt op 20 augustus. De Turkse premier Yildirim zei toen dat “[w]hether we like it or not, Assad is one of the actors” die een oplossing kan brengen in Syrië. Oftewel, het op regime change geörienteerde beleid is tot een eind gebracht. Een overwinning en getuigenis van de groeiende macht van Rusland en Iran.

Dit betekent niet dat er wezenlijke verschillen zijn. Ook met Iran. Maar waar het omgaat is dat er overeenstemming is gevonden op algemene beginselen. Die gemeenschappelijke standpunten worden gevonden op:

  1. de strijd tegen IS,
  2. oppositie tegen Koerdisch separatisme (wat in Iran sinds kort ook opgelaaid is)
  3. anti-Amerikanisme.

Deze gedeelde posities zullen volgens de Iraanse viceminister van Buitenlandse Zaken, Hossein Jaberi Ansar “contribute to creating an environment suitable to solving the Syrian crisis”.  Er is voldoende grond om daar samenwerking m.b.t. Syrië op te baseren. Het zijn op deze drie punten waar ook Rusland aansluiting vindt en daarmee de Moskou-Teheran-Ankara alliantie licht ziet.

Dat is een bijzondere ontwikkeling die ingrijpende gevolgen zal hebben voor toekomstige geopolitieke gebeurtenissen. Dit samenwerkingsverband kan namelijk dienen als de eerste belangrijke test voor de Euraziatische grootmachten in het oplossen van een regionale conflict. Dat wil zeggen, met een minimale tot geen rol voor het westen. Mocht dit trilaterale partnerschap daarom succesvol uitpakken, kan dit verder uitgebouwd en geïntegreerd worden binnen het raamwerk van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie. De Shanghai-samenwerkingsorganisatie is opgericht door de Russen en Chinezen en wordt gezien als de Aziatische NAVO. Iran wordt in 2017 volledig lid en Turkije heeft zich sinds in 2015 “observer status” verworven. Veel hangt dus af in hoeverre er een antwoord voor het Syrische vraagstuk gevonden kan worden.

In Syrië lijkt deze trilaterale toenadering enigszins haar vruchten af te werpen. Zo maakten de Russen onlangs gebruik van een militaire basis in Iran om luchtaanvallen uit te voeren in Syrië – voor het eerst sinds 1979 mocht een buitenlandse macht hier gebruik van maken. Ook suggereerde de Turkse premier dat de Russen gebruik konden maken van de Incirlik militaire basis. Dat wil zeggen, de basis die ook gebruik gemaakt wordt door de VS en andere westerse krachten. Volgens de Turkse premier heeft Ankara de Incirlik militaire basis open gezet voor strijdkrachten die zich inspannen tegen IS en “if necessary” kan Moskou daar ook gebruik van maken. Het moet nog blijken of dit daadwerkelijk zal leiden tot een Russische militaire aanwezigheid in Incirlik, maar de gevolgen van de Moskou-Teheran-Ankara alliantie zijn zichtbaar.

Daarnaast traden ook de Aziatische grootmachten in de afgelopen weken naar voren om hun steun te uiten voor hun Russische en Iraanse bondgenoten. China en India herhaalden en bevestigden hun steun uit voor Assad. Een teken van de zegen en goedkeuring van de belangrijke leden van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie.

Betekent de vroege tekenen van een Moskou-Teheran-Ankara alliantie dat Turkije haar rug keert tegen het westen? Daar is het te vroeg voor. Turkije is en blijft voor de komende tijd onderdeel van het westerse alliantiesysteem en haar economie is sterk verweven met die van het westen.

Aan andere kant, heeft Turkije meermaals aangegeven niet tevreden te zijn met haar rol in de NAVO en ook over het Europese toetredingsproces. Deze onvrede is alleen maar versterkt door de gefaalde putsch en de westerse reactie daarop. Daarbij komt dat recente ontwikkelingen op de grond in Syrië zich niet in het voordeel van Turkije hebben vertaald. Deze gebeurtenissen hebben Ankara ervan overtuigt buiten haar traditionele (westerse) partners te zoeken naar mogelijkheden om haar belangen te vertegenwoordigen.

Daar komen Rusland en Iran in beeld. Moskou en Teheran, twee grootmachten met bovenmatige invloed in de regio, hebben Ankara een opening geboden om zichzelf te herpositioneren in het licht van haar eigen belangen en doelstellingen. Het is derhalve geen kwestie van het aangaan van een alliantie met Moskou en Iran en een mogelijke afscheiding van het westen, maar het volgen van belangen in overeenstemming met de (geopolitieke) realiteit.  Een wereld waarin Rusland (sinds de Russische interventie in Syrië) en (post-nucleaire deal) Iran, naast het westen, een significante rol in spelen.

Het is vanuit dit licht dat Turkije zich zal (her)positioneren. De verwachting is dat de Anatolische macht haar ‘natuurlijke’ positie en rol zal innemen, in historische en geografische zin. Dat wil zeggen: als brug tussen Oost en West. Dat betekent dat Turkije het westen niet zal verlaten en Azië zal joinen, maar het maximale uit beide werelden zal halen. Oftewel: het is niet of of, maar en en. De nieuw geboren Moskou-Teheran-Ankara alliantie zijn daar de eerste tekenen van.

Wikileaks Clinton #email-gate: Israël wil Assad weg om Iran, Google biedt hulp

De gelekte mails van presidentskandidaat Hillary Clinton blijven verbazen. In een recente patch uitgebracht door Wikileaks wordt unieke inzage gegeven in de binnenste werkingen van Washington. Een deel van die vrijgegeven mails dateren uit de tijd dat Clinton nog minister van Buitenlandse Zaken was; met betrekking tot de oorlog in Syrië wordt uit de mails duidelijk dat de bondgenoten van de VS, waaronder Israël, haar adviseerde vóór regime change in Damascus. Ook interessant — maar niet geheel verrassend — is dat Washington daarbij ondersteuning kreeg van techgigant Google.

Israël’s voornaamste zorg
Volgens een gedeclassificeerd document verstuurd naar mevrouw Clinton (gedateerd december 2012) bekijkt Tel Aviv de ontwikkelingen in buurland Syrië met argusogen aan. Deze zorgen hebben niet zozeer te maken met de humanitaire gevolgen van de opstand, maar over het verliezen van haar dominante machtspositie in de regio.

Die dominante machtspositie wordt in grote mate mogelijk gemaakt doordat Israël de enige speler in het Midden-Oosten is met nucleaire capaciteiten. Mocht die status quo veranderen, omdat ook Iran nucleaire wapens weet te bemachtigen, dan zou dat tot een fundamentele herwijziging van de machtsbalans leiden. Een dergelijk scenario wil Israël absoluut voorkomen, zo blijkt uit het document.

De oorlog in Syrië en Iran’s nucleaire programma mogen dan op het oog ongerelateerd lijken, zo staat er in het document, maar mocht Teheran tóch nucleaire wapens in handen weten te krijgen, dan zou dit tot het volgende als gevolg hebben:

a precarious nuclear balance in which Israel could not respond to provocations with conventional military strikes on Syria and Lebanon, as it can today.

En:

If Iran were to reach the threshold of a nuclear weapons state, Tehran would find it much easier to call on its allies in Syria and Hezbollah to strike Israel, knowing that its nuclear weapons would serve as a deterrent to Israel responding against Iran itself.

Dat is dus de reden waarom Assad uitgeschakeld moet worden, namelijk: Syrië is de brug naar het Libanese verzet; bewegingen als Hezbollah worden allen getraind, bewapend en gefaciliteerd door Syrië (met hulp van Iran). Daarom scharen Israëlische leiders zich achter de val van de Assad-regering, om die strategische alliantie tussen Hezbollah, Syrië en Iran te breken.

Washington zou dat (volgens het document) kunnen doen door de volgende stappen te ondernemen:

“Washington should start by expressing its willingness to work with regional allies like Turkey, Saudi Arabia, and Qatar to organize, train and arm Syrian rebel forces.

The announcement of such a decision would, by itself, likely cause substantial defections from the Syrian military.

Then, using territory in Turkey and possibly Jordan, U.S. diplomats and Pentagon officials can start strengthening the opposition.

Zoals deze schrijver eerder heeft beargumenteert, Iran vormt inderdaad het primaire doelwit in de oorlog in Syrië én de opstand wordt mede mogelijk gemaakt door de buurlanden van Syrië (eg. Turkije, Saoedi-Arabië, Jordanië en Qatar).

Fragment uit het gedeclassificeerd document uit juli 2012

De strategische voordelen — die het waard zijn om in het geheel te citeren — van het verdrijven van president Assad worden in de brief als volgt opgesomd:

– Iran would be strategically isolated, unable to exert its influence in the Middle East.

– The resulting regime in Syria will see the United States as a friend, not an enemy.

– Washington would gain substantial recognition as fighting for the people in the Arab world, not the corrupt regimes.

– For Israel, the rationale for a bolt from the blue attack on Iran’s nuclear facilities would be eased.

– And a new Syrian regime might well be open to early action on the frozen peace talks with Israel. Hezbollah in Lebanon would be cut off from its Iranian sponsor since Syria would no longer be a transit point for Iranian training, assistance and missiles.

De prijs is dus enorm voor Israël. In een andere brief uit juli 2012 wordt echter duidelijk dat het omver werpen van de zittende regering in Damascus vergaande gevolgen zal hebben voor de gehele regio. Een waarschijnlijke uitkomst zal een regionale sektarische oorlog tussen de twee grootste bevolkingsgroepen, soennieten en sjiieten, zijn. Niettemin, zegt één Israëlische bron uit een juli 2012 mail, kan dat ook ‘positief’ uitpakken:

“if the Assad regime topples, Iran would lose its only ally in the Middle East and would be isolated.

At the same time, the fall of the House of Assad could well ignite a sectarian war between the Shiites and the majority Sunnis of the region drawing in Iran, which, in the view of Israeli commaders would not be a bad thing for Israel and its Western allies.

Oftewel, deze bron beargumenteert dat een regionale oorlog tussen soennieten en sjiieten, die zeer waarschijnlijk zal leiden tot miljoenen doden, ook een gunstige uitwerking zal kunnen hebben. Want, zo zegt die Israëlische bron, zal een dergelijk scenario er toe leiden dat Iran genoodzaakt zou zijn om haar nucleaire programma tot een halt te brengen en wellicht zou dat ook bijdragen aan de val van de Iraanse regering.

“Not just a company”
Ook Google lijkt zich bij de partij te hebben aangesloten. Eind juli 2012 ontving Hillary Clinton een e-mail van Jared Cohen — het hoofd van de toenmalige ‘Google Ideas’ (tegenwoordig Jigsaw). Cohen schrijft in die brief dat ze in samenwerking met (de Qatarese nieuwszender) al-Jazeera bezig zijn om middels een “tool” deserteurs van het Syrische leger te visualiseren. De logica hiervan is om: “encouraging more to defect and giving confidence to the opposition”.

De “tool” werd uiteindelijk gepubliceerd door al-Jazeera, in het Engels en Arabisch, en is hier te vinden. Het groeide uit tot één van de meest bekeken infographics op hun website. Google Ideas/Jigsaw spreekt zelf niet van het aanmoedigen van overlopers of het steunen van de oppositie. De Britse krant The Independent vroeg om een reactie, maar Google weigerde commentaar.

De samenwerking tussen Google en Washington komt niet geheel als een verrassing aan. Wikileaks oprichter Julian Assange gelooft dat Google wezenlijk deel uitmaakt van het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten. In een stuk uit 2015 schreef hij:

“Whether it is being just a company or ‘more than just a company,’ Google’s geopolitical aspirations are firmly enmeshed within the foreign-policy agenda of the world’s largest superpower,””

Daar blijft het niet bij. Britse onderzoeker dr. Nafeez Ahmed laat in twee uitvoerige onderzoeksartikelen zien hoe Google groot is gebracht met hulp van de CIA en inmiddels ferm gepositioneerd is in de massasurveillance.

The ‘Hillarator’
Deze laatste revelaties laten zien hoe koelbloedig men te werk gaat achter de schermen en waarom mevrouw Clinton ook wel ‘The Hillarator’ wordt genoemd. Uit exposés in The New York Times en Washington Post is bekend dat zij de drijvende kracht was achter de 2011 NAVO-interventie in Libië. Er is daarom niet veel voorstellingsvermogen nodig om in te beelden wat drie jaar langer Clinton zou hebben voortgebracht (in relatie tot de oorlog in Syrië) indien ze langer was aangebleven als minister van Buitenlandse Zaken.

Voor wie nog geïnteresseerd is in waarom Frankrijk de Libische leider Muammar Gaddafi uit de weg wilde ruimen, kan dat in een andere gelekte Clintonmail hier lezen.

Pijn en lijden in Madaya, Syrië, voer voor oppositiepropaganda

Donderdag 7 januari 2016 kwam het bericht naar buiten dat burgers in de Syrische stad Madaya, ten westen van hoofdstad Damascus, veroordeeld zijn tot de hongerdood. Al Jazeera+ wijdde er een video aan en beweert dat er reeds bewoners zijn omgekomen door het gebrek aan eten en hulp. Volgens het medium is het gebrek ontstaan door een blokkade van hulpgoederen en is vermoedelijk opgelegd door de Syrische overheid (of de aan hen gelieerde groepen).

De realiteit is echter complexer dan dat. Zoals wel vaker is voorgevallen in de afgelopen vijf jaar, het is juist de oppositie die de condities van een tragedie creëert om vervolgens aan de hand van de reactie van de pro-Assad kamp de schuld op hen af te schuiven. Dat is een beproefde methode, die tevens ondersteuning krijgt van anti-Assad zenders zoals Al Jazeera. De in Doha gevestigd nieuwszender heeft in het verleden laten zien te fungeren als een megafoon voor propaganda van de Assad-oppositie, en doet dat met Madaya weer.

Map Syrië (Madaya ten westen van hoofdstad Damascus)

De situatie rondom Madaya
Om de situatie in Madaya te begrijpen is (een korte introductie van) de militaire context noodzakelijk. Grote delen ten westen van hoofdstad Damascus, aan de grens met Libanon, de Qalamoun Bergen, kwamen na het begin van de opstand in controle van allerlei terroristische groeperingen. Denk hierbij aan de aan al-Qaida gelieerde milities Jabhat an-Nusra en Ahrar ash-Sham (AS).

Om dit strategisch gebied te bevrijden startte Hezbollah, in samenwerking met het Syrische leger, midden 2015 een groot offensief tegen alle terroristische groeperingen die actief zijn in die regio. Inmiddels zijn de Qalamoun Bergen grotendeels bevrijd.

Sinds eind september 2015 is een wapenstilstand onderhandeld tussen Hezbollah en het leger en de oppositie. Dit betreft de regio’s van Zabadani (waaronder ook Madaya) en het noordelijk gelegen Foua en Kefraya. In beide regio’s wordt de oppositie gedomineerd door Jabhat an-Nusra en AS – beiden zijn gelieerd aan al-Qaida. Ook facties van het Vrije Syrische Leger collaboreren met de terreurgroepen.

Madaya (alsmede Zabadani) zijn sindsdien omsingeld door de pro-Syrië groepen en in controle van de al-Qaida gelieerde doodseskaders. Deze terroristische groeperingen zijn feitelijk de baas in Madaya en regeren over een populatie van tussen de 20 en 30.000.

Waar zijn de hulpgoederen gebleven?
De berichtgevingen van Al Jazeera insinueren dat de blokkade van voedsel en hulp het werk is van de regering in Damascus. Het argument blijkt bij nadere inspectie niet te overtuigen. Hulporganisaties die actief zijn in Syrië – dat wil zeggen, die daar zijn met toestemming van en in samenwerking met Damascus – hebben namelijk meermaals aangegeven  dat de Syrische overheid humanitaire hulp en medicijnen heeft toegelaten. Zo maakte de VN in een statementgepubliceerd op 18 oktober 2015 bekend dat er humanitaire – en medische hulpgoederen geleverd zijn aan de burgers van Madaya (en Zabadani, Fua en Kefraya). In de statement staat het volgende hierover:

The humanitarian and medical supplies to Zabadani and surrounding towns were delivered from Damascus

Anders gezegd, de hulpgoederen zijn vanaf overheid gecontroleerde gebieden vertrokken én afgeleverd in Madaya (dat nabij Zabadani gelegen is). Oftewel, de Syrische overheid liet toe dat er hulpgoederen werden gedropt en werkte mee aan het humanitair programma.

In reactie op de berichtgevingen van mogelijke hongerdood in Madaya zegt de woordvoerder van de Internationaal Comité van het Rode Kruis, in gesprek met Mayadeen TV, dat de hulporganisatie inderdaad midden oktober 2015 daar voor het laatst goederen hadden afgeleverd. Ook namen ze aan dat het voldoende zou zijn voor twee maanden (dat wil zeggen, tot eind december 2015).

Daarnaast heeft Damascus meermaals geprobeerd om zieken en gewonden te evacueren van Medaya. The Guardian schreef op 29 december 2015:

Under the terms of the deal, (…), 126 people were evacuated from Zabadani and Madaya by land to Lebanon and then taken to Beirut where they were flown to Turkey.

Dat geeft aan dat de Syrische overheid meewerkt met de oppositiegroepen ten behoeve van de hulpvragers. Dit zou niet mogelijk zijn geweest indien Damascus een beleid voerde om de bewoners van Madaya en omstreken te ‘straffen’ en uit te hongeren, zoals beweerd wordt door de oppositie.

De vraag die rest is: wat is er met de hulp gebleven?

Wie blokkeert wat?
Om een antwoord op bovengestelde vraag te geven is het nodig om Madaya vanuit de huidige militair-politieke context te benaderen. Zoals eerder gezegd, Madaya wordt gecontroleerd door Jabhat an-Nusra en Ahrar ash-Sham. Met andere woorden, twee terroristische groeperingen die overal in Syrië chaos en verwoesting met zich hebben meegebracht.

De al-Qaida gelieerde doodseskaders hebben zich o.a. schuldig gemaakt aan: het onthoofden van burgers; minderheden levend verbranden in ovens; vrouwen executeren vanwege beschuldigingen van overspel; burgers als menselijk schild te gebruiken.

Het wijst erop dat ook het onthouden van vitale hulpgoederen ook op de rekening van Jabhat an-Nusra en Ahrar ash-Sham bijgeschreven kan worden. In deze video (geüpload op 6 januari 2016) is te zien hoe burgers zich uitspreken tegen de blokkade van voedsel tegen de aanwezige militanten. ‘Heb jij niet honger? Wij hebben honger!’ is één van de demonstranten horen te zeggen. Dit geeft aan dat de bewoners van Madaya het gevoel hebben dat er voedsel en hulp is en deze aan hen onthouden wordt.

Soortgelijke beschuldigingen tegen de oppositie waren ook te horen bij een demonstratie in Madaya gedateerd 29 november 2015. In deze video is de nationale vlag van Syrië te zien en zijn overduidelijk pro-Assad en leger kreten te horen alsmede hun afkeer van de oppositie naar wie ze als “terroristen” refereren. De burgers van Madaya laten hiermee zien dat ze de oppositie verwerpen en aan kant van Damascus scharen.

Daarnaast is in een andere video (geüpload 30 november 2015), vermoedelijk van dezelfde demonstratie in Madaya, te zien dat de burgers hun steun uiten voor het Syrische leger en Hezbollah. Bekende pro-Damascus leuzen als ‘Allah, Souria, Bashar ou bas’ zijn te horen. Dat wil zeggen, vijf weken voordat het bericht van uithongering in Madaya naar buiten kwam (dwz, 7 januari 2016) waren er nog pro-Assad en Hezbollah demonstraties gehouden in Madaya.

Hieruit valt te concluderen dat er tussen de burgers van Madaya pro-Assad facties bevinden én anti-oppositie zijn. De logische vraag die volgt is waarom het Syrische leger deze burgers, die aan hen zijde staan, zou uithongeren zoals de berichtgevingen van al-Jazeera en co doet suggereren?

Hezbollah, een pro-Syrië beweging actief in die regio, laat indirect weten dat er wel sprake is van een belegering op de stad Madaya. Dat is echter in reactie op de aanvallen op de troepen van Hezbollah en het Syrische leger vanuit Madaya. De stad fungeert dus als een uitvalsbasis en daarmee is de oppositie in overtreding van de in september overeengekomen wapenstilstand. Een andere overtreding van de wapenstilstand is de belegering dóór de oppositie op de noordelijk gelegen (civiele) dorpen van Foua en Kefraya. Oftewel, de oppositiegroepen bestoken burgerdoelwitten en weigeren ze van belangrijke hulpgoederen te voorzien. Hierdoor staat de wapenstilstand op nog lossere schroeven en dat creëert volgens het hoofd van de Syrische Halve Maan, in gesprek met al-Masdar News, een onwerkbare situatie om de toevoer van humanitaire hulp te garanderen. De Libanese verzetsbeweging ontkent echter alle aantijgingen dat het de burgers van Madaya zou uithongeren.

Daarnaast laten bovengenoemde video’s zien dat het de oppositie is die weigert om Madaya te voorzien van voedselpakketten en andere hulp. De hulporganisaties hebben bevestigd dat er in oktober voldoende voedsel- en hulppakketten afgeleverd waren voor twee maanden. Deze zijn echter niet aangekomen bij de lokale burgers. Daarbij laten de video’s zien dat de burgers van Madaya de oppositie smeken om voedsel en hulp. Deze wanhoop wordt genadeloos uitgebuit door de oppositiegroepen daar ze volgens meerdere berichten op sociale media woekerprijzen hanteren voor basis hulpgoederen als rijst, melk en bloem. Dit komt erop neer dat de oppositie enerzijds de burgers van Madaya uithongert en anderzijds ze uitbuit.

Uithongeren in de hoop voor westerse interventie
Wat motiveert de al-Qaida gelieerde doodseskaders om de overdracht van hulpgoederen te weigeren? De terroristische groepen doen dat volgens Hezbollah, omdat ze 1) grof geld willen verdienen aan de in het nauw gedreven burgers van Madaya en 2) dat inzetten als een propaganda campagne tegen Syrië en het verzet. Ook is het een teken van hun dovende macht en dat ze de wanhoop nabij zijn.

Dit is echter niet de eerste keer dat de oppositie haar toevlucht zoekt tot dergelijk brute en wrede tactieken. Het onthouden van voedsel en hulp aan burgers is namelijk eerder toegepast door o.a. de in Douma gevestigde Jaish al-Islam en Nusra Front in Yarmouk.

In het geval van Yarmouk hebben oppositie ‘rebellen’, op meerdere momenten tijdens de bijna vijf jaar durende oorlog, hulpgoederen geweigerd aan de inwoners van de kamp, die voornamelijk bevolkt is (was) door nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen. Dit deden ze telkens als ze in het nauw gedreven waren door de pro-Assad groepen (waaronder de Palestijnse verzetsbeweging PFLP).

Om de opmars van de pro-Assad krachten te stoppen creëerden de terroristische groeperingen in Yarmouk zelf een humanitaire catastrofe door o.a. voedsel- en hulppakketten te weigeren aan de inwoners van de kamp. Op deze wijze vestigt de oppositie de aandacht van de internationale gemeenschap op de inhumane gevolgen van de blokkade. De pro-Assad krachten zijn dan vervolgens genoodzaakt om de bevrijding van Yarmouk tot een halt te brengen.

Een ander samenhangende tactiek van de oppositie is om president Assad verantwoordelijk voor de humanitaire ramp te houden (zoals hier, met betrekking tot Yarmouk).

Deze brute tactiek werd echter gelijk doorzien en verworpen door Palestijnse autoriteiten. Zo zei Anwar Raja, lid van de Palestijnse verzetsbeweging PFLP-GC, tegen RT dat oppositiegroepen als Jabhat an-Nusra handelen over de ruggen (of beter gezegd, magen) van het volk:

 They want to say to the world: ‘See: the people are hungry.’ It’s like the residents are kidnapped inside their own camp, inside their own home, and the militants are negotiating over them, negotiating their souls,”

Raja zegt verder over het (politiek) doel van deze barbaarse praktijken het volgende:

They claim that the Syrian state is besieging Palestinians in the camp. They want to invert the image and the truth, saying that the Syrian government is part of the killing force, as they don’t do anything to protect the people. They want people to hate the regime.”

Kortom, het weigeren van voedselpakketten en hulp is een koelbloedig, gecalculeerde zet van de oppositie om 1) de burgers van Madaya te straffen voor hun loyaliteit aan het leger en Damascus, 2) ze af te persen voor grote sommen geld, 3) de Syrische overheid (en de aan haar gelieerde groepen) te demoniseren in de ogen van de wereld en 4) een poging om de opmars van de pro-Assad krachten tot een halt te brengen.

Megafoon voor oppositiepropaganda
Het is echter niet alleen de oppositie in Syrië die zich schuldig maakt aan deze hevige verdraaiing van feiten. Al-Jazeera, die de video samenstelde en binnen 24 uur meer dan 40 miljoen views genereerde, zit diep embedded met de terroristische groeperingen. Het medium is gevestigd in en wordt gefinancierd door Qatar. Het is een publiek geheim dat de regeerders van de oliestaat, de koninklijke familie al-Thani, de in Syrië gevestigde al-Qaida gelieerde doodseskaders steunen.

Eerder stapten daarom aan het begin van de Arabische Opstand topjournalisten van de zender op. Ze waren het oneens met de partijdigheid van het in Doha gevestigd medium. Recentelijk nog kwam uit een gelekte e-mail naar voren dat Al Jazeera haar redacteuren opdraagt om niet meer naar Jabhat an-Nusra te referen als “al-Qaida”, maar als “rebellen”. Dit zou het conflict onnodig “complex” maken. Of, het zou duidelijk maken dat al-Jazeera en Nusra feitelijk collega’s van elkaar zijn daar ze betaald worden door dezelfde werkgever.

De geniepige rol van Al Jazeera gaat verder dan het promoten van terroristische groeperingen. In het geval van Madaya heeft de Qatarese nieuwszender foto’s verspreid waaruit zou blijken dat de burgers van het belegerd Syrische stad op sterven na dood zijn. Later bleek dat deze foto’s van het internet geplukt waren.  Ook het hoofd van het Internationale Comité van het Rode Kruis bevestigde dat. Het medium laat hiermee zien dat ze inderdaad positie nemen in de oorlog tegen Syrië.

Dat wordt ook duidelijk in de selectie van burgers die Al Jazeera waardig genoeg acht om over te rapporteren. Twee dorpen gelegen in het noordelijke provincie Idlib, Foua en Kefraya, worden namelijk sinds maart 2015 belegerd door Jaish al-Fatah – een takfiri alliantie bestaande uit hoofdzakelijk Ahrar ash-Sham, Jabhat an-Nusra, maar ook het Vrije Syrische Leger. Dit collectief heeft sindsdien duizenden raketten afgevuurd op burgerdoelwitten en tientallen vrouwen en kinderen vermoordt. Tevens weerhoudt het humanitaire hulp en medicijnen aan de burgers van de twee dorpen, net zoals hun takfiri kameraden dat doen in Madaya. In deze video is te zien dat demonstranten die blokkade zat zijn en het Syrische leger eisen om harder in te grijpen tegen deze terroristen. Hierover helaas weinig tot geen berichtgeving, omdat zenders als Al Jazeera hun pijn en lijden niet kunnen ge- of misbruiken voor politieke doeleinden én ze niet deel uitmaken van de dominante religieuze denominatie (ie. het zijn sjiieten).

Wapens als hulp voor de oppositie?
Het positieve aan de aandacht voor de pijn en het lijden van de burgers van Madaya is dat er druk gecreëerd is om hulpgoederen aan niet alleen de belegerde stad te leveren, maar ook Zabadani, Foua en Kefraya. Echter, dit moet ook met argusogen bekeken worden. Zo meldde al-Akhbar in 2013 dat de Qatarese tak van de Rode Halve Maan feitelijk de bewapening van takfiri doodseskaders financierde en de (door mysterieuze omstandigheden omgekomen) PressTV reporter, Serena Shim, documenteerde in 2014 hoe humanitaire hulpkonvooien heimelijk wapens en andere illegale waren vervoerde naar terroristische groeperingen. Humanitaire hulp kan dus gebruikt worden als een vehikel om stiekem wapens en ander militaire hulp door te sluizen naar de oppositie — die compleet gedomineerd wordt door takfiri doodseskaders.

Zolang de levering van hulpgoederen gecoördineerd wordt met de officiële autoriteiten is de kans echter wel groot dat de Syriërs verlicht zullen worden van hun onmenselijk lijden… al is dat waarschijnlijk wel tijdelijk totdat de volgende ‘Madaya’ gecreëerd is.

Kan Turkije’s voorgenomen luchtsteun aan rebellen in Syrië uitkomen in voordeel van Al-Qaida?

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Mevlut Cavusoglu, heeft onlangs bekend gemaakt dat Ankara luchtsteun gaat leveren aan Syrische rebellen. Samen met het Obama regime zal Turkije deze operatie uitvoeren. Eerder probeerde het Erdogan regime om een bufferzone én no-fly-zone af te dwingen. Wat Ankara met dit beleid feitelijk poogt is het opbreken van Syrië.

tank

Uit onlangs vrijgekomen Noord-Amerikaanse documenten blijkt dat een soortgelijk streven de basis vormde voor Turkse steun aan de Islamitische Staat (IS of Daesh). Uit het inlichtingendocument blijkt dat het uitroepen van een “Salafist principality” in het oosten van Syrië exact is wat de oppositie – inclusief Turkije – wilde, met het volgende als doel: “to isolate the Syrian regime, which is considered the strategic depth of the Shia expansion (Iraq and Iran)”.

Het heeft er alle schijn van dat Ankara haar invloed in Syrië wilt vergroten door een ministaat gerund door de rebellen te steunen.

Bewijs hiervoor wordt gevonden in de gewapende groepen die gesteund worden door Ankara: Jaish al-Fatah, ofwel het Leger der Verovering. Deze alliantie wordt gedomineerd door takfiri doodseskaders, waaronder al-Qaida’s officiële tak in Syrië (Jabhat an-Nusra, die tevens is voortgekomen uit IS), Ahrar ash-Sham (die door Washington bestempeld is als een terroristische organisatie) en de Moslimbroederschap. De enige noemenswaardige ‘gematigde’ gewapende groep in de alliantie is Fursan al-Haq. Echter, zoals ik hier ook heb beargumenteerd, dienen ‘gematigde’ groepen slechts als een front om westerse hulp te legitimeren.

Sheher2

De Al-Qaida gelieerde milities die het Jaish al-Fatah opmaken willen niets anders dan hun eigen kalifaat stichten en zijn daar hard op weg naar toe. De takfiri alliantie heeft in de afgelopen maanden veel terrein winst weten te boeken. Dit offensief zou niet mogelijk zijn geweest zonder hulp van Ankara (en Riyadh én Washington). NU.nl berichtte het volgende over de Turkse steun bij dit offensief:

“De Verenigde Staten bekijken de ontwikkelingen naar alle waarschijnlijkheid met argusogen: onder de Syrische rebellen zijn veel jihadistische splintergroeperingen, waaronder het aan al-Qaeda gelinkte al-Nusra Front. “

Met andere woorden, Turkse, Saoedische en Noordamerikaanse hulp komt uit bij al-Qaida gelieerde milities in Syrië.

Ankara en Washington beweren Jaish al-Fatah enkel te helpen in strijd tegen Daesh. Oftewel, al-Qaida helpen tegen het ideologisch gelijkgestemde ISIS. Uit het eerdergenoemde inlichtingendocument blijkt daarnaast dat de IS niet altijd het doelwit is. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken laat in de Britse The Guardian vallen wie wél de echte opponent is:

“While the fight against [the Islamic State group] is prioritised, the [Syrian] regime must be also stopped.”

Hieruit volgt dat de luchtsteun aan Jaish al-Fatah eigenlijk bedoeld is om te helpen in strijd tegen een gemeenschappelijke vijand: de Syrische regering. Anders gezegd: mocht Turkije luchtsteun leveren aan de rebellengroep Jaish al-Fatah, dan is de kans groot dat die steun in het voordeel van al-Qaida in Syrië zal uitvallen.

Gedeclassificeerd VS inlichtingendocument voorspelde opkomst van IS

Judicial Watch, een conservatieve Noord-Amerikaanse watchdog, heeft haar handen gekregen op meer dan een honderd geheime documenten behorend tot het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Defensie. In één van deze documenten, een 7-pagina’s tellende stuk uit augustus 2012, wordt vernietigend bewijs geleverd voor de Noord-Amerikaanse hand in de opkomst van de Islamitische Staat (IS of Daesh).

Sheher1

Uit het document wordt duidelijk dat, zoals deze schrijver ook heeft beargumenteerd, de oppositie vanaf het begin gesteund werd door jihadi-salafisten én een sterk sektarische karakter kende. De voorloper van IS, al-Qaida in Irak (AQI), steunde aanvankelijk de oppositie in Syrië zowel op ideologisch als communicatief vlak, en in 2012 behoorden ze samen met andere jihadi-salafisten en de Moslimbroederschap tot de meest dominante krachten binnen de oppositie. Deze terroristische organisaties werden gesteund door de oppositie, dat wil zeggen: de westerse regimes, Turkije en de Golf dictatoren (ook wel: Zio/NAVO/GCC alliantie). Anders gezegd: de oppositie tegen Assad heeft de IS gesteund.

Volgens het document kon de IS, die tussen 2009 en 2010 sterk afgezwakt was, groeien door het uitbreken van de opstand in Syrië. Een opstand die zonder steun van de Zio/NAVO/GCC alliantie niet had kunnen verworven zijn tot een oorlog.

Sheher2

Toen de IS vorig jaar de oprichting van het kalifaat uitsprak, reageerde de Zio/NAVO/GCC alliantie geshockeerd. Dit document geeft echter aan dat het oprichten van het IS-kalifaat juist aangemoedigd werd door deze groep:

“There is the possibility of establishing a declared or undeclared Salafist principality in Eastern Syria (Hasaka and Der Zor), and this is exactly what the supporting powers to the opposition want, in order to isolate the Syrian regime, which is considered the strategic depth of the Shia expansion (Iraq and Iran).”

Met andere woorden, het oprichten van het kalifaat werd aangespoord om zo de As van het Verzet — Syrië, Irak en Iran (en Hezbollah en Palestina) — te verzwakken. Verder zal de verslechterende situatie in Irak leiden tot het volgende:

“This creates the ideal atmosphere for AQI to return to its old pockets in Mosul and Ramadi”

Dit is exact wat er sinds 2012 voltrok. In juni 2014 was Daesh sterk genoeg geworden om Mosul te veroveren, en sinds een week geleden is Ramadi ook in handen gevallen van de terreurgroep. Het Noord-Amerikaanse regime poogde, naar eigen zeggen, om de opmars van de IS tegen te houden met welgeteld vijf luchtaanvallen, waarvan er ook één de Iraakse volksmilities ‘per ongeluk’ had geraakt.

Hieruit kunnen de volgende conclusies getrokken worden:

1) In 2012 was het al duidelijk dat er geen sprake was van een gematigde oppositie (waarmee er ook afgevraagd kan worden welke ‘gematigde’ groepen het kabinet nu nog in 2015 steunt).
2) Aantijgingen van een mogelijke samenwerking tussen Assad en de IS zijn ongegrond.
3) De Zio/NAVO/GCC alliantie steunen IS al jaren.